Je komt binnen met je mama en de “verwijsbrief” van de huisarts.
De vraagstelling: Diagnostiek in verband met vermoeden AD(H)D.
Deze leg ik naast me neer, ik kan en ik mag daar niks mee.
Eerder ben ik benieuwd naar jou.
Wie ben jij?
Wat maakt dat je zo veel hoofdpijn hebt?
Hoofdpijn die zich zo kan opstapelen dat je bijna elke dag paracetamol inneemt en er soms zelfs voor zorgt dat je angstig wordt voor je gaat slapen.
Je vertelt en ik zie de bezorgde blik van je mama.
Je vertelt en jij en ik zien de traan bij mama die jij zorgzaam beantwoordt met het aanreiken van een tissue.
Ik zie jou, een jongen van 12 jaar, die op hoog niveau hockey speelt en wekelijks een wissel maakt tussen je plek in het systeem bij mama en een plek in het systeem van papa.
Ik hoor jou en je vertelt me dat je hoofdpijn soms zo toeneemt dat het uiteindelijk als een soort van koptelefoon voelt die niet afkan.
Een overprikkeling………een piekerhoofd.
Je vertelt en ik luister, ben nieuwsgierig naar je verhaal.
Bewegen is voor jou heel belangrijk, juf Petra op school begrijpt dit.
Eerst bewegen dan denken.
Dan blijft je denkhoofd een denkhoofd en wordt het geen piekerhoofd met hoofdpijn.
Bewegen is zo belangrijk, vooral hockey.
Hockey is voor jou niet alleen een hobby, het is voor jou een noodzaak, zoals ademhalen.
Hockey is voor jou als zuurstof.
Te laat komen, niet goed voorbereid zijn voelt voor jou als adem inhouden, je krijgt het niet alleen benauwd…. Je krijgt spanning, stress, hoofdpijn.
Terwijl je dit vertelt, zie ik ook letterlijk je schouders naar boven klimmen tot naast je oren.
Hockey is wat je nodig hebt om jezelf te kunnen zijn.
En als je dan bij papa bent, heb je steeds zorgen of je wel op tijd komt voor de dagelijkse trainingen………. Ervaar je stress, komt er hoofdpijn.
Maar begint het met de zin van papa: “Het is maar hockey.”
Deze zin geeft je een rotgevoel in je keel en als je dan ook daadwerkelijk te laat komt op de training, is het rotgevoel in je keel opgestegen naar je hoofd.
“Het is maar hockey” maakt dat jij je niet serieus genomen voelt.
Dat je het gevoel hebt dat je er niet toe doet.
Het voelt alsof je niet kunt ademen.
Je voelt je schuldig terwijl je het vertelt…….
Schuldig naar je papa.
Maar het lucht ook op…….. je schouders zakken en een traan ontsnapt.
We tekenen een taart als huiswerk en verdelen hem in taartpunten, veel taartpunten gaan naar papa en mama, aanvoerders van het hockeyteam.
Jij krijgt ook een taartpunt, je keel is je alarmbel.
Je rotgevoel in je keel omzetten naar het benoemen van je behoefte, zodat de ander naar je luistert, je begrijpt en je kan helpen. Ik geef je als leidraad een gevoel-telegram waarin een rode, gele en groene smiley het beginpunt zijn.
En jij je plek inneemt in het team.
Katja Ngo-van Hoof is als psychosociaal therapeut gespecialiseerd in het begeleiden van zwangere en kraamvrouwen. Ze begeleidt ouderparen bij het verlies van het (on)geboren kind en bij het verwerken van een traumatische bevalling.
www.counseling-warande.nl

