Inhoudsopgave
Compassion Focused Therapy: vooral voor wie vastzit in zelfkritiek
Compassion Focused Therapy is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen bij wie schaamte en harde zelfkritiek een centrale rol spelen, vaak bij depressie, angst, eetproblematiek of de nasleep van trauma. Mensen die merken dat ze zichzelf voortdurend afkraken, of die maar moeilijk vriendelijkheid naar zichzelf kunnen toelaten, zijn doorgaans de groep die er het meest baat bij heeft, blijkt uit de klinische ervaring van therapeuten.
Ook bij therapieresistente depressie een optie
Een pilotstudie uit 2022 in Frontiers in Psychology onderzocht Compassion Focused Therapy specifiek bij mensen met therapieresistente depressie: 18 deelnemers, van wie 9 een groeps-CFT-traject volgden en 8 de gebruikelijke zorg kregen. Het ging om mensen bij wie eerdere behandelingen onvoldoende hadden geholpen.
Duidelijk grotere verbetering dan gebruikelijke zorg
De gemiddelde depressiescore (BDI-II) daalde in de Compassion Focused Therapy-groep van 34,9 naar 22,2, tegenover 39,3 naar 38,9 in de controlegroep, nauwelijks een verandering. Het verschil kwam neer op een effectgrootte van d=2,30, een ongewoon groot effect voor een studie van deze bescheiden omvang.
Een derde van de deelnemers herstelde
In de Compassion Focused Therapy-groep herstelde 33 procent klinisch significant, tegenover 14 procent van de deelnemers in de gebruikelijke zorg. Voor een groep die eerder al andere behandelingen had geprobeerd zonder genoeg resultaat, is dat bij Compassion Focused Therapy een relevant en hoopgevend verschil.
Waarvoor CFT minder geschikt is
Deze studie was klein, met 18 deelnemers, dus de cijfers moeten met enige voorzichtigheid gelezen worden. Compassion Focused Therapy is bovendien geen eerstelijnsbehandeling bij acute crises, ernstige psychiatrische aandoeningen zoals psychose, of bij mensen die eerst stabilisatie nodig hebben; daarvoor is gespecialiseerde, acute zorg altijd de eerste en belangrijkste stap.
Naast deze pilotstudie bij therapieresistente depressie is Compassion Focused Therapy ook onderzocht bij specifieke doelgroepen zoals mensen met eetstoornissen, chronische pijn en posttraumatische stressklachten na langdurig geweld of misbruik. In deze groepen speelt schaamte vaak een grote rol, bijvoorbeeld schaamte over het eigen lichaam, over ‘zwak’ overkomen door pijn, of schaamte die samenhangt met wat iemand is overkomen. Juist bij die schaamtecomponent lijkt Compassion Focused Therapy een meerwaarde te hebben ten opzichte van behandelingen die zich uitsluitend op gedrag of gedachten richten.
Ook mensen die al goed reageren op cognitieve gedragstherapie of EMDR, maar bij wie een hardnekkig gevoel van ‘ik ben het gewoon niet waard’ blijft hangen, worden in de klinische literatuur vaak genoemd als groep die baat kan hebben bij een aanvullend Compassion Focused Therapy-traject. Het model vult dan een specifiek gat op dat andere therapieën soms laten liggen.
Voor mensen bij wie de klachten primair om iets anders draaien, zoals concrete, actuele levensproblemen zonder onderliggende schaamteproblematiek, is de meerwaarde van Compassion Focused Therapy minder duidelijk aangetoond. In dat geval ligt een meer gerichte, klachtgeoriënteerde behandeling vaak meer voor de hand.
Voor meer achtergrond over verwante therapievormen, zie de overzichtspagina over psychosociale therapie. Meer informatie over de pilotstudie naar Compassion Focused Therapy bij therapieresistente depressie is te vinden op Frontiers in Psychiatry, het wetenschappelijke tijdschrift waarin de studie verscheen.
Wie twijfelt of Compassion Focused Therapy passend is, doet er goed aan dit te bespreken met een huisarts of psycholoog. Zij kunnen inschatten of schaamte en zelfkritiek daadwerkelijk een centrale rol spelen in de klachten, en zo nodig doorverwijzen naar een therapeut met specifieke scholing in Compassion Focused Therapy.
Een praktisch punt bij het overwegen van Compassion Focused Therapy is de beschikbaarheid van goed opgeleide therapeuten. Omdat het model relatief jong is, is het aanbod in Nederland kleiner dan bij gevestigde therapievormen zoals cognitieve gedragstherapie. Sommige therapeuten volgen aanvullende scholing in Compassion Focused Therapy bovenop een basisopleiding als psycholoog of psychotherapeut, terwijl anderen het als specifieke specialisatie aanbieden. Vraag bij twijfel altijd naar de specifieke training en ervaring van de behandelaar met deze methode.
Tot slot is het goed om te weten dat Compassion Focused Therapy in de praktijk vaak wordt gecombineerd met andere behandelvormen in plaats van als losstaand traject te worden aangeboden. Een behandelaar kan bijvoorbeeld elementen van Compassion Focused Therapy inzetten binnen een breder cognitief gedragstherapeutisch traject, zeker wanneer schaamte een blokkade vormt voor verdere vooruitgang. Die flexibiliteit maakt het model in de praktijk breder inzetbaar dan de wetenschappelijke literatuur op het eerste gezicht doet vermoeden.
Voor mensen die twijfelen tussen verschillende therapievormen kan het helpen om te kijken naar wat het meest op de voorgrond staat in de eigen klachten. Draait het vooral om piekeren en vermijdingsgedrag, dan ligt cognitieve gedragstherapie vaak meer voor de hand. Speelt schaamte, zelfhaat of het gevoel ‘fundamenteel tekort te schieten’ een grote rol, dan is Compassion Focused Therapy het overwegen waard, al dan niet in combinatie met een andere aanpak. Een intakegesprek met een ervaren behandelaar blijft de beste manier om dat onderscheid scherp te krijgen.
Zoals bij elke therapiekeuze geldt: de beslissing om met Compassion Focused Therapy te starten hoeft niet in isolatie genomen te worden. Overleg met de huisarts, een eerder betrokken behandelaar of een vertrouwenspersoon kan helpen om de afweging scherper te maken, zeker wanneer eerdere behandelingen niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd en de twijfel over een volgende stap groot is.

