Belemmerende overtuigingen zoals deze ontstaan vaak op jonge leeftijd, uit een enkele opmerking die niemand bewust als kwetsend bedoelde. Psychosociaal therapeut Astrid Waernes deelt in deze persoonlijke column hoe zo’n moment jarenlang gedrag kan sturen.
Soms zijn het niet de grote gebeurtenissen, maar is het een enkele zin die je je hele leven bijblijft. Ik was een jaar of tien toen mijn oma bij ons thuis oppaste. Ze zat samen met haar zus op de bank toen ik vrolijk de kamer binnenhuppelde. “Wat eten we vanavond?” vroeg ik.
“Sperziebonen met aardappels en vlees”, antwoordde ze. Mijn spontane reactie: “Bleeh!”
Ik draaide me om en liep terug de gang in. Achter mij hoorde ik mijn oma zacht tegen haar zus zeggen: “Ach, gewoon een verwend kreng.”
Stokstijf bleef ik staan. Ik? Een verwend kreng? En vooral het woord “kreng”. Maar ik was toch een goed kind? Ik deed mijn best, was vriendelijk en behulpzaam. Het raakte me diep, en ik wist toen nog niet dat die woorden een onzichtbaar litteken zouden achterlaten.
Want wat gebeurt er als een kind zoiets hoort? Een kind leeft nog sterk vanuit de overtuiging dat woorden de waarheid zijn. Wat een volwassene zegt, neem je aan als feit. Mijn brein registreerde: “Ik ben verwend, dat mag niet. Ik moet zorgen dat niemand mij ooit zo ziet.”
Dit fenomeen heet “interne overtuigingen”: het kind neemt de woorden van een belangrijke volwassene op als waarheid en leeft daar onbewust naar.
Onbewust ga je je gedrag aanpassen. Ik deed extra mijn best om niet te veel te vragen, niet te veel te willen, en vooral om niet egoïstisch over te komen. De angst om “verwend” gevonden te worden, wandelde als een stille schaduw met me mee.
Zo werkt het bij veel kinderen en als volwassene kom je daar later pas achter: een enkele zin, misschien gedachteloos uitgesproken, kan een van deze belemmerende overtuigingen vormen die jarenlang je gedrag beïnvloedt. Ons brein is op jonge leeftijd als nat cement: indrukken worden makkelijk vastgelegd en harden daarna uit tot patronen. Het zijn vaak kleine opmerkingen: “Stel je niet zo aan.” “Doe maar gewoon.” “Je bent altijd zo druk”, die bepalen hoe je naar jezelf gaat kijken.
En toch… diezelfde zinnen kunnen, als we ouder worden, ook een uitnodiging zijn. Een uitnodiging om stil te staan bij waar onze overtuigingen vandaan komen. Klopt het nog wat ik toen ben gaan geloven? Is het werkelijk waar dat ik verwend ben, of was dat slechts een losse opmerking uit frustratie of vermoeidheid van een persoon?
Om belemmerende overtuigingen boven tafel te krijgen, stel ik aan mijn volwassen cliënten vaak de vraag: “Wat is het naarste wat iemand ooit tegen je heeft gezegd?” Bijna altijd komt er dan meteen een zin naar boven, vaak uit de kindertijd. En die zin blijkt vaak de basis te zijn van een van deze belemmerende overtuigingen.
De kracht zit erin dat we als volwassenen opnieuw kunnen kiezen. We hebben de kans om die oude stem te vervangen door onze eigen stem door die ene zin te leren veranderen, zodat hij ons niet langer klein maakt maar ons juist kracht geeft.
Misschien is dit wel de mooiste boodschap: woorden kunnen raken, maar ze hoeven ons niet te bepalen.
Astrid Waernes is psychosociaal therapeut en runt al 17 jaar WAERNES. Ze heeft zich jarenlang verdiept in het gedrag van kinderen en volwassenen en begrijpt steeds meer hoe belangrijk de taal is die we tegen elkaar spreken. Ze schreef drie boeken. www.waernes.nl
De psychologie achter belemmerende overtuigingen
Wat Waernes beschrijft, sluit aan bij wat in de ontwikkelingspsychologie bekend staat als kernovertuigingen of ‘core beliefs’: diepgewortelde aannames over jezelf die op jonge leeftijd worden gevormd, vaak op basis van herhaalde ervaringen of een enkele emotioneel geladen gebeurtenis. Kinderen hebben nog beperkt vermogen om de context van een uitspraak te wegen, waardoor een terloopse opmerking van een belangrijke volwassene als absolute waarheid kan worden opgeslagen. Cognitieve gedragstherapie, zoals beschreven door het Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie, werkt onder andere met het herkennen en herformuleren van dit soort belemmerende overtuigingen.
Belemmerende overtuigingen zijn dus niet blijvend vastgezet. Het goede nieuws is dat het brein op elke leeftijd aanpassingsvermogen behoudt, ook al wordt dat vermogen naarmate we ouder worden kleiner. Door bewust stil te staan bij waar een overtuiging vandaan komt en te toetsen of die nog klopt, kunnen volwassenen hun belemmerende overtuigingen geleidelijk ombuigen, zoals ook Waernes in haar praktijk regelmatig ziet gebeuren. Bij hardnekkige of diepgewortelde patronen die het dagelijks functioneren beïnvloeden, kan begeleiding door een psycholoog of therapeut helpen om dit proces te versnellen. Meer persoonlijke columns binnen dit thema staan bij TCC Magazine 2025.
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een belemmerende overtuiging bij jezelf?
Vaak gaat het om een terugkerende gedachte die begint met “ik ben” of “ik mag niet”, die je gedrag stuurt zonder dat je je er actief bewust van bent, totdat je er bewust bij stilstaat.
Kun je hardnekkige belemmerende overtuigingen zelf veranderen?
Vaak wel, door bewust te onderzoeken waar de belemmerende overtuiging vandaan komt en of die nog klopt. Bij diepgewortelde of hardnekkige patronen kan begeleiding door een therapeut helpen.
Wat kun je doen als belemmerende overtuigingen invloed hebben op relaties?
Herken het patroon, benoem de belemmerende overtuiging hardop tegen jezelf of een naaste, en overweeg professionele hulp als het patroon je relaties blijft beïnvloeden.
Waarom vormen kinderen zo makkelijk belemmerende overtuigingen?
Kinderen nemen uitspraken van belangrijke volwassenen vaak letterlijk en zonder context als waarheid aan, waardoor zelfs een terloopse of frustratie-gedreven opmerking een blijvende indruk kan achterlaten.



