Wat is het verschil tussen boeddhisme en therapie?

Interview met Joost Willems over het raakvlak van psychotherapie en boeddhisme: wat zijn de verschillen, overeenkomsten en valkuilen van dharma en therapie?

Interview met Joost Willems. Door: Nynke Valk

Joost is drie dagen per week werkzaam in de reguliere gezondheidszorg/psychiatrie. Hij is student van Sogyal Rinpoche en penningmeester van de Stichting Psychotherapie en boeddhisme. Joost is geboeid door het raakvlak van psychotherapie en spiritualiteit/boeddhisme.

Dharma (het boeddhistische onderricht) en therapie zijn allebei gericht op het verhogen van het geluk van de mens. Wat zijn dan de verschillen? En de overeenkomsten? Wat zijn de valkuilen? In dit interview met Joost gaan we op deze vragen in.

Met welke klachten komen mensen bij je?

“De meeste mensen in mijn werk hebben depressieve en/of angstklachten. Vaak ook relatieproblemen, verlieservaringen of posttraumatische stressklachten. Soms speelt alcoholverslaving mee. In de mindfulness training die ik geef, zitten ook mensen met chronische pijnklachten.”

Welke methodes uit de dharma gebruik je in je praktijk?

“Vaak las ik een ademruimte in, dat is een oefening uit de mindfulness training. Het is een korte meditatie waarbij je contact maakt met het hier en nu. Ik laat mensen afstemmen op wat ze in hun lichaam voelen, welke emoties en gedachten er zijn. Om daar onderzoekend, open naar te kijken, zonder oordeel of iets te willen veranderen. Dan breng ik de aandacht bij de adem, wat helpt om lichaam en geest te verankeren in het hier en nu. Van daaruit ontstaat er vaak al rust. Door even pas op de plaats te maken word je automatische manier van reageren uitgeschakeld. Het maakt je meer bewust: dit is wat ik nu voel. Het helpt ook om uit je hoofd te gaan. Veel mensen zitten in hun denken verstrikt en hebben geen contact met hun lichaam.

Als mensen een negatief gevoel van eigenwaarde hebben, doen we soms een oefening van liefdevolle vriendelijkheid. Die begint met meditatie, en vervolgens laat ik hen aan een situatie denken, en voelen: wat heb ik op dit moment nodig? Dan laat ik hen (in hun eigen woorden) wensen: mag ik gelukkig zijn, mag het goed met me gaan, mag ik veilig zijn, mag ik met mijn pijn leren omgaan, mag ik mezelf accepteren zoals ik ben, mag ik van mezelf houden?

Als tegenwicht voor het zo wijd verspreide negatieve gevoel van eigenwaarde probeer ik mensen contact te laten maken met hun zachte kant, ze helpen ontdekken/ervaren dat ze veel meer zijn dan hun klachten, problematisch gedrag en negativiteit waar ze zich zo sterk mee identificeren. Door te proberen vanuit onvoorwaardelijke acceptatie en aanwezig te zijn met ze, hoop ik een sfeer te creëren waarin ze kunnen ervaren dat ze in wezen goed zijn en dat ze naar alle aspecten van zichzelf mogen en durven kijken. De meditatie- en compassieoefeningen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Ze kunnen mensen helpen contact te maken met hun fundamentele goedheid. Als je leert dat je je kunt verbinden met een innerlijke bron, met gewaar-zijn, dan ervaar je dat je niet slechts je gedachten of gevoelens bent.”

Als je naar de klachten kijkt, wat zie je dan als onderliggende oorzaak?

“Vaak hebben mensen moeite om contact te maken met hun gevoelsleven, met hun ‘negatieve’ emoties, zoals verdriet, boosheid en angst. Er zijn twee mogelijkheden: óf mensen onderdrukken ze, ze willen het niet voelen, óf ze worden er door overspoeld, ze komen er niet los van. Door mindfulness en de gesprekken worden ze zich bewust van deze gevoelens. Ze leren er contact mee te maken, ze te verwoorden en er op een andere manier mee om te gaan. Veel mensen zijn vervreemd van hun gevoelens. Bij mensen die paniekstoornissen hebben, zie je vaak onderdrukte woede. Bij depressie zie je dat mensen vervreemd zijn van hun eigen behoeftes en kracht. Ze hebben al jong geleerd om zich aan te passen, om zich op de ander te richten, om niet te ervaren wat hun eigen gevoelens zijn. Hun zorgende en altruïstische houding kan een valkuil zijn. Soms is dat omdat ze als kind niet de erkenning hebben gekregen voor hun eigen behoeftes en ze daarin niet gezien werden. Om zich geaccepteerd en geliefd te voelen, zijn ze zich aan gaan passen en hebben niet geleerd echt contact met eigen wensen te maken, wat kan resulteren in het ontwikkelen van psychische klachten.

Veel patronen waar mensen mee worstelen of hoe ze met gevoelens omgaan, hebben wortels in de jeugd. Daarbij kan het zinvol zijn om de persoonlijke geschiedenis van iemand erbij te betrekken om inzichtelijk te maken waar iemand in het heden steeds tegen aanloopt. Wat waren de codes in je gezin? Bijvoorbeeld ‘niet zeuren maar doorgaan’, ‘hard werken, dan heb je geen last van dat soort dingen’ – een calvinistische instelling. De generatie van onze ouders, die de oorlog hebben meegemaakt, hebben vaak niet geleerd om hun gevoelens te verwoorden. Hun copingstrategie was vooral hard werken, schouders eronder.

Problemen kunnen zowel hun oorzaak in de levensgeschiedenis van iemand hebben, als wel ontstaan in de volwassenheid. In beide situaties worden negatieve patronen en dingen solide gemaakt. Dit gebeurt ook op het niveau van de hersenen: er ontstaan ingesleten neurale patronen. Therapie is erop gericht om deze patronen te vervangen door negatieve ervaringen te doorleven/transformeren en om gezondere patronen te ontwikkelen.”

Wat hebben dharma en therapie gemeenschappelijk en wat is het verschil?

“Dharma en therapie zijn allebei gericht op het verhogen van het geluk van de mens. Therapie is vooral gericht op het verminderen van klachten. Het ontwikkelen van een gezonder ego, een gezonder gevoel van eigenwaarde – als tegenwicht tegen het negatieve gevoel van zelfwaarde dat veel mensen hebben. Therapie is meer gericht op het intrapersoonlijke – wat iemand aan emoties, gedachten en gevoelens heeft – en het interpersoonlijke – hoe ga je met de ander om. Het gaat vooral om het verbeteren van de levenskwaliteit.

Dharma gaat verder: het gaat om het realiseren van je ware natuur, je fundamentele goedheid, waardoor mensen blijvend geluk kunnen gaan ervaren. Het gaat meer om het transpersoonlijke, om het loskomen van een ongezonde fixatie op een zelf, door het ontwikkelen van wijsheid en compassie. Dharma gaat wat minder in op wat iemand doorgemaakt heeft. Een gemeenschappelijke noemer is bewustwording van je eigen patronen.

Sigmund Freud heeft ooit geschreven dat ‘psychoanalyse in essentie een genezing is door middel van liefde’. Dat spreekt me erg aan en vormt misschien wel de belangrijkste werkzame factor voor heling, voor heel worden. Meditatie en compassie bevorderen ook een onvoorwaardelijk vriendelijke houding tegenover jezelf. Vaak wordt in de discussies over therapie de methode, de techniek sterk benadrukt terwijl uit de literatuur blijkt dat psychotherapie effectief is, maar dat daarbij de belangrijkste technieken onderling nauwelijks of niet verschillen qua effectiviteit. Interessanter is te kijken naar wat dan wel bepalend is voor wat werkt. M.i. is binnen de therapeutische ontmoeting het ervaren van onvoorwaardelijke liefde/aandacht de bron van acceptatie, verandering en heel worden.”​

Wat voegt dharma, vanuit therapeutisch oogpunt, toe?

“We hadden het net over hoe we patronen solide maken. In de dharma leer je, door het begrip van leegte, dat soliditeit niet inherent bestaat. Dat kan ook helpen bij mensen in therapie: als je gaat begrijpen hoe je, na een negatieve ervaring, dingen vastzet. Door meditatie kan de grip die negatieve of deprimerende gedachten op mensen hebben, flink afnemen, waardoor ze minder depressief worden. Dit leer ik mensen ook in de groepstraining, de Mindfulness Based Cognitive Therapy (MBCT). Deze training is, in navolging van de Mindfulness Based Stress Reduction van Jon Kabat Zinn, door psychologen ontwikkeld. Ze hebben deze training als uitgangspunt genomen en aangepast voor mensen met terugkerende depressies.

