Je luistert, je helpt en je doet alles voor je cliënten, maar wie zorgt er voor jou? Altijd klaarstaan voor anderen voelt voor veel therapeuten als vanzelfsprekend, totdat ze vastlopen.
Hypnotherapeuten Anneke Dusseljee en Menno Littel kennen de druk als geen ander en creëerden met HypnoLab een veilige plek waar therapeuten zichzelf kunnen ontwikkelen én leren hoe ze gezond en veerkrachtig blijven.
Burn-out onder therapeuten komt steeds vaker voor, vooral onder jonge professionals. Welke specifieke factoren dragen daar volgens jullie aan bij?
Menno: ‘Therapeuten horen constant verhalen van hun cliënten, vaak zwaar en emotioneel. Als je niet bewust ruimte maakt om die verhalen los te laten, draag je ze met je mee. Dat kan leiden tot het gevoel dat je gevangen zit in andermans problematiek. Ik zie ook vaak dat therapeuten, juist omdat ze empathisch zijn, te veel ‘invoelen’. Ze ervaren de pijn van de ander bijna alsof het hun eigen pijn is. Dat maakt het moeilijker om professioneel afstand te houden. Het is belangrijk om vanuit compassie te werken – je begrijpt het leed van de ander, maar je hoeft het niet één-op-één over te nemen.’
Anneke: ‘Een andere factor is de drang om iedereen te willen helpen. Vooral jonge therapeuten hebben vaak het idee dat ze alles aan moeten kunnen. Maar op een gegeven moment kom je erachter dat dat niet realistisch is. Ik heb dat zelf ervaren. Toen ik begon, dacht ik dat ik iedereen kon helpen. Als dat dan niet lukte, voelde het alsof ik faalde. Ik ging daardoor alleen maar nog harder werken, wat leidde tot allerlei fysieke en mentale klachten.’
Wat zijn de signalen dat een therapeut richting een burn-out gaat?
Anneke: ‘Bij mij begon het met slecht slapen. Mijn hoofd bleef maar malen over cliënten en situaties die ik niet kon loslaten. Dat uitte zich lichamelijk in huidproblemen. Ik kreeg jeuk en mijn huid werd zo droog dat de vellen er letterlijk bij hingen. Natuurlijk had ik wel door dat er iets niet goed ging, maar ik dacht: dat gaat wel weer over. Totdat een collega me ermee confronteerde en zei: ‘Je moet hier iets aan doen, nu stop je ermee.’ Niet zo zeer met mijn werk, maar wel met de manier waarop ik ermee bezig was. Om me heen zie ik vaak dat therapeuten signalen negeren, net zoals ik dat zelf deed. Dat heeft te maken met het idee dat je een mislukking bent als je toegeeft dat het niet goed gaat.’
Menno: ‘Veel therapeuten worstelen met het gevoel dat ze hun eigen problemen niet mogen hebben. Ze denken: ik ben toch therapeut, waarom kan ik dit niet zelf oplossen? Dat idee van ‘falen’ versterkt de stress die je hebt alleen maar, waardoor je uiteindelijk richting een burn-out kunt gaan.’
Is er een verschil tussen hoe beginnende en ervaren therapeuten omgaan met werkdruk en emotionele belasting?
Menno: ‘Beginnende therapeuten lopen vaker tegen hun grenzen aan. Dat is eigenlijk wel logisch. Als je net start, wil je iedereen helpen. Je hebt je opleiding afgerond, je hebt de energie en drive en je gaat ervoor. Maar op een gegeven moment kom je jezelf tegen. Je leert je grenzen kennen en hopelijk ook hoe je daarmee om moet gaan. Dat hoort erbij. Het kan overigens ook bij ervaren therapeuten gebeuren dat ze in dezelfde valkuilen trappen. Niemand is daar volledig immuun voor, maar jongere therapeuten hebben hierin nog meer te leren.’
