De liefdesoorlog van mijn ouders
Het verhaal van verzoening met ouders dat hieronder volgt, laat zien hoe complex familiebanden kunnen zijn.
Verzoening met ouders is zelden een rechte lijn, zo blijkt uit het verhaal van Frénk van der Linden. In 2011 zaten hij, zijn zus Désirée en hun ouders voor het eerst in veertig jaar weer samen aan tafel.
Wat begon als een verzoenlijk weerzien, dreigde alsnog te ontsporen zodra het gesprek kwam op de scheiding en de minnaar van hun moeder. Toch eindigde die middag in tederheid.
Het was het sluitstuk van een familiegeschiedenis vol liefde, verraad en jarenlange stilte, die van der Linden optekende in honderd brieven aan zijn inmiddels overleden ouders.
Een chauffeur en zijn ‘stadsjuffertje’
Van der Linden groeide op in Hillegom, waar zijn vader Jan gold als de beste vrachtwagenchauffeur van de streek.
Zestig uur per week reed hij door de Bollenstreek met tulpen, hyacinten en narcissen, en zijn liefde voor zijn DAF leek soms groter dan die voor zijn gezin.
Zijn moeder Erica, een voormalige beauty queen uit Haarlem die in de buurt ‘stadsjuffertje’ werd genoemd, genoot aanvankelijk van de aandacht die haar knappe, stoere man haar gaf.
Naarmate de jaren vorderden, begon de wagenliefde van haar man haar echter meer te irriteren dan te bekoren.
Een minnaar in de keuken
Om wat bij te verdienen ging Erica bollen pellen, en daar ontmoette ze een andere man: John, met lange smalle handen en een accordeon.
Terwijl Jan onderweg was met een lading naar Goes, Groningen of Gorinchem, ontving Erica haar minnaar thuis, terwijl de kinderen in de huiskamer televisie keken.
Van der Linden beschrijft zijn moeder niet als liefdeloos, integendeel: ze was warm en betrokken, maar tegelijk chaotisch en neurotisch, worstelend met depressies en drankgebruik.
Ze kon naar eigen zeggen niet kiezen tussen de twee mannen van wie ze hield, en dat maakte haar naar eigen zeggen bijna gek.
De brief aan de rechter
Toen Erica het gezin uiteindelijk verliet, was het verdriet van vader Jan verpletterend.
Zijn dertienjarige zoon zag hem huilend op de grond, met zijn hoofd tegen de radiator.
Frénk en Désirée schreven zonder hun vader daarover te informeren een brief aan de rechter in de echtscheidingszaak: hun moeder had alles verwoest, zij wilden haar nooit meer zien.
Van der Linden noemt deze beslissing, genomen door een dertienjarige, later de grootste vergissing van zijn leven. Tien jaar lang hielden hij en zijn zus vast aan dat besluit en verbraken ze elk contact met hun moeder.
De verzoening na tien jaar stilte
Pas op 23-jarige leeftijd, na zelf ervaring te hebben opgedaan met de complexiteit van relaties, zochten broer en zus hun moeder weer op.
Het weerzien was intens: van der Linden beschrijft hoe de geur van zijn moeder hem onmiddellijk overweldigde, als van een vertrouwd, levend wezen.
In de jaren die volgden, drong langzaam het besef door dat beide ouders ieder op hun eigen manier hadden bijgedragen aan het mislukken van hun huwelijk.
Het was, zoals hij het omschrijft, een dans geweest waarin niet meer te zeggen viel wie leidde en wie volgde.
Verzoening voor het einde
Ook tussen Jan en Erica zelf kwam het uiteindelijk goed. Toen bekend werd dat Erica dementie had en nog maar kort te leven had, stemde Jan in 2009 in met een ontmoeting.
Nadat hij haar eerst had verteld hoe verdrietig haar vertrek hem indertijd had gemaakt, voegde hij eraan toe dat hij nog nooit zo blij was geweest als op dat moment, nu ze weer bij hem terug was.
Drie uur lang zaten ze daarna hand in hand op de bank, herinneringen ophalend, tot de conclusie dat al die jaren van wrok eigenlijk nergens voor nodig waren geweest.
Die vrede hield stand tot Erica’s dood; bij haar begrafenis legde Jan een rode roos op haar kist en kuste hij het hout.
Honderd brieven als afscheid
Na het overlijden van beide ouders greep van der Linden naar de pen om de gesprekken alsnog te voeren die tijdens hun leven waren blijven liggen.
Bijna honderd brieven schreef hij, gebundeld in het boek ‘En altijd maar verlangen’, uitgegeven door Luitingh-Sijthoff. Niet om zijn ouders alsnog te veroordelen, maar als een vorm van zelfonderzoek.
Zijn conclusie: we blijven ons hele leven in gesprek met onze ouders, of we dat nu willen of niet – en misschien leren we wel het meest van hen op het moment dat ze er niet meer zijn.
Wat het verhaal van Van der Linden laat zien, is dat verzoening met ouders vaak geen eenmalige gebeurtenis is, maar een langzaam proces van jaren, soms zelfs decennia.
De stilte die hij en zijn zus oplegden was begrijpelijk voor een kind van dertien, maar bleek achteraf de grootste belemmering voor herstel.
Pas toen beide partijen bereid waren om met andere ogen naar het verleden te kijken, kon er ruimte ontstaan voor iets anders dan wrok.
Dit soort familiepatronen, waarin oude pijn jarenlang onbesproken blijft, komt vaker terug in gesprekken binnen de spreekkamer.
Wie meer wil lezen over dit soort familiepatronen kan terecht op de thema-pagina psychosociale therapie voor achtergrondartikelen over hechting, familiepatronen en verwerking.
Het boek ‘En altijd maar verlangen’ van Frénk van der Linden, een boek dat in de kern draait om verzoening met ouders, is verschenen bij Luitingh-Sijthoff en biedt een intiem, ongefilterd kijkje in een gezinsgeschiedenis waarin liefde en verraad hand in hand gingen.
Verzoening met ouders vraagt vaak om geduld van beide kanten, en niet elk gezin komt tot hetzelfde eindpunt. Bij de familie Van der Linden ontstond die verzoening met ouders pas nadat oude wonden eindelijk hardop besproken konden worden, iets wat in veel gezinnen jarenlang wordt uitgesteld.
Onderzoek naar gezinsdynamiek laat zien dat verzoening met ouders vaak pas mogelijk wordt wanneer alle betrokkenen de gebeurtenissen vanuit meerdere perspectieven leren zien, zoals ook beschreven in onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut naar gezinnen na een scheiding.
.