Soms lossen problemen door het helend effect van de dharma op, waardoor therapie niet nodig is. Zo ken ik iemand die door meditatie geleerd heeft om met zijn paniekaanvallen om te gaan. Ze verdwenen zelfs doordat hij leerde zijn angst toe te laten (i.p.v. te onderdrukken) en zich er niet mee te identificeren.”

Wanneer is therapie of coaching behulpzaam voor mensen in de dharma?

“Therapie kan een vaardig middel zijn in het inzichtelijk maken van disfunctionele, ongezonde en destructieve klachten. Dharma slaagt daar lang niet altijd in. Het beoefenen van dharma kan soms zelfs een vermijding zijn, een vlucht om moeilijke dingen niet aan te willen gaan en daar zgn. los van te willen komen. John Welwood, die zelf leerling is geweest van o.a. Trungpa Rinpoche, heeft veel geschreven over spiritualiteit en psychologie. Hij heeft de term spirituele bypass bedacht. Een citaat uit zijn boek Psychologie van de ontwaking:

‘Sinds de jaren 70 heb ik een verontrustende tendens waargenomen bij veel leden van spirituele groepen. Veel spirituele beoefenaars werken op een goede manier aan zichzelf, maar toch viel me de wijdverbreide neiging op, om spirituele beoefening te gebruiken om bepaalde emotionele, of persoonlijke onafgemaakte zaken te omzeilen of te vermijden. Dit verlangen om verlost te worden van de aardse structuur waarin we verstrikt lijken te zijn, structuren van karma, conditionering, lichaam, vorm, materie, persoonlijkheid, is duizenden jaren lang het centrale motief geweest in de spirituele zoektocht. Daarom is het niet vreemd dat we spirituele beoefening gebruiken om boven onze emotionele en persoonlijke thema’s uit te rijzen; al die chaotische, onopgeloste zaken die ons terneerdrukken. Deze neiging, om fundamentele menselijke behoeftes, gevoelens en ontwikkelingstaken te vermijden of voortijdig te overstijgen, noem ik de spirituele bypass. De spirituele bypass is vooral verleidelijk voor mensen die er moeite mee hebben de weg te vinden naar de ontwikkeling van rijpheid, in een cultuur als de onze waarin de kenmerken van volwassenheid voor grote delen van de bevolking steeds moeilijker definieerbaar worden. Veel mensen maken kennis met spiritueel onderricht en leren om zichzelf op te geven, terwijl ze nog aan het worstelen zijn om zichzelf te vinden. Het resultaat daarvan is dat ze door spirituele beoefening een nieuwe “spirituele” identiteit creëren die feitelijk een oude disfunctionele identiteit in een nieuw jasje is, gebaseerd op de vermijding van onopgeloste psychologische problemen. Zo kan spirituele beoefening en spiritueel onderricht een middel zijn om onze oude defensiemechanismen te rationaliseren en te versterken.’

De spirituele bypass is, denk ik, een valkuil. Daarom kan psychotherapie zinvol zijn, naast dharma. Sogyal Rinpoche zegt vaak dat het zinvol kan zijn om therapie te doen. Zeker als de therapeut of coach zelf ook vanuit een spiritueel dharmisch perspectief in het leven staat, of daarmee bekend is. Soms kan meditatie of andere beoefening een manier zijn om dingen te vermijden – vaak niet bewust hoor. Als je op je kussen zit, probeer je open te zijn, om alles toe te laten. Maar als mensen uit de comfortabele zone gaan, kunnen ze heel subtiele manieren hebben, waardoor ze óf stoppen, óf toch in afkeer of vermijding terechtkomen.

Juist omdat je in therapie met zijn tweeën bent, kan er een veilige situatie ontstaan. Een situatie waarin uitwisseling is en waarin je in contact komt met jezelf. Door als therapeut onvoorwaardelijk liefdevol te zijn naar iemand, met een niet-oordelende houding, kunnen mensen zich veilig voelen, zich openen en vertellen wat hen beweegt en pijn doet. Daarom kan therapie of coaching behulpzaam zijn.

Een andere valkuil is dat mensen die heel altruïstisch zijn, door het boeddhistische pad kunnen denken dat ze nog meer gericht moeten zijn op de ander. Dit is iets wat ik veel zie. Voor hen kan het juist goed zijn om in therapie te ervaren hoe je die liefde en compassie voor jezelf kunt voelen. Dit begint soms met het contact maken met je eigen pijn of gemis, of je eigen behoeftes.”

Wat zijn de valkuilen van therapie, vanuit dharmisch oogpunt?

“Dat je gefixeerd raakt op jezelf, een soort navelstaren, dat je nog meer verstrikt raakt in al je ‘risings’, gedachten en gevoelens. Daardoor kan de gehechtheid aan een zelf nog toenemen. Ook kan therapie de illusie geven dat alles maakbaar is, waarbij de veranderlijkheid van alles, de eindigheid der dingen, de eerste edele waarheid van lijden en frustratie, wordt ontkend. De aard van het leven is echter anders, en dat ontdekken mensen niet als de therapie daar niet bij stilstaat.

Soms zie je bij assertiviteitstrainingen dat mensen doorschieten: dat ze op hun strepen gaan staan en egocentrisch worden. De definitie van assertiviteit is: leren opkomen voor jezelf, rekening houdend met je eigen en andermans gevoelens. Dat laatste moet niet vergeten worden. Soms is het een opluchting voor mensen, dat er ook ruimte is voor hún verhaal, en voor hún behoeftes. Dat ze dan wat doorschieten is ook niet zo erg. Soms willen ze iets inhalen. ‘Nu ben ik aan de beurt.’ Dat heeft ook iets bevrijdends.”

Is jouw zienswijze een uitzondering?

“Op mijn werk ben ik toch nog wel een uitzondering, hoewel je nu ziet dat door mindfulness het tij aan het keren is. Mediteren wordt steeds normaler. Mindfulness training maakt ook deel uit van het reguliere aanbod binnen de GGZ. Er wordt onderzoek naar gedaan. En nu is er ook heartfulness ontwikkeld, een compassietraining als vervolg op mindfulness. Ik ben geen roepende in de woestijn, wat vóór 2000 zeker wel het geval was. Ik heb binnen onze organisatie ook ruimte om initiatieven te ontwikkelen. Ik geef ook mindfulness training aan medewerkers, aan sociotherapeuten, verpleegkundigen, teamleiders, vaktherapeuten en coaches. Zij nemen dat weer mee in hun werk. Dat is geweldig. Ze gaan zelf aan den lijve ervaren dat het heilzaam is. En dat komt het contact met de cliënt ten goede.”

Tot slot: bij de stiltedag die bij de mindfulness training hoort, leest Joost graag passages voor uit Hoofdstuk 5 van Het Tibetaanse boek van leven en sterven van Sogyal Rinpoche (een hoofdstuk over meditatie), zoals onderstaand citaat dat ‘De golven en de zee, gedachten en emoties’ heet:

‘Wij vragen ons vaak af wat we met negativiteit of met bepaalde lastige emoties aan moeten. In de open aandacht van meditatie kun je met een volledig onbevooroordeelde houding naar je gedachten en emoties kijken. Wanneer je houding verandert, verandert de hele sfeer van je geest, zelfs de aard van je gedachten en emoties. Wanneer jij soepeler wordt, worden zij dat ook; als jij geen moeite met ze hebt, hebben zij ook geen moeite met jou. Dus wat voor gedachten en emoties er ook opkomen, laat ze opkomen en verglijden, zoals golven in de zee. Laat ze komen en gaan, zonder iets te forceren. Houd ze niet vast, voed ze niet en laat je niet meeslepen. Volg gedachten niet en nodig ze niet uit; wees als de zee die naar haar golven kijkt.’

Nynke Valk is geïnspireerd en gevormd door het boeddhistische gedachtegoed; sinds 1981 is ze student van Sogyal Rinpoche, schrijver van Het Tibetaanse Boek van Leven en Sterven. Van 2006-2009 volgde ze een driejarige full-time strikte retraite. Daarna is ze gestart met een eigen praktijk, De Heldere Spiegel, met als motto: Hoe kan ik mijn leven vereenvoudigen? Op praktisch, emotioneel en spiritueel gebied. Rondom deze thema’s geeft Nynke workshops, individuele coaching en ondersteunt ze kleine organisaties.

Fotografie: ZorginBeeld / Frank Muller.

Boeddhisme als aanvulling op therapie

Boeddhisme biedt praktijken zoals meditatie en mindfulness die goed samengaan met therapie. Steeds meer therapeuten combineren elementen uit het boeddhisme met evidence-based methodes. Lees meer PSC Magazine 2015 artikelen over dit thema, en verdiep je in de achtergrond via Wikipedia over boeddhisme.

boeddhisme en therapie

Auteur

Nynke Valk

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2015

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen