Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst

Sijtze de Roos bespreekt het boek Leven is een kunst van Paul van Tongeren en wat coaches kunnen opsteken van de deugdethiek.

Door: Sijtze de Roos

‘Leven is geen kunst zolang het een kwestie van overleven is. Wie moet zien te overleven, stelt geen vragen; hij vecht, vreet, verbergt zich. Pas als dat allemaal lukt, kan hij proberen om van overleven “leven” te maken, van vreten “eten”, en van biologie “kunst”.

Met deze woorden opent Paul van Tongeren zijn boek Leven is een kunst waar hij in 2013 de Socratesbeker voor ontving, een onderscheiding die jaarlijks wordt toegekend aan “het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek”. Van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en als bijzonder hoogleraar en onderzoeker tevens verbonden aan de KU Leuven en de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. In Leven is een kunst presenteert hij een systematische, filosofische verhandeling over morele ervaring, levenskunst en deugdethiek. Ik denk dat wij daar als coaches veel van kunnen opsteken, temeer omdat zijn benadering van levenskunst duidelijk anders is dan die van menig andere, veel bekendere ‘levenskunstige’ denkers.

Normen en waarden

Heeft coaching een ethiek? Uit wat coaches over hun vak zeggen, spreekt een menslievende moraal. Het gaat ons om onverdeelde aandacht en respect voor de integriteit van het individu, de wenselijkheid, zo niet noodzaak van persoonlijke groei en democratisch leiderschap. Kortom, alles wat mensen kan helpen ‘goed’ te werken en te leven. Maar is dat afdoende voor een beroepsethiek en stevig genoeg om de moraliteit van ons eigen handelen te kunnen wegen? Ethiek is de theorie van de moraal. Als coaches tonen we hart voor onze cliënten en daar handelen we naar. Zelfs al pakken niet al onze interventies ‘goed’ uit, of hanteren we niet alle kunstgrepen en methodieken op de juiste wijze – wat natuurlijk regelmatig voorkomt – dan nog is het mogelijk om op grond van onze bedoelingen na te gaan waar we tekortschoten, hoe het beter had gekund en wat we recht moeten zetten. Dat steken we dan niet onder stoelen en banken. Kortom, achter onze inzet gaan waarden schuil. Waar coaching begint en eindigt, is echter lang niet altijd duidelijk. Dat maakt het lastig om met enige precisie vast te stellen hoever die waarden reiken en wat nu eigenlijk het gewicht ervan is. Zeker, de moet- en mijdregels van coaching liggen inmiddels vast in allerlei reglementen, maar de ethische grondslagen van ons vakgebied sluimeren nog immer verscholen achter de nevel van onze bedoelingen.

Homo economicus

Als onze tussenkomst werkelijk effectief is, werkprocessen en organisaties daadwerkelijk verbetert, mensen steunt en stimuleert om ‘goed’ te leven en te werken, dan zouden onze onderliggende waarden zich als vanzelfsprekend moeten tonen. Dan zou er heilzame invloed van uitgaan. Gebeurt dat ook? Een kleine excursie leert ons dat de waarden van professionals – in dit geval economen – heel andere effecten kunnen sorteren dan bedoeld en verwacht werd. Zo betoogde de Tsjechische econoom Sedlacek (2014) dat “de economie wel degelijk een eigen ethiek heeft. Economie is tegenwoordig omgekeerd normatief. Dat wil zeggen dat wij niet ónze waarden (in de economie) inbrengen, maar dat de economie juist háár waarden aan ons oplegt.” Zo bepaalt het dominante, economische paradigma dat mensen egoïstisch zijn, dat zij bovendien rationeel zijn, dat zij heel goed weten wat (economisch) voordelig voor hen is en dat zij zich daar feilloos naar weten te gedragen. En dat hoort ook zo, want wat goed is voor de ego-gedreven enkeling is via de onzichtbare hand van ‘de’ markt meteen ook goed voor de samenleving. Greed is good! Zo luidt de moraal van de homo economicus. In termen van deze ethiek valt op zijn gedrag niets aan te merken, omdat het in principe altijd tot economisch – en dus maatschappelijk – juiste uitkomsten zal leiden. Maar gedragingen die daarvan afwijken – zoals uitingen van onbaatzuchtige naastenliefde – zijn irrationeel en deugen dus eigenlijk niet.

Abstracte idealen

Deugt die economische ethiek wel? En hoe zit dat met coaching? Is coaching net als economie omgekeerd normatief? Op het eerste gezicht lijkt het daar niet op, zeker niet, als we de groeiende belangstelling van veel coaches voor ‘levenskunst’ meewegen. ‘Levenskunstige’ publicaties van denkers als Maarten van Buuren en Joep Dohmen (2013; 2007) prijken op vele boekenplankjes. Zij trakteren ons op inspirerende vergezichten, zoals zelfverantwoordelijkheid, zelfbepaling en zelfsturing. Meesterschap over eigen lot en leven zou, zo lijkt het, ons ethisch adagium bij uitstek horen te zijn. De levenskunstige ethiek sluit naadloos aan op de mores van coaching. Als coaches streven we het ‘geluk’ van cliënten en opdrachtgevers na. Daar hebben we opvattingen over en voorstellingen bij, ook al zijn die niet altijd even duidelijk. Helder is wel dat de ethiek van coaching – hoe vaag en ongearticuleerd ook – dicht tegen de levenskunstethiek van denkers als Dohmen en Schmid aan schurkt. Zo voorzien wij onze hang naar zuiverheid, goedheid en heelheid van een passende legitimatie. Pogingen om coaching ethisch te legitimeren verdienen zonder meer lof. Zo geven we er blijk van na te willen denken over waarom en van waaruit we onze inspanningen leveren, en niet alleen hoe. Daarom ook is de belangstelling voor publicaties over levenskunst begrijpelijk, en zelfs wenselijk: de ethiek van de levenskunst helpt ons na te denken over de betekenis van ons vak. Maar is deze ‘levenskunstethiek’ wel zo geschikt voor coaching? Het beeld van de mens als ‘zelfverantwoordelijke zelfbepaler’ valt geruisloos in de groef van deze hyperindividualistische tijd en is er wellicht zelfs symptomatisch voor. Volgens de levenskunstethiek heb je een ‘gelukt’ leven immers zelf in de hand. Leg daarom al wat je niet kan beïnvloeden, stoïcijns naast je neer, negeer het. Word wie je bent en concentreer je op het vervolmaken van ‘jezelf’ door oefening, door training, zelfonderzoek, coaching. Maar hoe ‘goed’ is het eigenlijk, dat de economische ethiek de mens reduceert tot het abstracte ideaal van de homo economicus, en dat de levenskunstethiek de mens reduceert tot de al even abstracte, solistische piloot van zijn hoogsteigen lotsbestemming?

Ontvankelijkheid

In lijn met de Aristoteliaanse ‘deugdethiek’ staan ook bij Van Tongeren ‘zelfoefening, zelfverbetering, en zelfrealisatie’ centraal. Maar er zijn opmerkelijke verschillen met de opvattingen van Dohmen en Schmid. Zo is de levenskunstethiek vooral gericht op het kennen en kunnen van het solitaire individu. Levenskunst zoals zij die propageren is, aldus Van Tongeren, “een merkwaardige mix van elementen uit de klassieke deugdenleer, nadruk op oefening en zelfperfectionering, solistische betrokkenheid op het eigen geluk en stoïcijnse onverschilligheid jegens alles wat niet in onze macht ligt.” De deugdethiek die Van Tongeren voorstaat, heeft juist oog voor de kwetsbaarheid van de mens, zijn voorlopigheid en zijn afhankelijkheid. Het gaat hem ook minder om het actief verwerven van kwaliteit, geluk en schoonheid, maar veeleer om ‘de kunst van de ontvankelijkheid’. Ontvankelijkheid vergt een zekere afhankelijkheid en passiviteit; een vorm van openheid die in deze tijd niet lekker ligt. Zo toont, aldus Van Tongeren “… de deugdethiek een bescheidenheid die aan de levenskunstethiek vreemd lijkt te zijn.” Van Tongeren zet de notie van levenskunst op scherp: een ‘gelukt’ leven is “… nooit volledig te realiseren. Het geluk dat gegeven is met de morele kwaliteit van ons handelen hebben we ook al niet geheel in eigen hand: morele kwaliteit vereist vertrouwen in mensen en de wereld, en dat vertrouwen kan ernstig beschaamd worden. Ook aan moreel hoogstaande mensen kan een menswaardig leven (of sterven) ontnomen worden, buiten hun eigen schuld om.” Van Tongeren typeert het leven als ‘een hele kunst’, die op weg geholpen kan worden met een denken dat “zich niet verliest in idealen, maar dat bestaat in de misschien wat melancholieke erkenning dat de mens het wezen is dat niet klopt, zodat het ‘ware geluk’ voor hem niet is weggelegd, al hoeft dat (…) momenten van geluksgevoel niet uit te sluiten.”

Ethiek

Ethiek is ‘de filosofie van goed en kwaad’. Ethici ontwerpen criteria aan de hand waarvan de betekenis, de motieven en de consequenties van het menselijk handelen beoordeeld kunnen worden. Dat gebeurt op verschillende manieren: door het handelen te beschrijven (descriptieve ethiek) of juist door ‘van te voren’ richtlijnen voor dat handelen te ontwerpen (prescriptieve ethiek). Er zijn meerdere stromingen, waarvan de teleologische en de deontologische het meest bekend zijn. De teleologische ethiek ‘redeneert als het ware terug’, en beoordeelt het handelen op zijn betekenis voor een ‘hoger’ doel, bijvoorbeeld de ‘vreedzame samenleving’. De deontologische ethiek gaat uit van boven de mens verheven, altijd geldende plichten, zoals de plicht om zelfs de ergste misdadiger op een menswaardige manier te bejegenen. Bekend is het maxime of subjectief principe van Kant: “Handel zo, dat je zou willen dat je stelregel tot een universele natuurwet verheven werd.” In de ‘deugdethiek’, waar Van Tongeren een belangrijke vertegenwoordiger van is, draait het om de handelende persoon zelf, zoals die zich moreel manifesteert in het concrete leven van alledag. Wet en regel zijn daarbij ondergeschikt aan persoonlijke deugdzaamheid, zoals die gevoed wordt door de vier ‘klassieke deugden’ (moed, matigheid, wijsheid en rechtvaardigheid), eventueel aangevuld met de latere, christelijke deugden van geloof, hoop en liefde. In zijn boek Het leven is een kunst bespreekt Van Tongeren de filosofische grondslagen en de geschiedenis van de deugdethiek, afgewisseld met intermezzi waarin hij toont wat het leven betekenis geeft en ‘menselijk’ maakt.

De kunst van de coach

Coaches zijn er welgemeend op uit om hun cliënten te verleiden zich te ontplooien, hun kracht, passie en talent doelgericht en volledig aan te wenden, en harmonieus samen te vallen met ‘zichzelf’. Zo verwerft de coachee zich een rijk, goed, betekenisvol, geslaagd, kunstig, gelukkig leven. Hoe harder je werkt, hoe meer je dat verdient. Het is jouw taak om te zorgen dat je krijgt waar je recht op hebt. Maar dat recht bestaat niet. Onverdiend ongeluk daarentegen wel degelijk, evenals ziekte, verval en dood, om van het kwaad maar niet te spreken. Levenskunstethiek waarin geen plaats is voor tragiek, het blinde noodlot, onrecht of voor de maatschappelijk zowel als biologisch ongelijke verdeling van kracht, verstand en talent, is een incomplete ethiek. Het is een halve levenskunst. Of anders gezegd: zo niet een omgekeerd normatieve, dan toch minstens een scheefgegroeide normatieve ethiek.

Het leven is niet rechtvaardig en lang niet altijd mooi. Daar valt aan te werken, en dat valt weer te leren. Dat kan met behulp van deugdethiek. Die kan ons helpen om het leven – met erkenning van de breekbaarheid en onvolkomenheid ervan – toch tot een kunst te (leren) verheffen. Dat zou coaches moeten aanspreken.

Sijtze de Roos is President van ANSE en redactielid van het Tijdschrift voor Coaching. Een opgave van gebruikte literatuur is op te vragen bij onze redactie. Dit artikel verscheen eerder in Professioneel begeleiden: www.professioneelbegeleiden.nl.

Leven is een kunst, Paul van Tongeren. Uitgeverij Klement/Pelckmans, ISBN 9789086871025.

Levenskunst in de praktijk

Levenskunst betekent dat je bewust nadenkt over hoe je wilt leven en welke keuzes daarbij passen. Wie werkt aan levenskunst, ontwikkelt vaak meer innerlijke rust en richting. Lees meer PSC Magazine 2015 artikelen over dit thema, en verdiep je in de achtergrond via Wikipedia over levenskunst.

levenskunst in de praktijk

Auteur

Sijtze de Roos

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2015

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen