Oor en oog voor het onbewuste

Hoe het onbewuste onze dromen, ons gedrag en het 'ik' als innerlijke regelaar stuurt.

Oor en oog voor het onbewuste

Een begrip dat langzaam is doorgedrongen

Het onbewuste is tegenwoordig een vanzelfsprekend begrip, maar dat was niet altijd zo. Honderd jaar geleden, in de tijd van Freud en Jung, bestond het woord nauwelijks. Vreemde verschijnselen werden toen verklaard met boze geesten of de duivel, en vrouwen die zich onbegrijpelijk gedroegen, werden al snel heks genoemd. Signalen die we nu aan het onbewuste toeschrijven, legden mensen destijds buiten zichzelf. Dromen bijvoorbeeld kwamen volgens de heersende opvatting van buitenaf, terwijl we ze inmiddels beschouwen als iets dat uit onszelf voortkomt.

Toch heeft die algemene acceptatie van het onbewuste niet geleid tot een grote rol ervan in ons dagelijks bewuste leven. We richten ons vooral op wat we bewust waarnemen, voelen, ruiken, horen en zien. Dromen worden weggezet als bedrog en sprookjes als kindervermaak. Er is eigenlijk nog geen echte plek voor het onbewuste ingeruimd: we luisteren er nauwelijks naar en nemen zelden de tijd om het te leren kennen.

De vreemde taal van het onbewuste

Een belangrijke reden waarom we zo weinig met het onbewuste doen, is dat we de taal ervan niet goed begrijpen. De droomtaal wijkt sterk af van onze alledaagse taal. Er bestaan wel boeken en encyclopedieën met algemene duidingen van dromen en symbolen, maar die algemene uitleg sluit vaak niet aan bij het strikt persoonlijke, individuele onbewuste van iemand. Algemene duidingen bieden daarom geen echte uitkomst.

Wat het begrijpen van deze taal extra lastig maakt, is dat het onbewuste geen morele grenzen kent. Er is geen fatsoensnorm en er gelden geen regels: het criminele en het liefdevolle gaan er hand in hand. Ook is er geen begrenzing in tijd en ruimte – alle dimensies lopen er dwars door elkaar heen.

De kracht van het onbewuste

Ondanks de beperkte plaats die we het onbewuste in ons bewuste leven geven, blijkt het uiteindelijk een grotere en meer bepalende invloed op ons leven te hebben dan onze bewuste intenties. De wilskracht en hardnekkigheid van het onbewuste zijn sterker dan die van het bewuste. Dat verklaart waarom bewust gemaakte plannen zo vaak toch anders uitpakken dan bedoeld: het lijkt of er een kracht van buitenaf ingrijpt, maar in werkelijkheid komt die kracht meestal voort uit onze eigen onbewuste stroom.

Het ‘ik’ als verkeersregelaar

Ons bewustzijn noemen we het ‘ik’. Dat ‘ik’ fungeert als een soort verkeersagent: het regelt welke prikkels naar binnen en naar buiten mogen, kortom de input en de output. Ook het verkeer tussen het onbewuste en het bewuste wordt door het ‘ik’ geregeld. In dromen is dit goed te zien: zodra een droom te spannend wordt, ontwaakt de slaper. Het ‘ik’ beschermt de argeloze, weerloze dromer tegen het ongeremde onbewuste en zorgt dat de spanning niet te hoog oploopt.

Wanneer die regelfunctie van het ‘ik’ hapert, ontstaat het gevaar van een psychose, waarbij iemand volledig in beslag wordt genomen door het onbewuste. Dat dit normaal gesproken niet gebeurt, is te danken aan de alerte regelfunctie van het ‘ik’.

Het ‘ik’ heeft nog een tweede belangrijke taak: het legt verbanden tussen losse signalen. De inhouden die vanuit het onbewuste naar boven komen, zijn op zichzelf onsamenhangend; pas dankzij het ‘ik’ worden ze tot een begrijpelijk verhaal gesmeed. Diezelfde verbindende functie geldt trouwens ook voor bewuste waarnemingen – het ‘ik’ legt bijvoorbeeld het verband tussen regen en het natworden, zodat we weten dat het verstandig is een jas aan te trekken of een paraplu mee te nemen. Deze regelfunctie is grotendeels aangeleerd: het ‘ik’ bepaalt, afhankelijk van de omstandigheden, in welke richting het verstand moet worden gestuurd en hoe de informatie uit het onbewuste het beste kan worden verwerkt zodat ze een functie krijgt.

Onderdrukken en verdringen

In het onbewuste bevinden zich onder meer onderdrukte en verdrongen inhouden, en dat zijn twee verschillende zaken. Onderdrukte inhouden – beelden, ervaringen, herinneringen, associaties – zijn nog wel bekend, maar je laat ze liever niet toe tot het bewuste omdat ze te pijnlijk of te saai zijn. Onderdrukken is een actieve handeling; met een beetje moeite zijn deze inhouden weer bewust te maken.

Verdrongen inhouden gaan een stap verder: die ben je echt kwijt. Ze zijn volledig onbewust geworden en er is iets speciaals nodig, zoals hypnose, om ze weer boven water te krijgen – en dan verschijnen ze in de eigen, kenmerkende taal van het onbewuste. Iedere nacht, tijdens het dromen, zijn we hiermee bezig: in de ontspanning van de slaap trekt het ‘ik’ zich als regelaar enigszins terug, waardoor er ruimte ontstaat voor verdrongen onbewuste inhouden.

De reden voor verdringing is meestal zelfbescherming: zonder die verdringing zou de psychische pijn te groot worden. Het vermogen om te verdringen mag dan ook positief gewaardeerd worden – het gebeurt niet voor niets. Meestal gaat er eerst een periode van onderdrukking aan vooraf, voordat de inhoud daadwerkelijk verdrongen raakt. Door in therapie dromen te onderzoeken, kun je op een veilige manier meer bewust worden van deze eigen inhouden en van wat ze voor je betekenen.

Persoonlijk en collectief onbewuste

Binnen het onbewuste is een onderscheid te maken tussen het persoonlijk onbewuste en het collectief onbewuste. Dat onderwerp komt uitgebreid aan bod in een vervolgartikel.

Dit artikel is een bewerking van het artikel ‘Het onbewuste’ uit Samenzijn in therapie, geschreven door Ger Zuiderveen, aangeleverd door Transpersoonlijk.net (TPnet), hét netwerk voor de coach, counselor en therapeut.

Auteur

Redactie TCC Magazine

Redactie TCC Magazine

Gepubliceerd op

21 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen