Interview met Lisette Thooft
Lisette Thooft is schrijfster, spreekster en coach en herschreef onlangs het veelgelezen boek De beste tijd van je leven, spiritueel door de overgang. Het boek bevat dertig nieuwe ervaringsverhalen van vrouwen over hun ervaring met de menopauze en de innerlijke verandering die zij doormaakten. De overgang blijkt de doorgang te zijn naar de beste tijd van het leven!
De overgang is voor veel vrouwen een lastige periode. Lisette Thooft vertelt in het boek hoe vrouwen de overgang kunnen ervaren als een deur naar een nieuw, beter en spiritueler leven. Daar horen eventuele lichamelijke ongemakken en emoties bij. De beste tijd van je leven geeft filosofische inzichten en praktische tips om de gelukkigste tijd van het leven te ontdekken.
‘Voor de nieuwe uitgave van het boek heb ik fantastische en interessante gesprekken gehad met vrouwen die allemaal verschillende achtergronden hebben. Het mooie is dat ze in alle toonaarden hetzelfde zeggen. Veel gehoorde uitspraken zijn: ik kan nu doen waar ik in geloof, het moeten is eraf, ik ben minder onzeker, de les is geleerd. De prijs hiervoor zijn rimpels en grijs haar.
Voor mij is het grootste nieuws dat vrouwen na de overgang echt gaan leven voor zichzelf. Het gaat om geven, maar dan wel om geven, omdat ze het over hebben en omdat ze het zelf willen. Dit gaat helemaal vanzelf. Dat heb ik ook zelf gemerkt. De overgang is een moeilijke periode en een ommekeer. Er gebeurt van alles. Dit alles zorgt ervoor, dat je aandacht echt naar jezelf en je eigen lichaam wordt getrokken. Het leert je dat je anders moet gaan leven en dat je voor jezelf moet zorgen. Dit is boodschap nummer 1. De overgang trekt je naar binnen. Vaak is er binnenin nog iets op te lossen; iets aan te pakken. En dat is volgens mij boodschap nummer 2. En met het verstrijken van de jaren kunnen we hier met een innerlijke glimlach naar kijken. Er is wat meer afstand en we zijn wat losser en milder geworden. Ook dit zie ik terug in de verhalen van alle vrouwen die ik gesproken heb voor de nieuwe uitgave. Dit boek is dan ook tweemaal zo dik als de eerste uitgave.’
Je bent naast schrijfster en spreekster ook coach. Hoe ben je hiertoe gekomen?
‘Drie jaar geleden volgde ik een opleiding tot schrijfcoach. Ik wilde dat alleen maar, omdat ik een roman schreef over een hoofdpersoon die coach werd, maar na het intakegesprek kreeg ik op de fiets naar huis een telefoontje met de vraag of ik ook coachgesprekken deed. Dit heb ik toen opgevat als een teken dat deze opleiding een goede keuze was. Sommige cliënten willen een gesprek over hun leven, andere willen schrijfcoaching. Soms heb ik één gesprek met iemand en soms help ik met het script en hebben we gedurende een langere periode contact.’
Hoe ben je er zelf toe gekomen om te gaan schrijven?
‘Toen ik jong was, was ik bang voor mensen, maar ik wilde wel graag contact. Schrijven was voor mij de manier om intimiteit te delen met vreemden. Als journalist werkte ik alleen en ik schreef veel voor vrouwenbladen. Ik kon over mezelf vertellen aan verre, anonieme mensen. Toen ik meer zelfvertrouwen kreeg, ging ik lezingen geven. Nu kregen de verre, anonieme mensen een gezicht. De stap die volgde, was het geven van workshops; dit was zowaar nog intiemer. De stap naar coach was daarna makkelijker gezet. Binnenkort start ik met een opleiding Rebalancing. Dit is een vorm van lichaamswerk en hierbij wordt het contact dus nog letterlijker. Bij deze methode ligt de cliënt op de massagetafel en wordt hij of zij aangeraakt. De aanraking moedigt aan heel bewust te voelen. Toen ik dit zelf ervaarde, werkte dat heel sterk en ik vond het heel bijzonder.’
Naast je ontwikkeling als coach ben je dus nog steeds schrijfster?
‘Ja, ik ben altijd blijven schrijven. Ik ben zo iemand die van taal houdt. Ik heb allerlei boeken geschreven. Mijn eerste boek was Echte yuppies zijn geen yuppies. Het kwam uit in 1986. Al 30 jaar schrijf ik voor vrouwen-, zelfhulp- en spirituele bladen en dat gaat voornamelijk over persoonlijke ontwikkeling. Deze draad loopt dus door mijn privéleven en mijn werk. Ik schrijf op wat ik weet, wat ik heb meegemaakt en de verhalen die ik hoor, en daar heb ik erg veel lol in.
Mijn liefste en belangrijkste boek is Kom uit je hoofd. Dit zal uitkomen in januari 2016. Dit boek gaat over lichaamsbewustzijn. Door mijn jeugd en opvoeding was ik dit lichaamsbewustzijn en mijn gevoel voor een groot deel kwijtgeraakt. Mijn moeder heeft in een jappenkamp gezeten, dus ik heb van dichtbij gezien dat mensen gevoelens onderdrukken. Zeker heel heftige. Het punt is alleen dat gevoelens, en zeker de heftige, niet verdwijnen, maar ergens in het lichaam gaan zitten. Zo ontstaan spanningen. Na de overgang wordt het belangrijker dan ooit om oude spanningen los te laten – anders verstijf je.
Ik zie de overgang als een spiritueel proces; het gaat om een andere manier van dienstbaar zijn. Bij natuurvolken zie je dat de oude vrouwen een belangrijke altruïstische rol spelen. Ze zijn enorm ervaren in het verzamelen van eten, maar eten zelf minder, waardoor ze meer kunnen delen. Dus je overstijgt jezelf, je kunt geven vanuit overvloed. Niet alleen voedsel, maar ook wijsheid en ervaring.’
Wat is spiritualiteit voor jou?
‘Het simpelste antwoord dat ik kan geven is: het gevoel dat je verbonden bent met iets groters dan jezelf. Dat is voor mij in heel algemene zin wat spiritualiteit inhoudt. Het wetenschappelijke idee dat op dit moment heerst, is dat het leven berust op toeval en dat we in een onverschillig heelal toevallig mens zitten te zijn. Dan zou het leven nergens toe leiden en weinig betekenis hebben. De spirituele visie is dat alles buitengewoon betekenisvol is. Alles heeft met elkaar te maken en alles is verbonden; het universum is een, het leeft, het is intelligent en ik ben daar een onderdeel van.
Dat is een heel positieve visie op het leven en daar voel ik me wel prettig bij. Tijdens mijn puberteit heb ik een atheïstische periode gehad en sindsdien sta ik helemaal achter deze gedachte dat alles betekenis heeft. De voornaamste betekenis die het voor mij persoonlijk heeft, is die van ontwikkeling. Voor mij gaat alles om ontwikkeling. Om groei. Al is groei niet helemaal het goede woord, want soms betekent groei slinken. Wanneer je bijvoorbeeld het ego overstijgt, groei je niet letterlijk. Je ego wordt juist kleiner, waardoor iets anders in je, je hart, groter kan worden. Alles wat daarvoor nuttig is, is voor mij spiritueel leven. En een van de belangrijkste dingen daarbij voor mij is zelfonderzoek. En dit kan met of zonder hulp van een therapeut, goeroe of iemand anders. In onze westerse maatschappij zijn ontzettend veel helpers beschikbaar en heel veel informatie. Mijn idee is om daar zo goed mogelijk gebruik van te maken. De bedoeling daarvan is, volgens mij, een wijder, ruimer, liefhebbender mens te worden.’
Hoe geef jij zelf vorm aan spiritualiteit?
‘Ten eerste door zelfontwikkeling. Ik heb een hele tijd een goeroe gehad; iemand van wie ik dacht dat hij verlicht was en z’n ego had overstegen. Dit denk ik trouwens nog steeds. Dit was Barry Long. Ik heb enorm veel geleerd van deze man. Hij had een visie op het leven die ik helemaal heb overgenomen. Later ben ik daar, wat betreft sommige punten, op teruggekomen, maar in de basis zei hij dat het gehele heelal betekenisvol is en zelfontwikkeling is wat je daaraan bijdraagt.
Ook als coach ben ik spiritueel bezig. Ik zou bijvoorbeeld geen coach kunnen zijn, die werkt naar het vinden van een baan met een goed salaris. Dit zou voor mij als doel niet belangrijk genoeg zijn. Het doel van coaching is voor mij altijd een beter mens worden en niet rijker of succesvoller. Dat vind ik te oppervlakkig. Meestal is dit aspect compensatie voor iets binnen in je, dat nog niet geheeld is. Dit zijn heel algemene uitspraken, dat besef ik, maar ze zijn voor mij zeer waar.’
Naast zelfontwikkeling loopt spiritualiteit dus eigenlijk ook als een rode draad door je privéleven en werk?
‘Ja, ik geloof dat je wel kunt zeggen dat mijn privéleven en werk sowieso enorm verweven zijn met elkaar. Dat is wel grappig eigenlijk, en ik geloof ook niet dat ik het anders zou willen. Ook het werken als zzp’er zorgt ervoor dat ik niet echt een afgescheiden stukje werk heb. Het werken als journalist heeft dit altijd versterkt, omdat ik meestal schreef over iets wat ik op dat moment belangrijk vond voor mezelf of wat ik aan het onderzoeken was voor mezelf. En dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo. Toen ik in de overgang kwam, ging ik een boek schrijven over de spiritualiteit van de overgang. En nu ik zelf ouder word, begin ik steeds meer te onderzoeken wat dat nu betekent, ouder worden. Wat betekent dat en wat heb je eraan? Hoe ziet dat proces eruit? Ik vind het een mooi en belangrijk proces.’
Is spiritualiteit voor jou verbonden aan een geloof?
‘Ik zie geloof en dan bijvoorbeeld het christelijke geloof, als een interessant iets. Ik zie hierin een diepe symbolische waarde en ik heb er veel onderzoek naar gedaan. We kunnen wel stellen dat het christendom een enorme beschavingsimpuls heeft gegeven. Naar mijn inzicht is het christendom, maar ook andere geloven, op dit moment te laat met de ontwikkelingen die er gaande zijn binnen de gemeenschap. Ik denk dat er onder gelovigen namelijk veel interesse is in nieuwe spiritualiteit en new age. De kerken gaan hier vaak niet echt in mee en er bestaat veel weerstand. En dat vind ik jammer. Ik geef daar vaak lezingen over en volgens mij is een cruciaal punt in deze weerstand angst. Zo te zien kan iemand een goede gelovige zijn, een ware christen en een voorbeeldig kerkganger, terwijl hij zijn hele leven stijf staat van de angst. In de new age of nieuwe spiritualiteit kan dat niet. Dan moet je iets aan die angst doen. Dan ga je onderzoeken waar die angst vandaan komt en hier wat aan doen. Als je die angst kwijtraakt, ga je veranderen.
Binnen het geloof – en ik maak het nu even heel algemeen en generaliserend – is het belangrijk dat je je goed gedraagt, samenwerkt en goed bent voor je medemens. Wat je van binnen voelt, is niet zo belangrijk. Bij spiritualiteit en new age is juist belangrijk wat er van binnen speelt. Je kunt niet samenwerken met andere mensen wanneer je bang voor ze bent. Dat kan alleen als je van binnenuit open bent, en daar moet je aan werken. En dan gaat het ook vanzelf en wordt het een vreugde. Dat vind ik een groot verschil tussen geloof en spiritualiteit. Ik zie geloof ook wel als een meer kinderlijke fase. Als gelovigen zijn we kinderen en “laten we nu maar doen wat er gezegd wordt en dan komt het goed met ons”. Daar is helemaal niets mis mee. Wanneer je echter volwassen wordt, kun je besluiten niet meer puur te doen wat er gezegd wordt, maar ga je zelf beslissen vanuit je eigen wezen, hoe je een goed mens kunt zijn. Dat betekent dat je moet gaan kijken wat er voor verduisterends en versluierends in de lagen om dat eigen wezen zit. Dit lost patronen en valkuilen op. Daarbij vind ik deze christelijke uitspraak altijd heel passend: je ziet niet de balk in je eigen oog, maar wel de splinter in het oog van de ander. In mijn ogen biedt het christendom echter geen tools om hier wat aan te doen en bij de new age gaat het hier juist om.’
Hoe is je interesse in het christendom ontstaan?
‘Ik werkte voor het blad Volzin, een christelijk blad, en ondertussen las ik het boek De Da Vinci Code van Dan Brown. Toen ik dit boek las, had ik het gevoel dat er iets niet klopte, maar ik wist niet precies wat. Dus toen ben ik daarnaar op zoek gegaan. Ik ben gaan zoeken naar wat er bekend is over Jezus en Maria Magdalena. Het idee van Dan Brown is dat die twee allebei echt bestaan hebben en samen een kind hebben gekregen. Dat kind is ontsnapt en in Frankrijk terechtgekomen en van daaruit is een bloedlijn ontstaan. Als de meest zuivere nazaat gevonden zou worden, zou christelijk Europa weer de juiste leider hebben. Dat is de idee achter het boek, grof geschetst. Dit idee heeft hij niet zelf verzonnen, maar dat bestond al eerder. Mijn gevoel was dat dit idee niet waar kon zijn, want het christendom gaat helemaal niet om vlees en bloed, om nazaten en zoveel mogelijk kinderen krijgen. Het gaat er juist om zelf een goed mens te zijn en in het Koninkrijk Gods terecht te komen, ofwel verlicht te worden.
Toen ik dat allemaal had uitgezocht, heb ik er een boek over geschreven. Het boek heette Jezus en Maria Magdalena. Een mythe van liefde en vrijheid. Ik zie het als een mythe. Een mythe betekent tegenwoordig: iets wat niet waar is, maar ik zie het juist als een verhaal met een diepe, echter niet letterlijke waarheid. Daarna ben ik doorgegaan in mijn onderzoek. Vanuit Maria Magdalena was ik uitgekomen bij de grote moedergodin en daar had ik begrepen dat de draak een heel oud symbool is; die bestaat uit de slang, de adelaar en zoiets als een luipaard, de dieren van de grote moedergodin. Uit dit onderzoek is het boek De onverzadigbare vrouw en de afwezige man ontstaan. Dit is eigenlijk ook het boek waar ik het meest trots op ben. Het is namelijk een heel originele en helemaal niet zo gekke, nieuwe kijk op oude verhalen geworden. Ik had het idee dat ik iets nieuws op het spoor was gekomen en ben mezelf toen mythosoof gaan noemen. En dat zorgde voor reacties van mensen die met hetzelfde bezig waren. Samen zijn we de Kring voor Mythosofie begonnen. We hebben een stichting en geven eens per maand matinees. We zien dat hier veel animo voor is en dat mensen erg geïnteresseerd zijn. We praten over de symbolische betekenis van verhalen. Het zijn oude verhalen waar wij hier en nu nog steeds iets uit kunnen halen.
Om weer terug te gaan naar de draak bijvoorbeeld. Wat is die draak in mijn ziel? Dat is die vrouwelijke neiging om te zeggen: ik hou van je, dus ik eet je op. Mannen hebben hier last van, van dat bezitterige, het alles willen bepalen. Mannen op hun beurt laten heel snel gaan, precies zoals ze biologisch gemaakt zijn. Zo is het ook psychisch. In het onbewuste hebben mannen in relaties snel de neiging zich te laten gaan en weg te lopen. Daar hebben mannen en vrouwen dus last van elkaar. Mijn idee is dat – en ik noem dit De theorette van Lisette – dat ergens goed voor is. Wanneer je last hebt van elkaar, moet je wel veranderen en dus groeien. Het vrouwelijke wil eigenlijk liefde en uit dat in bezitterigheid en het mannelijke wil vrijheid en uit dat in egoïsme. Als mannen en vrouwen elkaars ideaal overnemen, worden ze allebei vol-ontwikkelde individuen. Daaruit volgt dat seks er is om te zorgen dat we groeien. We kunnen niet anders dan last hebben van elkaar en dat zorgt voor wrijving. Waar wrijving is, is warmte en waar warmte is, is groei.’
Meer informatie over Lisette Thooft en haar werk is te vinden op www.lisettethooft.nl. Hier is ook een filmpje te vinden over De theorette van Lisette. Fotograaf: Tessa Posthuma de Boer.
Zelfontwikkeling als sleutel tot een betekenisvol heelal
Zelfontwikkeling helpt je een gevoel van verbondenheid te ervaren met het heelal om je heen. Wie bewust met zelfontwikkeling bezig is, ontdekt vaak dat het leven meer betekenis krijgt. Ontdek meer PSC Magazine 2015 artikelen over spiritualiteit en lees ook de achtergrond op Wikipedia over spiritualiteit.


