Laten we niet vergeten dat kleine kinderen meestal groot worden

Miriam Nip over vroegkinderlijk trauma door jong verlies en hoe het overlijden van haar zusje haar leven blijvend heeft beïnvloed.

Betekenis van verlies bij jonge kinderen

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er nog weinig bekend over de invloed van het verlies van een ouder, broer of zus bij jonge kinderen. Lang werd gedacht dat jonge kinderen daarbij geen emoties beleven, dat ze veerkrachtig zijn en je ze beter zo veel mogelijk buiten de situatie rondom het verlies kunt houden. De tijden zijn echter veranderd en er is inmiddels veel meer aandacht voor de betekenis van verlies bij (jonge) kinderen.

Tegenwoordig worden kinderen meer betrokken bij het proces rondom het verlies en de uitvaart. Ouders/verzorgers krijgen voorlichting/tips over het begeleiden van het rouwproces van hun kind. Hoe deze voorlichting er precies uitziet, verschilt per uitvaartbegeleider en uitvaartmaatschappij. Voorbeelden hiervan zijn onder meer: mondelinge voorlichting, een folder met tips over de rouwverwerking bij kinderen, speciale herinneringsboekjes.

Er is niet alleen meer aandacht voor het rouwproces bij kinderen, maar er is ook meer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de betekenis van verlies bij (jonge) kinderen. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek van Mariken Spuij naar kinderen die vastlopen in hun verliesverwerking. Ze promoveerde op het proefschrift Prolonged grief in children and adolescents. Assessment, correlates and treatment (Spuij, 2014). Ze toonde onder meer aan dat een klein deel van de rouwende kinderen lijdt aan gecompliceerde rouw. Deze kinderen lopen dusdanig vast, dat professionele hulp noodzakelijk is.

Kleine kinderen worden meestal groot, maar niet altijd helaas. Dat jong verlies impact kan hebben op de rest van iemands leven, is iets dat nog niet door iedereen onderkend wordt. Met dit artikel wil ik eraan bijdragen dat meer mensen zich realiseren wat jong verlies inhoudt en wat de consequenties kunnen zijn. Daarnaast wil ik therapeuten bewust maken van het feit dat vroegkinderlijk trauma door jong verlies een oorzaak kan zijn van iemands psychische problemen.

Mijn verhaal

Al op de eerste lesdag van mijn opleiding Verlies- en Rouwtherapie kwam ik erachter dat het niet raar is dat het overlijden van mijn zus meer impact op mij heeft gehad, dan ik altijd dacht. Het overlijden van mijn zus was een gevoelig onderwerp voor mij. Mijn gevoel kwam niet overeen met de opmerking die ik als kind vaak te horen kreeg van buitenstaanders: ‘Gelukkig was je nog maar één jaar oud.’ Het leek alsof men dacht dat het door mijn jonge leeftijd minder pijnlijk zou zijn en het verlies hierdoor minder impact op mij zou hebben. Ondanks het feit dat de opmerking niet verkeerd bedoeld was, weet ik inmiddels dat de toevoeging ‘gelukkig’ misplaatst is.

Op 20 februari 1984 werd ik geboren als tweede kind van mijn ouders. Mijn zus Esther was op dat moment precies twee jaar en drie maanden oud. Het gezin van mijn ouders was door mijn komst compleet. Op 18 maart 1985 sloeg het noodlot echter toe en overleed mijn zus op driejarige leeftijd aan de gevolgen van een gevaarlijk griepvirus. Plotseling was ik niet meer de jongste, maar werd ik als dreumes van dertien maanden enig kind.

Mijn ouders en hun omgeving dachten in die tijd dat ze mij beter zo veel mogelijk buiten het verlies van mijn zus konden houden. Zij hebben er destijds voor gekozen om mij niet aanwezig te laten zijn bij de uitvaart en ik heb mijn zus ook niet meer gezien na haar overlijden. Gezien de tijdgeest vind ik dat een begrijpelijke keuze. Mijn ouders hebben wel aan mij proberen uit te leggen dat mijn zus nooit meer terug zou komen. De kleine Miriam van dertien maanden was echter niet in staat om te beseffen wat deze woorden betekenden. In de weken na het overlijden van mijn zus, heb ik nog regelmatig naar Esther gevraagd, want de kleine Miriam begreep niet waar haar zus plotseling gebleven was.

Door het overlijden van mijn zus veranderde de gezinssituatie en besloten mijn ouders dat ze graag nog een kind wilden. Op 28 oktober 1986 werd mijn zusje Judith geboren. Haar geboorte zorgde ervoor dat ik systemisch gezien de middelste werd, maar dat heb ik tot voor kort nooit zo gevoeld. Ik voelde mij het oudste kind van het gezin, terwijl ik oorspronkelijk de jongste zou zijn.

Van een veilige naar een minder veilige hechting

Ondanks het feit dat jonge kinderen de woorden nog niet echt begrijpen, ‘verstaan’ ze andere dingen des te beter. Spanning en emoties merken ze juist heel goed op. Ouders die verdrietig zijn gaan anders met hun kind om en onbewust voelen kleine kinderen op energetisch niveau het verdriet en de pijn als ze worden vastgehouden (Fiddelaers-Jaspers, 2020).
Keirse (2017) geeft aan dat, als een broer of zus sterft, je niet alleen je broer of zus verliest, maar ook je ouders aan emotionele ontreddering. Ouders zijn vaak een lange tijd alleen maar in staat om op de automatische piloot voor hun kinderen te zorgen. Ze zijn emotioneel minder of niet beschikbaar. Hierdoor ontstaat er tijdelijk een minder veilige omgeving en dit kan invloed hebben op de hechting van het jonge kind. Dit maakt direct duidelijk dat er niet altijd sprake is van een veilige of onveilige hechting, maar dat er door het verlies van een ouder, broer of zus of door een andere traumatische gebeurtenis, een verschuiving kan plaatsvinden van een veilige naar een (tijdelijk) onveilige hechting.

Keirse geeft ook aan dat als een kind oud genoeg is om een volwassene te herkennen en te ervaren, het kind ook oud genoeg is om te rouwen. Je kunt veranderingen zien in het huilgedrag, slaappatroon en in het eetgedrag.
Bowlby (1980) heeft in de vorige eeuw al aangetoond dat zelfs baby’s protesteren als ze worden geconfronteerd met scheiding, dood en verwaarlozing.
Spuij (2019), auteur van Rouw bij kinderen en jongeren, geeft aan dat het vanzelfsprekend is dat heel jonge kinderen nog niet in staat zijn om te beseffen dat de dood onvermijdelijk en onomkeerbaar is.

Bewustwording

Op een lesdag over verlies en gehechtheid werd ik mij ervan bewust dat er niet altijd sprake is van ofwel een veilige ofwel een onveilige hechting, maar dat het gecompliceerder kan liggen. Terugkijkend op mijn jeugd denk ik, dat er bij mij sprake was van een veilige hechting tot het overlijden van mijn zus.
Ondanks het feit dat mijn ouders het beste met mij voor hadden en ik ervan overtuigd ben dat ze het op dat moment niet beter hadden kunnen doen, zorgde hun intense verdriet ervoor dat ze tijdelijk minder emotioneel beschikbaar waren voor mij.
En hoe je het ook wendt of keert, dit heeft invloed gehad op mijn hechtingsgeschiedenis. Dit is niet alleen een aanname van mij, maar deze conclusie trek ik ook op basis van alle informatie die ik van mijn ouders heb gekregen. Mijn gedrag veranderde na het overlijden van mijn zus. Ik luisterde niet goed meer en was een echt handenbindertje. Mijn gedrag van toen is, denk ik, een vorm geweest van hyperactiveren, om de nabijheid van mijn ouders te verzekeren (Verthriest & Maes, 2017). In deze periode was de wereld voor mij soms onvoorspelbaar en ik was als dreumes af en toe hard aan het werk om ervoor te zorgen dat mijn ouders op mij reageerden. Er was tijdelijk sprake van een onveilige (gepreoccupeerde) hechting (Verthriest & Maes).

Vroegkinderlijk trauma en verliestrauma

Vroegkinderlijk trauma kan worden veroorzaakt door een traumatische gebeurtenis, die heeft plaatsgevonden in de periode vanaf de conceptie tot aan het einde van het tweede levensjaar (Bartelsman-Rosenbach, 2023). Bij een trauma denken mensen vaak aan de gevolgen van heftige situaties zoals geweld, mishandeling, seksueel misbruik. Een trauma kan echter ook worden veroorzaakt door het verlies van een dierbare. Dit heet ook wel een verliestrauma. Ruppert (2019) geeft aan dat een verliestrauma ontstaat door een verlies of scheiding van mensen met wie er een emotionele relatie bestaat. Het meest ingrijpende verliestrauma is, behalve de dood van een moeder voor een kind, de dood van een kind voor zijn moeder.

Jong verlies is een verliestrauma, een jong kind verliest iemand die uiterst waardevol en niet vervangbaar is (Noten, 2015). Deze verklaring maakt duidelijk dat de impact van jong verlies groot is. Bij jong verlies heerst bij veel mensen nog steeds de mythe ‘het is nog maar een kind’ (Keirse, 2021). Het is dan ook niet raar dat veel mensen zich er niet van bewust zijn, dat er bij hen sprake kan zijn van vroegkinderlijk trauma. Daar komt bij dat veel mensen nog nooit van dit begrip gehoord lijken te hebben. Om een trauma te kunnen helen, is het van belang dat de waarheid en werkelijkheid onderkend wordt (Broughton, 2020). Het is dan uiteraard wel essentieel dat we weten dat er sprake is van een trauma. Daarnaast geeft Broughton aan dat, zelfs als we wel weten dat we last hebben van een trauma, het moeilijk is om te herkennen wat de werkelijke impact hiervan is en hoe we ermee moeten omgaan.
In haar boek Stilstaan bij trauma (2020) stelt ze dat trauma zich op verschillende manieren kan uiten: ongelukkig zijn als er geen gezelschap is, een hevig verlangen hebben naar gezelschap en vriendschap, bang zijn voor relaties en intimiteit, zich alleen wel veilig maar niet gelukkig voelen, zich snel in de steek gelaten voelen, goedkeuring van anderen zoeken, het moeilijk vinden om beslissingen te nemen en helder te denken, de neiging hebben om beslissingen en eigen verantwoordelijkheid af te schuiven, ‘samen te vloeien’ met anderen en zich verward te voelen, zich hulpeloos voelen en gemakkelijk overweldigd raken. Getraumatiseerde personen worden soms ook autoritair, arrogant of eigenzinnig als afweerreactie.

Ruppert (2022) heeft een traumamodel geïntroduceerd. Hij geeft aan dat na een traumatische gebeurtenis er een splitsing kan optreden in iemands psyche. De psychische structuur bestaat dan uit drie delen: het traumadeel, het overlevingsdeel en het gezonde deel.
Het traumadeel bewaart de herinnering aan het trauma, de ervaring van het bewuste moment en de gevoelens van hulpeloosheid en machteloosheid van toen.
Het traumadeel is bevroren geraakt tijdens het trauma. Het is constant op zoek naar mogelijkheden om in het bewustzijn door te dringen, het is stil blijven staan op de leeftijd waarop het trauma heeft plaatsgevonden (Broughton, 2020). Het overlevingsdeel zorgt ervoor dat de onverdraaglijke werkelijkheid van de gevoelens van onmacht en hulpeloosheid uit ons bewustzijn worden verbannen. Dit zorgt er dan weer voor dat we ons in een traumatiserende omgeving goed kunnen bewegen en het sociale contact met onze omgeving niet verliezen (Ruppert, 2022). Het gezonde deel verlangt naar integratie van de delen, het weet dat er iets niet in orde is. Het wil de persoon weer helen en de afgesplitste delen integreren. Kenmerken die bij het gezonde deel horen zijn bijvoorbeeld: helder nadenken, zoeken naar de waarheid, eerlijkheid en de realiteit en het maken van goede keuzes en juiste beslissingen (Broughton, 2020). Kortom, ‘gezond gedrag’ hoort bij het gezonde deel.

Bartelsman-Rosenbach (2023) geeft aan dat als er een trigger opspeelt of als er sprake is van hoge stress, er een verschuiving kan plaatsvinden in ons bewustzijn. Het gedrag wordt dan niet langer aangestuurd door het gezonde deel van ons bewustzijn, maar het wordt dan overgenomen door het overlevings- of traumadeel.
Ruppert (2022) geeft aan dat de ervaring leert dat voor het verwerken van traumatische levenservaringen vier stappen nodig zijn: het versterken van de gezonde delen; het ontmaskeren van de overlevingsstrategieën van het overlevingsdeel; het contact herstellen tussen het gezonde en getraumatiseerde deel; het in stand houden van de bereikte situatie: hiermee is het begin van een gezonde verdere ontwikkeling in gang gezet.

Het onderzoek Stapeltjesverdriet van Sabine Noten (2009) heeft duidelijk gemaakt dat jong verlies (veel) impact kan hebben op de rest van iemands leven. Wat de impact hiervan precies is, heeft te maken met hoe de omgeving met de situatie is omgegaan. Jonge, rouwende kinderen kun je het beste helpen door ze liefde en aandacht te geven (Noten, 2009). Door de emotionele ontreddering zijn ouders soms minder of niet in staat om hun kind hierin te voorzien. Het is dan van belang dat er anderen zijn die hen hierin bijstaan (Fiddelaers-Jaspers, 2020).

Inzichten door leertherapie

Lange tijd heb ik gedacht dat ik geen last heb gehad van het overlijden van mijn zus. Door de opleiding veranderde mijn kijk hierop. Leertherapie heeft ervoor gezorgd dat er belangrijke levensvragen voor mij zijn beantwoord. In mijn hoofd heb ik ruimte gekregen om in te zien dat mijn zus niet alleen staat voor verdriet en verlies, maar ook voor de eerste periode in mijn leven waarin wij als gezin gelukkig waren. Ik kan door deze leertherapie eindelijk over mijn zus praten, zonder dat ik overspoeld word door emoties. Tranen zullen er echt nog wel komen, maar het geeft lucht dat ik het overlijden van mijn zus eindelijk in een breder perspectief kan plaatsen.

Ik ben er ook achter gekomen dat door mijn jonge verlies (het overlijden van mijn zus) en het verliestrauma van mijn ouders, er bij mij waarschijnlijk sprake is van vroegkinderlijk trauma (en verliestrauma). Zoals Broughton (2020) al aangeeft, is het lastig om te herkennen wat de werkelijke impact hiervan is. Dit geldt ook voor mij. Wat hoort bij mijn persoonlijkheid en wat wordt veroorzaakt of versterkt door het vroegkinderlijke trauma?

‘Laten we niet vergeten dat kleine kinderen meestal groot worden.’ Dit is een zin die ik af en toe tegen mezelf zou moeten zeggen op de momenten dat mijn hoofd met mij aan de haal gaat. Ik kan dan verschrikkelijke situaties voor mij zien, waarin er iets vreselijks gebeurt met mijn kinderen. Ik zou het ook tegen ‘het kind Miriam’ willen zeggen, het meisje dat vroeger wakker kon liggen, omdat ze keelpijn had en bang was dat ze zou gaan stikken. Ik weet nu wel zeker dat dit uitingen zijn en waren van mijn traumatische verlieservaringen als dreumes.
De titel slaat op de impact die jong verlies kan hebben op de rest van iemands leven en ook op wat vroegkinderlijk trauma kan veroorzaken. Grote mensen zijn kind geweest en het is dan ook van groot belang dat wij als therapeut aandacht hebben voor het hele levensverhaal waarin ook uitgebreid de kindertijd van onze cliënt naar voren komt.

Door het overlijden van mijn zus ben ik me er gevoelsmatig van bewust dat het noodlot plotseling kan toeslaan. Dit heeft er bij mij voor gezorgd dat ik nooit de deur uitga zonder mijn man en kinderen te groeten. De gedachten en gevoelens die ik hierbij heb, vallen als puzzelstukjes op hun plaats in het onderstaande gedicht van Toon Hermans.

Ga nooit weg zonder te groeten
Ga nooit weg zonder te groeten,
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen.
Loop nooit weg zonder te praten,
dat doet soms een hart zo pijn.
Wat je ’s morgens hebt verlaten,
kan er ’s avonds niet meer zijn.

Miriam Nip woont samen met haar man en kinderen in Heerenveen. Ze is werkzaam als zorgfunctionaris op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. In mei is ze afgestudeerd als Verlies- & rouwtherapeut op de Sociale Academie in Utrecht. Als verlies en rouwtherapeut heeft ze o.a. de ambitie om meer mensen bewust te maken, dat het verlies van een ouder, broer(tje) of zus(je) veel impact kan hebben op het jonge kind en op de rest van zijn/haar leven.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen