Soms zijn het niet de grote gebeurtenissen, maar is het een enkele zin die je je hele leven bijblijft. Ik was een jaar of tien toen mijn oma bij ons thuis oppaste. Ze zat samen met haar zus op de bank toen ik vrolijk de kamer binnenhuppelde. “Wat eten we vanavond?” vroeg ik.
“Sperziebonen met aardappels en vlees”, antwoordde ze. Mijn spontane reactie: “Bleeh!”
Ik draaide me om en liep terug de gang in. Achter mij hoorde ik mijn oma zacht tegen haar zus zeggen: “Ach, gewoon een verwend kreng.”
Stokstijf bleef ik staan. Ik? Een verwend kreng? En vooral het woord “kreng”. Maar ik was toch een goed kind? Ik deed mijn best, was vriendelijk en behulpzaam. Het raakte me diep, en ik wist toen nog niet dat die woorden een onzichtbaar litteken zouden achterlaten.
Want wat gebeurt er als een kind zoiets hoort? Een kind leeft nog sterk vanuit de overtuiging dat woorden de waarheid zijn. Wat een volwassene zegt, neem je aan als feit. Mijn brein registreerde: “Ik ben verwend, dat mag niet. Ik moet zorgen dat niemand mij ooit zo ziet.”
Dit fenomeen heet “interne overtuigingen”: het kind neemt de woorden van een belangrijke volwassene op als waarheid en leeft daar onbewust naar.
Onbewust ga je je gedrag aanpassen. Ik deed extra mijn best om niet te veel te vragen, niet te veel te willen, en vooral om niet egoïstisch over te komen. De angst om “verwend” gevonden te worden, wandelde als een stille schaduw met me mee.
Zo werkt het bij veel kinderen en als volwassene kom je daar later pas achter: een enkele zin, misschien gedachteloos uitgesproken, kan een overtuiging vormen die jarenlang je gedrag beïnvloedt. Ons brein is op jonge leeftijd als nat cement: indrukken worden makkelijk vastgelegd en harden daarna uit tot patronen. Het zijn vaak kleine opmerkingen: “Stel je niet zo aan.” “Doe maar gewoon.” “Je bent altijd zo druk”, die bepalen hoe je naar jezelf gaat kijken.
En toch… diezelfde zinnen kunnen, als we ouder worden, ook een uitnodiging zijn. Een uitnodiging om stil te staan bij waar onze overtuigingen vandaan komen. Klopt het nog wat ik toen ben gaan geloven? Is het werkelijk waar dat ik verwend ben, of was dat slechts een losse opmerking uit frustratie of vermoeidheid van een persoon?
Vaak stel ik aan mijn volwassen cliënten de vraag: “Wat is het naarste wat iemand ooit tegen je heeft gezegd?” Bijna altijd komt er dan meteen een zin naar boven, vaak uit de kindertijd. En die zin blijkt vaak de basis te zijn van een belemmerende innerlijke overtuiging.
De kracht zit erin dat we als volwassenen opnieuw kunnen kiezen. We hebben de kans om die oude stem te vervangen door onze eigen stem door die ene zin te leren veranderen, zodat hij ons niet langer klein maakt maar ons juist kracht geeft.
Misschien is dit wel de mooiste boodschap: woorden kunnen raken, maar ze hoeven ons niet te bepalen.
Astrid Waernes is psychosociaal therapeut en runt al 17 jaar WAERNES. Ze heeft zich jarenlang verdiept in het gedrag van kinderen en volwassenen en begrijpt steeds meer hoe belangrijk de taal is die we tegen elkaar spreken. Ze schreef drie boeken. www.waernes.nl