Anneke: ‘Ik zie wel dat zelfstandig ondernemers vaak iets beter hun tijd kunnen indelen. Ze hebben meer controle over hun agenda en kunnen daardoor beter bijtanken. Zelf heb ik daar ook veel van geleerd. Toen ik jonger was, werkte ik zeven dagen per week, zelfs op zondag, omdat ik dacht dat het moest. Inmiddels weet ik dat ik tijd nodig heb om op te laden. Ik merk ook dat therapeuten die in een organisatie werken, vaak het gevoel hebben dat ze niet gehoord worden of geen zeggenschap hebben. Ze hebben een never-ending agenda, met afspraak na afspraak na afspraak. Omdat er niemand is bij wie ze hun hart even kunnen luchten, krijgen ze het gevoel dat zij de enige zijn die soms tegen een muur aanlopen.’
Wanneer moeten er alarmbellen gaan rinkelen?
Anneke: ‘Wanneer je fysieke klachten krijgt, moet je dat serieus nemen. Voor de een zijn dat darmklachten, voor de ander is dat een overbelaste nek of schouders. Bij mij was het mijn huid die opspeelde. Het begint met luisteren naar je lichaam, want dat geeft vaak als eerste een seintje dat je tegen je grenzen aanloopt. Hoofdpijn, een kort lontje of emotionele uitputting zijn ook duidelijke tekenen dat er iets aan de hand is. Wat daarbij belangrijk is, is bewustwording van bepaalde patronen: merk je dat je vaker slecht slaapt of dat je ‘s nachts ligt te piekeren? Dan is dat een moment om een pas op de plaats te maken.’
Menno: ‘Reflectie is essentieel. Blijf niet tegen de klippen op nieuwe cliënten aannemen, maar bespreek met je collega’s of in een intervisiegroep dat je het idee hebt dat je niet helemaal lekker in de wedstrijd zit. Soms zien anderen wat jij over het hoofd ziet.’
Hebben jullie HypnoLab daarom opgezet?
Anneke: ‘Ja, precies. Het idee voor HypnoLab ontstond uit een combinatie van persoonlijke ervaring en wat we om ons heen zagen bij collega’s. Zowel Menno als ik werken al jaren in dit vakgebied en we weten hoe eenzaam het kan zijn. Veel therapeuten werken alleen en hebben niemand om mee te sparren of om hun zorgen mee te delen. Dat is waarom we HypnoLab zijn begonnen: om een community te creëren waar therapeuten zich gesteund voelen en zichzelf kunnen blijven ontwikkelen.’
Menno: ‘Anneke en ik hebben onze praktijken in hetzelfde gebouw, dus we kunnen makkelijk bij elkaar binnenlopen. Elke dag merken we hoe waardevol het is dat we na een moeilijke sessie of tijdens de lunchpauze even samen kunnen reflecteren. Dat is echter niet de realiteit voor de meeste therapeuten. Met HypnoLab willen we een soort digitale ontmoetingsplek maken, waar kennisdeling en persoonlijke ontwikkeling centraal staan.’
Hoe helpt HypnoLab therapeuten concreet?
Anneke: ‘HypnoLab is een zelfontwikkelingsplatform dat openstaat voor alle therapeuten – niet alleen hypnotherapeuten. We bieden modules over uiteenlopende onderwerpen, zoals omgaan met stress, beter slapen en specifieke technieken voor complexe casussen. Daarnaast organiseren we maandelijks ‘HypnoBubbels’: onlinesessies waarin therapeuten samenkomen om te leren, reflecteren en elkaar te ondersteunen. Deze sessies beginnen vaak met een verbindingsmeditatie, gevolgd door een educatief deel en we sluiten af met een HypnoMeditatie.’
Menno: ‘Wat HypnoLab uniek maakt, is dat het niet alleen gaat om theorie, maar ook om praktische toepasbaarheid. Therapeuten kunnen wat ze leren direct meenemen naar hun praktijk. We hebben daarnaast een onlinecommunity waar therapeuten binnen een veilige omgeving vragen kunnen stellen en tips kunnen uitwisselen. We zien vaak dat therapeuten zichzelf een onrealistisch hoge standaard opleggen. In onze community wordt duidelijk dat iedereen te maken heeft met vergelijkbare uitdagingen. Het is een reminder dat je niet alleen bent en dat hulp vragen een kracht is, geen zwakte. We horen vaak terug dat de herkenning en steun van andere therapeuten een enorme opluchting zijn.’
Welke stappen kunnen therapeuten zelf nemen om beter voor zichzelf te zorgen?
Menno: ‘Dat begint met het opzetten van een goede intervisiegroep. Zorg dat je mensen om je heen hebt met wie je kunt sparren, niet alleen over successen, maar juist over dingen die je moeilijk vindt. Reflectie en feedback zijn cruciaal, want daardoor kom je vaak op oplossingen waar je zelf niet aan hebt gedacht. Met een simpele maatregel als wat meer ruimte inplannen tussen sessies of wat vaker pauzeren kan bijvoorbeeld al heel makkelijk worden voorkomen dat je over je eigen grenzen gaat.’
Anneke: ‘Als Menno en ik een dag in onze praktijk aan het werk zijn, zitten we de hele dag op onze kont. We hebben in ons gebouw een groot trappenhuis en lopen dagelijks samen die trappen een paar keer op en neer. Tussen de middag lopen we standaard even naar de supermarkt, dan hebben we ons loopje en halen we meteen iets te eten. Dan ben je er toch even uit. Het is goed om twee of drie keer per week te sporten, maar het is nog beter om beweging te integreren in je dagelijkse activiteiten. Loop een rondje, neem de trap, ga even naar buiten. Het zijn kleine dingen die een groot verschil maken, zoals elke keer even een korte ademhalingsoefening doen na een sessie.’
Jullie noemen HypnoLab ‘de Nederlandse Mindvalley’. Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?
Menno: ‘Onze droom is om het platform uit te breiden met nog meer gespecialiseerde modules, zoals omgaan met rouw of specifieke technieken voor stressmanagement. Ook denken we aan het organiseren van live-evenementen, zodat therapeuten elkaar in persoon kunnen ontmoeten. Dat biedt weer een extra laag van verbinding en interactie.’
Anneke: ‘HypnoLab moet toegankelijk zijn en blijven voor een brede groep. Het is niet alleen bedoeld voor hypnotherapeuten, maar ook voor psychologen, coaches, fysiotherapeuten – eigenlijk iedereen die werkt in een hulpverlenend beroep. Hoe meer kennis en ervaringen we delen, hoe sterker we als beroepsgroep worden. Dat is waar we naartoe willen: een community die elkaar ondersteunt en samen groeit.’
Wat willen jullie therapeuten meegeven die nu, vandaag, worstelen met hun werkdruk?
Anneke: ‘Durf eerlijk te zijn naar jezelf. Herken je grenzen en wees niet bang om hulp te vragen, of dat nu bij collega’s, een supervisor of een platform zoals HypnoLab is. Vergeet niet dat jezelf ontwikkelen een levenslang proces is. Blijf leren, blijf groeien en sta open voor nieuwe inzichten. Dat is niet alleen goed voor jou, maar ook voor de cliënten die je begeleidt. Dat is precies wat we met HypnoLab willen ondersteunen.’
Menno: ‘Bouw momenten van rust in je dag. Neem die korte pauzes, beweeg, adem, reflecteer – het zijn kleine aanpassingen die je helpen om duurzaam te blijven werken. En onthoud: je bent niet alleen. Er zijn altijd anderen die hetzelfde ervaren en bereid zijn om met je mee te denken.’
Meer weten? Kijk op www.hypnolab.online

