Hechtingsleer in de praktijk

In september 2014 is het Neufeld Institute Nederland van start gegaan. Over de hechtingsleer van dr. Gordon Neufeld: niet hechtingsproblematiek, maar de kracht van hechting. Door: Margriet Noot.

Hechtingsleer in de praktijk toepassen

Door: Margriet Noot

In september 2014 is het Neufeld Institute Nederland van start gegaan. De Canadese dr. Gordon Neufeld kwam naar Amsterdam voor een lezing en de presentatie van de Nederlandse versie van zijn boek Laat je kind niet los. Tevens ging de Nederlandse website van dit internationale opleidingsinstituut in de lucht.

Hoe het begon

Als je het goed treft in het leven, duurt het een tijdje voordat je merkt dat een veilig, gezellig gezin en een goede band met je ouders niet zo vanzelfsprekend zijn. Als je langer met kinderen en jongeren werkt, wordt het je steeds duidelijker dat bv. schoolproblemen meestal niet op school beginnen en dat je als leerkracht niet altijd weet hoe ermee om te gaan. Als counselor merk je steeds weer dat heel veel problematiek deels of geheel op ervaringen in de jeugdjaren is terug te voeren. Toen we een aantal jaren geleden een tijd een pleegdochter hadden, werden we hard geconfronteerd met het onvermogen van sommige ouders en de enorme gevolgen daarvan voor de kinderen. In die tijd begon ik me meer te verdiepen in het thema hechting.

Vier jaar geleden kreeg ik het boek Hold on to your kids van Gordon Neufeld en Gabor Maté in handen. Dit boek was een geweldige eyeopener voor me. Mijn interesse was groot genoeg om contact te zoeken met het Neufeld Institute en uiteindelijk de tweejarige opleiding tot docent te voltooien. Neufeld baseert zijn hechtingsleer op honderden theorieën en onderzoeken die hij heeft geanalyseerd, gestructureerd en gedistilleerd tot kernzaken. Zijn conclusies zijn 35 jaar lang verder ontwikkeld en getoetst in de therapeutische praktijk, bij begeleiding in de onderwijs-, adoptie- en pleegouderwereld, en in jeugdgevangenissen. Zo ontstond een op wetenschap gebaseerd model, dat voor iedereen begrijpelijk en vooral ook bruikbaar is. Het mooie ervan is dat het accent niet ligt op hechtingsproblematiek, maar op de kracht van hechting.

De theorie

Ieder zaadje in de natuur heeft alle potentie in zich om te ontwikkelen tot de plant van zijn soort. Het enige wat nodig is voor dergelijke gezonde groei is voeding en rust. Zo hebben ook mensen in zichzelf het vermogen om te groeien en leren, en gezonde volwassenen te worden, evenzo op voorwaarde van voeding en rust.

Wat betekent het om een gezonde volwassene te worden? Wat zijn de resultaten van volwassenwording? Door de jaren heen kun je in de ontwikkelingspsychologie drie kernaspecten van ware volwassenheid herkennen, door allerlei bekende wetenschappers op verschillende manieren verwoord:

1. Ten eerste emergentie, wat wil zeggen dat een kind emotioneel en mentaal levensvatbaar en vitaal is. Dat resulteert in gezonde kinderen die geïnteresseerd en nieuwsgierig zijn, graag nieuwe dingen uitproberen, vol plannen en doelen zijn, uniciteit waarderen, zelf iemand willen zijn en de afzonderlijkheid en grenzen van anderen respecteren.

2. Adaptatie is een tweede essentieel aspect van volwassenheid. Het is het proces waarin een kind kan aanvaarden dat iets niet voor hem of haar werkt en daar verdrietig over kan zijn. Gezonde mensen kunnen het najagen van wat onmogelijk is, opgeven. De resultaten van adaptatie zijn leren van fouten, baat hebben bij correctie, vindingrijkheid, veerkracht, acceptatie van beperkingen, geen agressie bij frustratie en herstel van verlies of trauma.

3. Het derde kernaspect van volwassenheid is integratie. Dit begint meestal tussen de 5 en 7 jaar en bestaat in het beleven van tegenstrijdige gedachten en gevoelens. Gedachten als ‘aan de ene kant… aan de andere kant.’ De resultaten van integratie zijn zelfbeheersing, vermogen tot moed of volharding, geduld bij frustratie, attent zijn, beleefdheid, uitstijgen boven zwart-wit denken en gevoeligheid voor morele kwesties.

Hoe triest is het niet dat deze eigenschappen vaak in de ‘volwassenen’ in onze maatschappij ontbreken. En mensen hebben daar ook last van. Veel problemen van volwassenen die in therapie verschijnen, hebben hiermee te maken. Veel kinderen ontwikkelen zich niet goed op deze gebieden. In plaats van emergent, zijn veel kinderen en jongeren onverschillig, passief, ongeïnteresseerd, hebben geen gevoel van keuzevrijheid en verantwoordelijkheid of van eigenheid en zijn gauw verveeld. In plaats van adaptief zijn velen veeleisend, niet flexibel, bazig, leren niet van fouten, kunnen niet met tegenspoed omgaan en worden gauw boos. En integratie is vaak ver te zoeken in onze jongeren die meerderjarig worden. Ze zijn explosief, niet attent, ongeduldig, geven gauw op en zijn onbeleefd. Opgroeien leidt niet automatisch tot volwassenheid.

Zes fasen

Het vermogen om relaties aan te gaan ontwikkelt zich bij de mens geleidelijk in zes opeenvolgende fasen, waarbij iedere fase een nieuwe en complexere manier van hechten aan de eerdere fasen toevoegt. Als de omstandigheden ideaal zijn, ontstaat er gedurende de eerste 6 jaar ieder jaar een nieuwe manier van hechten:

1. Eerste levensjaar: hechten door middel van de zintuigen. Om tevreden te zijn en rust te vinden moeten baby’s de voornaamste verzorger zien, horen, aanraken, ruiken en voelen. Het kind zal doen wat het kan om dat contact in stand te houden. Als de nabijheid wordt bedreigd, zal het bitter protest uiten. Zo is voeden een belangrijke manier van hechten door smaak, geur en aanraking. De zintuigen zijn de enige middelen die baby’s voor de relatie ter beschikking hebben.

2. Het tweede niveau ziet men meestal duidelijk bij peuters. Het kind wil lijken op haar of hem met wie het zich het meest verbonden voelt. Het begint dezelfde gebaren, houding en smaak als de opvoeders te ontwikkelen en wil van alles nadoen.

3. De volgende fase is erbij horen en loyaliteit. Om zich verbonden te voelen wil het kind deel uitmaken van een ‘groep’. Die groep kan zijn: hij of zij met mama, papa, het babyzusje of de teddybeer. Je hoort op die leeftijd vaak met veel nadruk ‘mijn mama’ of ‘mijn broertje’ enzovoort.

4. In het vierde jaar en bij positieve omstandigheden wil het kind belangrijk zijn voor de ouderfiguur. Het gaat allemaal om betekenis. Als je veel voor iemand betekent, garandeer je nabijheid en binding.

5. Naarmate het kind zich ontwikkelt, gaan de hechtingswortels dieper en naar het niveau van emotionele gehechtheid. Het limbisch stelsel in de hersenen stelt zich open en kinderen kunnen diepe liefde voelen. Kinderen geven hun hart aan hen aan wie ze zich hechten. Echter is emotionele binding ook riskant: het kan maken dat het kind zich heel kwetsbaar voelt. Als we ons hart weggeven, kan het gebroken worden.

6. Uiteindelijk zal een kind in de loop van het zesde levensjaar een verlangen krijgen en het vermogen hebben alles aan zijn opvoeder te vertellen: gedachten, doelen, angsten, triomfen… Het heeft nu een eigen identiteit en het hecht zich dieper door die identiteit bloot te geven. Een heel kwetsbare manier, maar in een goede relatie de ultieme vorm van intimiteit.

Als kinderen opgroeien zonder diepere hechting te ervaren, ontbreekt hun ook het vermogen om zich diep te hechten, wat in de toekomst veel problemen kan veroorzaken. Daarnaast kunnen zich onmiddellijk allerlei emotionele en gedragsproblemen voordoen zoals angsten, aandachts- en agressieproblemen, enzovoort. Als kinderen geen goede, warme relatie met hun verzorgers hebben, worden hun gevoelens afgesloten en stagneert de ontwikkeling.

Onderwijs en begeleiding

In de modules van het Neufeld Institute geven we meer inzicht over een gezonde ontwikkeling en de rol van hechting. Daarbovenop leren we hoe effectieve hechtingscommunicatie werkt. Vanaf dit jaar kun je de basistraining ‘De kracht van hechting’ ook in Nederland volgen. In therapie begeleiden we bij voorkeur de ouders/verzorgers. In veel gevallen kunnen zij door meer inzicht en enkele vaardigheden zelf veel verandering teweegbrengen. Zo nodig werken we ook met de kinderen of jongeren zelf. Het uitgangspunt is niet de problematiek, maar kijken wat er had moeten zijn en manieren vinden om dat nu mogelijk te maken. Niet ‘normaal’ gedrag is de maatstaf maar het potentieel van het kind.

‘Laat je kind niet los’

Het boek Laat je kind niet los biedt veel informatie over de hechtingsleer, rijk voorzien van voorbeelden. Het gaat extra in op het feit dat kinderen en tieners, door nog een tekort aan eigenheid, bovenal hechtingswezens zijn. Als die dringende behoefte niet voldoende wordt gevuld door veilige, voedende relaties met de volwassenen in hun leven, gaan ze die leegte vullen met de relaties met leeftijdgenoten. Op die manier worden die leeftijdgenoten de voornaamste leidraad en invloed in hun leven. We lezen vervolgens hoe wij als ouders, verzorgers of leerkrachten het houvast van onze jeugd kunnen blijven, of ze kunnen terugwinnen als we ze zijn kwijtgeraakt; hoe we onze kinderen wel ruimte geven, maar ze niet loslaten.

Kijk voor meer informatie op www.neufeldinstitute.com/int/nl

Volg de training en krijg het boek cadeau! Meer leren over gezonde hechting en hoe je die bij kinderen tot stand brengt? Vanaf dit jaar is dat ook mogelijk in Nederland met de vijfdaagse training ‘De kracht van hechting’ van Psychodidact in Waalwijk. Wanneer: 13 en 27 maart, 17 april, 29 mei en 12 juni 2015. Wie: Trainer Margriet Noot. Prijs: van 1250 euro voor 999 euro. Cadeau: Boek Laat je kind niet los. Info: www.psychodidact.nl bij na- en bijscholing

Meer artikelen over hechtingsleer en de opvoeding van kinderen leest u in ons magazine-archief. Meer informatie over hechtingsleer vindt u ook bij het Neufeld Instituut.

Auteur

Margriet Noot

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2015

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen