Sterkgevoeligheid
Niet iedereen die zich hooggevoelig noemt, is dat ook
De term ‘hooggevoelig’ of HSP is inmiddels overal te vinden: in boeken, tijdschriften en gesprekken. Toch herkennen lang niet alle bovengemiddeld gevoelige mensen zich erin. Een deel haakt teleurgesteld af, omdat de term de lading niet dekt. Anderen voelen zelfs een innerlijke weerstand tegen het woord ‘hooggevoelig’, vaak omdat het beladen is met een zweverig of hyperig imago, en verdiepen zich er daarom niet verder in. Het gevolg is dat deze mensen zonder herkenning en erkenning blijven zitten en gewoon weer verdergaan, zonder antwoord op de vraag wie ze eigenlijk zijn.
De ontdekking van sterkgevoeligheid
Orthopedagoog en psycholoog Frank Odding herkende dit patroon in zichzelf. Na jarenlang vanuit zijn hoofd, denkend, geleefd te hebben als overlevingsmechanisme, ontdekte hij dat hij een uitgesproken gevoelige kant in zich had. Tegelijk functioneerde hij niet goed in groepen, simpelweg omdat hij zich daar niet veilig genoeg voelde. Hij merkte dat hij dubbele, tegenstrijdige signalen uitzond zonder dat hijzelf of anderen dat doorhadden: naar buiten toe sterk, van binnen kwetsbaar. Op zoek naar herkenning realiseerde hij zich dat hij te veel de rol van de ander op zich nam, wat resulteerde in een hardnekkige vicieuze cirkel. Dit proces zette hij samen met cliënten voort waarin hij zichzelf herkende, en dat leidde tot de term ‘sterkgevoeligheid’ en het in eigen beheer uitgegeven boek Sterkgevoelige mensen en grenzen.
Wat is sterkgevoeligheid?
Sterkgevoelige mensen hebben zowel een sterke als een gevoelige kant in zich, twee kanten die op het eerste gezicht onverenigbaar lijken. Doordat de gevoelige kant zich alleen laat zien zodra iemand zich veilig voelt, ontmoet de buitenwereld meestal eerst de sterke kant. ‘Wat ben jij sterk’, is dan vaak de reactie, een compliment dat tegelijk de andere kant ontkent. Blijft het daarbij, dan komt de sterkgevoelige persoon alsnog in de kou te staan, deels ook omdat hij of zij de kwetsbare kant zelf niet toont. De sterke kant uit zich in doorzettingsvermogen: waar anderen moe en uitgeput afhaken, zucht de sterkgevoelige persoon eenmaal en gaat door. De gevoelige kant draait vooral om invoelen en aanvoelen: het bewust waarnemen van wat er in en om je heen gebeurt, zeker in contact met anderen. Zo kan iemand verdriet bij een ander aanvoelen terwijl die persoon zich daar zelf nauwelijks bewust van is, of aanvoelen of iemand openstaat voor een verhaal. Voelt dat niet zo, dan schakelt de sterkgevoelige persoon vaak automatisch terug naar de sterke kant en gaat verder, waardoor de kans op herkenning opnieuw wordt gemist.
Grenzen als kernprobleem
In zijn boek beschrijft Odding zeven kenmerken van sterkgevoeligheid zoals hij die destijds kende, en het onderliggende kernprobleem: grenzen. Vanuit de sterke kant gaan sterkgevoelige mensen zelf over de grenzen van anderen heen, terwijl ze vanuit hun gevoelige kant juist toelaten dat anderen over hún grenzen heen gaan. Een dubbel probleem dus. Sterkgevoeligheid is bovendien een groeiend begrip: inmiddels onderscheidt Odding negen kenmerken. De twee kenmerken die daar later bijkwamen, heeft hij uitgewerkt in een aanvullende blog.
Praktijkervaring en een missie
In zijn praktijk is Odding inmiddels veel sterkgevoelige mensen tegengekomen die zich stuk voor stuk herkend en erkend voelden in het begrip. Wie erin slaagt balans te vinden tussen de sterke en de gevoelige kant, ziet zijn of haar leven daadwerkelijk veranderen, iets wat Odding zelf ervoer en waar hij zijn cliënten nu bij helpt. Zijn missie is het begrip sterkgevoeligheid breder bekend te maken.
Wat het betekent voor hulpverleners
Odding werkt relatief vaak met cliënten die al eerder therapie hebben gehad. Bij sterkgevoelige cliënten ontdekte hij samen met hen wat er misgaat wanneer de behandelaar zelf niet (sterk)gevoelig is of vooral cognitieve gedragstherapie inzet: dan gaat de cliënt onbedoeld voor de therapeut zorgen, in plaats van andersom. Drie zaken spelen daarbij een rol. Ten eerste komt de gevoelige kant pas naar boven als een cliënt zich veilig voelt; is dat niet zo, dan overheerst de sterke kant en krijgt de hulpverlener niet het volledige verhaal te horen, waardoor volledige hulp niet mogelijk is. Omdat veiligheid niet af te dwingen is, kan dit samen uitmonden in eenzelfde vicieuze cirkel die de cliënt haarfijn aanvoelt, terwijl de hulpverlener zich er vaak niet van bewust is dat het verhaal maar half verteld wordt. Ten tweede maakt het uit of de hulpverlener zelf vanuit gevoel of vanuit denken leeft: wie vanuit gevoel werkt, biedt de cliënt eerder veiligheid, terwijl wie vanuit denken werkt eerder onveilig overkomt, iets wat de cliënt zelden hardop zal benoemen. Ten derde voelt de sterkgevoelige cliënt de uitstraling van de hulpverlener feilloos aan, ook wat deze voor andere cliënten en collega’s verborgen weet te houden, maar zal dit meestal niet uitspreken omdat de ruimte daarvoor ontbreekt. Bekendheid met het begrip sterkgevoeligheid en oprechte openheid naar cliënten toe vormen daarom al een eerste stap richting verbetering.
Op zoek naar een landelijk netwerk
Odding roept hulpverleners die zichzelf herkennen in deze beschrijving op om contact met hem op te nemen. Zijn wens is een landelijk dekkend netwerk van sterkgevoelige hulpverleners, zodat sterkgevoelige cliënten dichtbij huis geholpen kunnen worden door iemand die hun manier van voelen en denken werkelijk begrijpt.
