Het is de overgang

Interview met GZ-psycholoog Arentina Drenth over hoe hormonale veranderingen tijdens de overgang het mentale welzijn van vrouwen beïnvloeden

Interview met Arentina Drenth

Arentina Drenth is GZ-psycholoog en gedragstherapeut en schreef drie boeken, waarvan de laatste, Het ligt niet aan jou, het is de overgang, onlangs verscheen. Het is geschreven vanuit de ervaringen die ze tegenkwam in haar praktijk en vanuit haar eigen ervaringen. In het boek legt ze helder en in begrijpelijke taal uit hoe hormonale veranderingen – met name van oestrogeen, progesteron en testosteron – een enorme invloed hebben op het mentale welzijn van vrouwen.

Mentale klachten

‘Ik denk dat de overgang een belangrijk onderwerp is voor professionals die werken aan mentale gezondheid, omdat bij de overgang mentale klachten vaak als eerste naar voren komen. Gevoelens van angst, van somberheid, boosheid, irritatie. Het kan ook gaan om heel kleine dingen: ineens vind je dat je man te veel lawaai maakt tijdens het eten en dat irriteert je. En het irriteert je zo, dat je je niet meer kunt inhouden en er wat van moet zeggen. Ook slaapproblemen komen veel voor, problemen met concentratie en geheugen en verminderende energie. Allemaal dingen waardoor we als vrouw minder gaan functioneren en die vaak niet in verband worden gebracht met de overgang.’

Passie

‘Tijdens mijn opleiding tot psycholoog en de verschillende nascholingen die ik gevolgd heb, heeft nooit iemand gezegd dat de overgang mentale klachten kan geven. Persoonlijk ben ik hier ook tegenaan gelopen en het is echt mijn passie geworden de overgang meer onder de aandacht te brengen. Ik zou willen dat collega’s in het werkveld ook aan de overgang denken wanneer ze vrouwen met mentale klachten in hun praktijken zien. Leg ze een lijst voor met overgangsklachten, zoals in mijn boek, en laat ze die scoren. Vraag door. Het kan zijn dat ze nog geen verschil merken in hun menstruatie, maar dat er al wel wat aan het veranderen is waardoor klachten ontstaan.

Met mijn boek wil ik vrouwen alles meegeven wat ik zelf over de overgang weet, zodat iedere vrouw voor zichzelf kan kiezen hoe ze met overgangsklachten wil omgaan.

Zelf ben ik er weer bovenop gekomen door hormoontherapie, maar juist daarover is nog maar zo weinig bekend bij veel vrouwen. Daarom heb ik in mijn boek wetenschappelijk onderzoek en betrouwbare informatie gebundeld zodat vrouwen op basis daarvan keuzes kunnen maken.’

De perimenopauze
De perimenopauze is de start van de overgang, die tien jaar voor de laatste menstruatie kan beginnen. Als de menstruatie helemaal stopt, is er geen eirijping en eisprong meer. Dit gaat niet in één keer, maar is een langzaam proces tijdens de perimenopauze. Het verschilt per vrouw wanneer ze in de perimenopauze komt. Hiervoor moet je weten wanneer haar laatste menstruatie is, maar dat weet je natuurlijk pas achteraf. Er zijn wel gemiddelden te vinden. Zo is het voor Europese vrouwen normaal om voor de laatste keer ongesteld te zijn tussen de 45 en 56.
Uit: Het ligt niet aan jou, het is de overgang

Verpsychologiseren

‘Overgangsklachten beginnen niet wanneer de menstruatie stopt. Al voor de laatste menstruatie kan een vrouw klachten krijgen. Soms al tien jaar ervoor. De gemiddelde leeftijd voor de overgang ligt rond het 51ste levensjaar, maar gemiddelden worden altijd berekend met verschillen. Het normaal ligt tussen het 45ste levensjaar en het 56ste levensjaar. Dat betekent dus dat je al vanaf je 35ste levensjaar klachten kunt krijgen.

Het vervelende is dat dat in eerste instantie niet de opvliegers of het nachtzweten zijn, waar huisartsen de overgang aan linken. Het zijn vaak mentale klachten of gewrichtsklachten maar ook hartklachten komen voor. Een vrouw wordt vervolgens naar een fysiotherapeut gestuurd, naar een psycholoog of naar een cardioloog. Daar komt echter niet veel uit, want de oorzaak is de overgang.

Ik ben van mening dat wat biologisch is, biologisch aangepakt moet worden. Dat moet je niet verpsychologiseren. Ik werk ontzettend graag als psycholoog, maar als er geen psychologische oorzaak is, kan ik dat als psycholoog niet goed behandelen. Als de oorzaak biologisch is, namelijk het afnemen van de oestrogeen, progesteron en eventueel testosteron, dient dát aangepakt te worden.’

Uitsluiten

‘Ik heb geen idee waarom er geen of maar heel weinig aandacht wordt besteed aan de overgang tijdens een universitaire psychologieopleiding. Zo heb ik ook nooit geleerd dat mentale klachten veroorzaakt kunnen worden door een tekort aan vitamine D of B12.

Het eerste dat ik vraag aan vrouwen die klachten hebben die lijken op de overgang, is hoe hun vitamine B- en D-status eruitziet, hoe het met de schildklier en bijnieren gaat en of er mogelijk sprake is van slaapapneu. Verschillende oorzaken die allemaal dezelfde klachten kunnen geven als bij de overgang. Dat wil ik dus uitsluiten.

Daarom benadruk ik in mijn boek, dat, vóórdat je hormoontherapie overweegt, je deze oorzaken uitsluit.’

De menopauze
Na de perimenopauze komt de volgende fase: de menopauze. Die start één jaar na de laatste menstruatie en duurt gemiddeld vier tot zes jaar, al kan het ook korter of langer zijn. In deze tweede fase zijn de eicellen op. Er groeit geen eicel met omhulsel meer in de eierstokken, waardoor er dus ook geen eisprong meer plaatsvindt. Hierdoor is er een flinke daling van oestrogeen en progesteron.
Uit: Het ligt niet aan jou, het is de overgang

Vanuit de vrouwen zelf

‘Uit onderzoek onder Amerikaanse universiteiten die de gynaecologieopleiding verzorgen, is gebleken, dat er maar op 30 procent van de universiteiten les wordt gegeven over de overgang. In Nederland zal het niet heel anders zijn, zeker niet als je bedenkt dat er tijdens de huisartsenopleiding maar één uur tijdens de gehele opleiding wordt besteed aan de overgang. Studenten kunnen extra les krijgen over het onderwerp, maar dan in de vorm van een keuzevak.

Meer dan de helft van de populatie die de huisartsenpraktijk bezoekt, is vrouw, want 51 procent van de wereldbevolking is vrouw. Honderd procent van die vrouwen krijgt te maken met de overgang. Slechts twintig procent van de vrouwen heeft geen last van overgangsklachten. Maar die 20 procent krijgt wel te maken met de gevolgen ervan, zoals daling van de botdichtheid, hart en vaten die achteruitgaan, insulineresistentie, minder goed functionerende darmen; allemaal door de daling van oestrogeen, progesteron en eventueel testosteron. En dan krijg je als huisarts maar één uur les over dit onderwerp? Misschien aangevuld met keuzevakken. Ik begrijp dat niet.

In Nederland is een aantal gynaecologen volop bezig met de overgang, zoals Dorenda van Dijken en Henk Oosterhof. Ook verschijnen er steeds meer podcasts over de overgang en worden er meer boeken over gepubliceerd. Er is dus wel verandering gaande. Maar voordat het onderwerp werkelijk in de praktijk landt, zijn we wel weer even verder. Ik denk dus dat de vraag vanuit de vrouwen zelf moet komen. Zij kunnen wat ze gelezen of gehoord hebben bespreken met hun arts of psycholoog. Zo wordt het onderwerp neergezet in de praktijk.’

De postmenopauze
Bij de postmenopauze lijkt het einde in zicht. De heftige klachten van de eerdere fasen verminderen of verdwijnen, maar er zijn nog steeds veranderingen in het lichaam en de hersenen door het tekort aan hormonen. Tijdens fase 1 en 2 krijgen de hersenen te maken met hormoonschommelingen en uiteindelijk een hormoontekort. Als de hormoonschommelingen achter de rug zijn en overgaan in hormoontekorten, gaat het brein wennen aan de nieuwe situatie en volgt fase 3, de postmenopauze. Bepaalde klachten nemen af, maar niet allemaal.
Uit: Het ligt niet aan jou, het is de overgang

Vragen en misvattingen

‘Over hormoontherapie zijn nog veel vragen en misvattingen onder vrouwen en onder artsen. Er wordt vooral gedacht dat hormonen een verhoogd risico geven op borstkanker. In 2002 was dat groot nieuws toen het onderzoek van de Womans Health Initiative verscheen, waarin werd gezegd dat hormoontherapie het risico op borstkanker verhoogde.

Die verhoogde kans is 8 op 10.000 vrouwen extra in vergelijking met de controlegroep bij gebruik van synthetische progesteron en oestrogeen. Bij alleen synthetische oestrogeen zijn er zelfs minder vrouwen die borstkanker krijgen dan in de controlegroep. 8 op de 10.000 is 0,08 procent meer. Dit is zo laag dat je niet kunt zeggen dat synthetische progesteron en oestrogeen borstkanker verhoogd. En als je vijf kilo afvalt, daalt je risico weer met 0,08 procent. En afvallen is makkelijker wanneer je hormoontherapie gebruikt, dan wanneer je dit niet neemt, omdat je dan minder last hebt van insulineresistentie.

Wanneer je rookt, alcohol drinkt of niet beweegt, zorgt dat er ook voor een verhoogde kans op borstkanker. Maar er wordt vooral gefocust op die 0,08 procent.

Ik ben ervan overtuigd dat heel veel artsen de beperkte toename van 0,08 procent niet weten. Die hebben ergens gehoord, dat het risico op borstkanker toeneemt door hormoontherapie en denken dan misschien dat dat heel veel is. Zelf denk ik dat de gevolgen van niet aan de hormoontherapie gaan op de lange termijn met het ouder worden, groter zijn.

Als je rekent dat een vrouw vanaf 51 jaar geen menstruatie meer heeft, loop je tegenwoordig heel wat jaar met een hormoontekort rond. En dat doet wat met je lijf. Het zorgt dat de conditie van je vaten achteruitgaat, dat de botdichtheid achteruitgaat, dat de cellen minder glucose opnemen, dat de darmwerking achteruitgaat, dat er meer GSM-klachten optreden (Genitourinary Syndrome of Menopause).

In mijn eigen geval werden mij verschillende oplossingen aangedragen voor de klachten die ik had, maar er werd mij niets verteld over hormoontherapie.’

Zelf beslissen

‘Er is een groot Fins en Frans onderzoek geweest en daaruit blijkt dat de bio-identieke progesteron geen verhoogde kans op borstkanker geeft. Een Amerikaans onderzoek laat zien dat er toch wel een licht verhoogde kans op borstkanker is. Wie gelijk heeft, dat weet ik niet.

Zelf hou ik er rekening mee dat ik een verhoogde kans heb van 0,08 procent op borstkanker. Maar ik sport driemaal per week en daarmee gaat de kans met hetzelfde percentage omlaag.

Ander onderzoek laat zien dat synthetische oestrogeen en synthetische progesteron een verhoogde kans op trombose geven. Bij bio-identieke oestrogenen en progesteron laten de onderzoeken deze verhoogde kans niet zien.

Wanneer je heel bang bent om borstkanker te krijgen, moet je de kans misschien niet lopen, maar naar mijn mening is het aan de vrouw zelf dit te beslissen.’

Discrepantie

‘Honderdvijftig jaar geleden werden rijke mannen gemiddeld 47 jaar oud. Ook vrouwen werden minder oud dan nu het geval is. Dat betekent dat vrouwen tegenwoordig langer met een tekort aan hormonen rondlopen. Mijn moeder en schoonmoeder zijn allebei 93 jaar en lopen dus al ongeveer 40 jaar door met een tekort aan hormonen.

Ik hoor vaak mensen zeggen dat de overgang iets natuurlijks is. Maar er is helemaal niets natuurlijks aan. We leven in een wereld waarin antibiotica geheel geaccepteerd zijn en hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld bloeddrukverlagers of cholesterolverlagers. Als we alles helemaal natuurlijk zouden doen, zouden we deze medicatie ook niet nemen en zouden we niet zo oud worden. Dat is hoe het 150 jaar geleden ging.

Ik snap dat een hoge bloeddruk gevaarlijk is. Een tekort aan testosteron, progesteron en oestrogeen is niet direct levensbedreigend, maar de gevolgen ervan wel. Je hart en vaten gaan achteruit, je wordt insuline resistent, je botdichtheid gaat achteruit.

Hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer 1 in Nederland bij vrouwen. Een oestrogeen-, progesteron- en eventueel een testosterontekort zorgen er onder andere voor dat de hart- en bloedvaten achteruitgaan. Daar moeten we dan maar mee leven? Bloeddrukverlagers krijgen we wel, maar die hormonen? Die hoeven niet? Dat vind ik onbegrijpelijk.

Is hormoontherapie natuurlijk? Nee. We werden vroeger gewoon niet zo oud als we nu worden. We grijpen in op allerlei zaken, maar niet op dit vlak. Dat is een discrepantie die ik niet begrijp.

Wil een vrouw de overgang natuurlijk ondergaan en wil ze dus geen hormoontherapie? Dat is de vrije keus van iedere vrouw. Wie ben ik om te zeggen dat een vrouw aan de hormoontherapie moet. Ga ikzelf door met mijn hormoontherapie met de kennis die ik heb? Zeker weten!’

Leren omgaan met de klachten

‘Wanneer mentale klachten ontstaan door de overgang, kan ik als psycholoog weinig doen. Ik kan je leren omgaan met die klachten, maar ik kan ze niet oplossen.

Wanneer een vrouw zeker weet dat haar klachten door de overgang komen en ze geen hormoontherapie wil, kunnen we in gesprekken gaan kijken hoe je kunt omgaan met de klachten. Daardoor krijgt een vrouw een beetje de controle terug. De klachten zullen niet weggaan, maar hoe een vrouw met haar klachten omgaat, verandert. Als een vrouw dan bijvoorbeeld een paniekaanval krijgt in de supermarkt, kan zij denken dat het biologisch is, hormonaal. Ademhalings- en spierontspanningsoefeningen zouden nu kunnen helpen, langzamer gaan bewegen of de aandacht richten op dingen die ze ziet of hoort. Alles wat ervoor zorgt dat ze niet naar buiten rent door de paniekaanval of überhaupt geen boodschappen meer gaat doen. Aan de andere kant zou een oplossing als de boodschappen laten bezorgen, rust kunnen brengen en zo daalt de totaal stress, en met minder stress verminderen ook de overgangsklachten. Dat heeft te maken met de bijnieren die normaal testosteron aanmaken, maar bij stress cortisol. Uit testosteron wordt oestrogeen gemaakt. Dus als je stress hebt, heb je nog minder oestrogeen in je lijf waardoor de overgangsklachten toenemen.

Stress verlagen is dus belangrijk, maar ook erg moeilijk wanneer je overgangsklachten hebt. Zeker als je niet weet waar de klachten vandaan komen. Dan verlies je controle.

Als je postmenopauzaal bent en in de derde fase zit, verdwijnen heel veel klachten. Niet alles hoor. Er zijn heel veel vrouwen die geen auto meer willen rijden omdat ze angst hebben. De lichamelijk gevolgen van de overgang, zoals het achteruitgaan van de botdichtheid en je hart en vaten, die blijven wel doorgaan.’

Jonge vrouwen pikken het niet

‘Ik denk dat jongere vrouwen niet zomaar meer accepteren dat ze met de overgang en wat daarbij komt, moeten dealen. De wereld is niet meer hetzelfde als vroeger.

In de tijd van mijn moeder zaten er niet zoveel vrouwen op hoge posities zoals nu. Die vrouwen pikken het niet dat bijvoorbeeld opeens het concentratievermogen en het geheugen achteruitgaan. Want dan kunnen ze hun werk niet meer uitvoeren.

Ik ben zelf op een gegeven moment kort gestopt met werken omdat mijn concentratie en geheugen het gewoon niet meer deden. Ik ging toen zoeken naar hoe ik dat kon oplossen. Dat is wel iets van de jongere vrouwen. Doordat ze meer op posities zitten waar hun lijf en hersens dienen te functioneren om te kunnen werken, gaan ze naar oplossingen zoeken.

Ik denk dus dat jongere vrouwen veel meer voor zichzelf opkomen dan de generaties ervoor.’

Informeren

‘Ik vind het heel belangrijk dat vrouwen zich gaan informeren. Het maakt mij niet uit hoe, maar wel dat het op wetenschappelijke basis is. Met die informatie kunnen zij naar hun arts gaan en een keuze maken over hoe zij willen omgaan met de klachten die ze hebben.

Wil een vrouw met hormoontherapie beginnen, dan moet zij betrouwbare informatie hebben om hierover het gesprek aan te kunnen gaan met de arts. Wanneer de keuze van een vrouw is dat ze wil omgaan met de klachten, is het belangrijk dat ze weet dat beweging, voeding, vitaminen en mineralen een belangrijke rol spelen. Met cognitieve gedragstherapie kan een vrouw leren omgaan met de klachten, zodat ze weer de controle terugkrijgt.

Misschien voor de hand liggend, maar vrouwen moeten ook weten welke klachten samengaan met de menopauze, want dat is zoveel meer dan alleen opvliegers. Dit is de reden dat ik het boek Het ligt niet aan jou, het is de overgang heb geschreven.’

Goede diagnose

‘Ook tegen professionals zou ik willen zeggen, lees je in en zorg dat je kennis hebt, zodat je het gaat herkennen. Weet welke klachten er allemaal bij de overgang horen. Maar ben je er ook van bewust dat een vitamine D-tekort of slaapapneu een rol kunnen spelen. Zorg dat je weet waar klachten vandaan kunnen komen. Stel zelf een diagnose en ga er niet zomaar vanuit dat, wanneer een huisarts iemand doorstuurt met een burn-out of depressie, dat ook zo is. Zeker niet bij vrouwen boven de 35.’

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

14 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2026

Tags

Deel dit artikel

Verse verhalen, elke dag vers geplukt.

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen