Inhoudsopgave
Compassion Focused Therapy: 8.000 mensen onderzocht
In 2023 verscheen in het Journal of Affective Disorders de grootste meta-analyse tot nu toe naar Compassion Focused Therapy: onderzoekers brachten 47 gecontroleerde studies samen met in totaal ruim 7.875 deelnemers, verspreid over 17 landen. Dat maakt Compassion Focused Therapy inmiddels een van de beter onderzochte compassiegerichte interventies binnen de geestelijke gezondheidszorg, ook al is het jonger dan bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie.
Een gemiddeld effect dat de moeite waard is
Over alle uitkomstmaten heen vonden de onderzoekers voor Compassion Focused Therapy een gemiddeld effect van g=0,72, wat in onderzoekstermen geldt als een middelgroot tot groot effect. Dat betekent dat mensen die CFT volgden gemiddeld duidelijk beter scoorden dan mensen in de controlegroep, al verschilt de uitkomst sterk per persoon en per klacht.
Het effect verschilt per uitkomst
Uitgesplitst naar specifieke uitkomsten was het effect op depressieve klachten g=0,49, op zelfkritiek g=0,40 en op het vermogen tot zelfcompassie g=0,51. Depressie en zelfkritiek zijn twee van de klachten waarvoor Compassion Focused Therapy oorspronkelijk werd ontwikkeld, dus deze cijfers sluiten goed aan bij waar de therapie voor bedoeld is.
Een belangrijke kanttekening bij de cijfers
De onderzoekers zijn ook eerlijk over de beperkingen: er was aanzienlijke heterogeniteit tussen studies, en het effect viel flink groter uit bij vergelijking met een passieve controlegroep (g=0,97) dan bij vergelijking met een actieve behandeling zoals reguliere therapie (g=0,49). Dat relativeert de resultaten van Compassion Focused Therapy enigszins, zonder ze te ontkrachten.
Veelbelovend, met ruimte om te groeien
Het onderzoeksveld rond CFT is nog relatief jong vergeleken met gevestigde therapievormen, maar de omvang van deze meta-analyse laat zien dat de aanpak inmiddels serieus wordt genomen in de wetenschap. Voor wie overweegt te starten is dat een geruststellende basis, zonder dat het een garantie voor resultaat is.
Deze cijfers zeggen vooral iets over het gemiddelde effect over grote groepen mensen, niet over wat er voor jou persoonlijk uitkomt. Iemand met milde zelfkritiek kan veel baat hebben bij Compassion Focused Therapy, terwijl iemand met complexe, langdurige schaamteproblematiek mogelijk meer tijd of een combinatie van behandelingen nodig heeft. De meta-analyse geeft een goed overzicht van wat er in de literatuur bekend is, maar vervangt geen individueel gesprek met een behandelaar over wat in jouw situatie te verwachten is.
Opvallend is verder dat de onderzoekers relatief weinig langetermijndata konden meenemen: de meeste studies maten het effect direct na afloop van de behandeling, en veel minder vaak een jaar of langer later. Dat betekent dat er over de duurzaamheid van de effecten van Compassion Focused Therapy nog minder met zekerheid te zeggen is dan over de effecten op de korte termijn. Toekomstig onderzoek naar Compassion Focused Therapy zal zich naar verwachting steeds meer op die langetermijnmetingen gaan richten, om te zien of de winst ook jaren later nog merkbaar is.
Voor meer achtergrond over verwante therapievormen, zie de overzichtspagina over psychosociale therapie. De volledige meta-analyse met alle onderliggende cijfers is te vinden op PubMed Central, de database van wetenschappelijke studies van de Amerikaanse National Institutes of Health.
Kortom: de wetenschappelijke onderbouwing van Compassion Focused Therapy is de afgelopen jaren flink gegroeid, met name voor klachten waarin schaamte en zelfkritiek een grote rol spelen. Tegelijk blijft het, zoals bij veel jongere therapievormen, verstandig om de resultaten met een gezonde nuance te bekijken en niet te verwachten dat één methode voor iedereen evenveel oplevert, hoe overtuigend de gemiddelde cijfers ook ogen.
Een ander interessant detail uit de meta-analyse is dat de onderzoekers ook keken naar wie het meeste baat had bij Compassion Focused Therapy. Mensen met hoge uitgangswaarden van zelfkritiek en schaamte lieten gemiddeld de grootste verbetering zien, wat aansluit bij het uitgangspunt van de therapie: hoe sterker het dreigingssysteem is ontregeld, hoe meer ruimte er is om met gerichte training van het kalmeringssysteem winst te boeken. Voor mensen met mildere klachten was het effect kleiner, simpelweg omdat er minder ruimte voor verbetering was.
Het is verder de moeite waard om te kijken naar welke vorm van Compassion Focused Therapy in de onderzochte studies werd toegepast. Een deel van de studies gebruikte volledige individuele trajecten van tien tot twintig sessies, terwijl andere onderzoek deden naar kortere groepsprogramma’s of zelfs online cursussen. De effecten waren over het algemeen consistent aanwezig in beide vormen, al was de kwaliteit van het bewijs voor de intensievere, individuele trajecten doorgaans sterker dan voor de kortere varianten.
Voor wie deze cijfers wil gebruiken om een eigen afweging te maken: het is verstandig om ze te bespreken met een behandelaar die de studies kan duiden in de context van jouw specifieke klacht. Een gemiddeld effect van g=0,72 zegt namelijk weinig over hoe Compassion Focused Therapy bij een individueel geval uitpakt, en een goede behandelaar kan samen met jou inschatten of de aanpak logisch aansluit bij wat er op dat moment in jouw leven speelt.
Samengevat geeft de meta-analyse van 2023 het meest complete beeld tot nu toe van wat Compassion Focused Therapy kan betekenen, met cijfers die breed gedragen worden binnen het vakgebied. Toch blijft gezond verstand nodig: cijfers uit onderzoek zijn een hulpmiddel om een afweging te maken, geen vervanging voor een persoonlijk gesprek met een deskundige behandelaar.

