Ik heb een heel eenvoudige kijk op de kind-ouderrelatie. Zodra de navelstreng wordt doorgeknipt, begint het loslaten. Leef jij als ouder in doodsangst om je kind. Tenminste, dat heeft een psycholoog mij eens verteld. Ineens begreep ik waarom ik steeds buikpijn had. Aan de andere kant van de navelstreng begint hetzelfde. Na een hecht samenzijn en intensieve samenwerking barst de strijd los om de autonomie en voltrekt zich daar een soortgelijk drama.
In de puberteit wordt deze onthechting extra duidelijk door een opeenstapeling van hormonen. Zoals die bij mijn zoon. Ik kan als vrouw niet goed inschatten wát zich daar bij hem vanbinnen op testosteronniveau afspeelt. Wel kan ik het heel duidelijk in zijn gedrag aflezen. Hoe hij met buitenproportionele ledematen heen en weer beweegt, met een enorme zucht van voren naar achteren pendelt bij het aanhoren van een boodschap of zodanig in de bank hangt dat je je afvraagt waar zich zijn ruggengraat bevindt.
Tel hierbij op dat mijn hormonen zich evenredig in omgekeerde richting bewegen en u kunt zich voorstellen dat onze relatie een explosief karakter heeft.
Wat mij helpt om dit beheersbaar te houden, is begrip. Begrip houdt bij mij altijd in dat het grijpbaar moet zijn en inzicht helpt daarbij. Dan zie je wat er gebeurt. En dan heb ik het over gedrag. Zoals taalgebruik.
Nu heb ik vast weleens in deze columns de taal vervloekt of mij uitgesproken over het onvermogen van de mens om fatsoenlijk te communiceren. Kijk je echter naar de taal an sich, dan is die in feite heel krachtig en beeldend. Misschien is die dan wel vanzelf ontstaan en niet uitgevonden door de mens. Zoals de aarde. In een oerknal.
Maar goed. Het taalgebruik van mijn zoon geeft heel duidelijk weer hoe de onthechting plaatsvindt. Het begon met ‘mama’. Een zelfstandig naamwoord. Het eerste en meest gebruikte zelfstandig naamwoord op aarde. Mama. Mama. Mama. Mama. Het bekt ook zo lekker. Mama.
Dat werd op een gegeven moment tweede persoon enkelvoud. ‘Jij’. De taalkundige knip tussen eerste en tweede persoon enkelvoud was een feit. Ik was een ander. Deze fase duurt heel lang.
Onlangs kreeg ik na twaalf jaar een totaal andere persoonsvorm toebedeeld. Ik zat schuin naast mijn zoon aan de eettafel en mijn man tegenover mij. Mijn zoon richtte zich tot mijn man en zei: ‘Zij heeft niet lekker gekookt.’ Zij. Derde persoon enkelvoud. Dat was ik! Een paar dagen later ging het nog verder en verwerd ik tot ‘het’. Een onzijdig iets. Een ding. Dát daar. Dan had ik nog liever dat hij me ‘kalf’ noemde, zoals die week daarvoor. Dat was nog een beest.
Met ‘het’ degradeerde ik tot de meest onpersoonlijke vorm die er maar bestond en ging ik twijfelen aan de rol en het nut van het ouderschap.
Totdat ik ging ontleden en begreep dat er in wezen niets was veranderd.
De knip was allang gezet.
Wilma de Haas is eigenaar van Haas & Konijn®, een bureau voor persoonlijke en professionele ontwikkeling en auteur van K-therapie.
De knip als symbool van loslaten
De knip van de navelstreng markeert het begin van een levenslang proces van loslaten tussen ouder en kind. Elke volgende knip, letterlijk of figuurlijk, brengt zowel pijn als groei met zich mee. Meer columns over ouderschap en loslaten lees je op PSC Magazine 2015. Meer over de ontwikkeling van de puberteit vind je op Wikipedia over de puberteit.


