CAM tegen resistente bacteriën

Joyce Vermeeren bezocht een conferentie van Eurocam over het verminderen van antibioticagebruik en de sleutelrol die complementaire geneeskunde daarin kan spelen.

Op 6 juni werd in Brussel de conferentie georganiseerd ‘Reducing the need for antibiotics’ door Eurocam, het overkoepelende Europees orgaan ter bevordering van Complementair Alternative Medecine (CAM). Joyce Vermeeren, NPW-lid, is erbij en hoort bevlogen artsen en wetenschappers spreken over de noodzaak om het antibioticagebruik te verminderen. CAM kan hierin een sleutelrol vervullen. “Het grootste risico om antibiotica te krijgen, is door naar een huisarts te gaan.”

De conferentie sluit aan op een belangrijk speerpunt van de World Health Organisation (WHO), namelijk het bevorderen van onderzoek naar en ontwikkeling van strategieën in het voorkomen en bestrijden van infectieziektes, gezien de groeiende resistentie van bacteriën wereldwijd. Het ontwikkelen van steeds weer nieuwe antibiotica lijkt een race zonder einde. Drastische vermindering van het gebruik van antibiotica is daarom essentieel. De toepassing van veilige, effectieve, niet-antibiotica interventies zoals CAM, zou een goede strategie zijn om het antibioticagebruik te verminderen. Het tijdens de conferentie gepresenteerde onderzoek door dr. Erik Baars naar het effect van CAM bij infectieziektes, bevestigt deze verwachting. Maar eerst wordt er een mooi voorbeeld van integrale geneeskunde in Toscane (Italië) gepresenteerd.

Integrale klinieken in Toscane

Na een welkomstwoord van dr. Ton Nicolai, woordvoerder voor Eurocam, beschrijft dr. Elio Rossi de situatie in Toscane. In zes klinieken wordt integrale geneeskunde aangeboden met als belangrijkste interventies: reguliere geneeskunde, acupunctuur, kruidengeneeskunde en homeopathie. De medewerkers hebben allen een aanvullende opleiding in CAM, bijvoorbeeld de 3-jarige masteropleiding CAM, aangeboden door de universiteiten in Toscane. Patiënten hebben vrije toegang tot deze klinieken zonder extra kosten. De priorititeiten van de klinieken zijn oncologie, pijnbestrijding, huidziektes, conceptie en bevalling, en hormoongerelateerde klachten zoals overgangsklachten. Bij oncologie is het streven om de bijwerkingen van reguliere therapieën te verminderen, pijn te verzachten en het algemeen welzijn te verhogen. Deze vorm van integrale geneeskunde werd mogelijk gemaakt door The Tuscany Regional Participation Policy (RRPP, 2005) dat uiteindelijk leidde tot de Regional Law nr. 69/2007. In deze wet wordt geregeld dat de bevolking op regionaal niveau inspraak heeft in belangrijke kwesties door middel van gesprekken met deskundigen en volksvertegenwoordigers, forumdiscussies, informatie en opiniepeilingen via internet. Dankzij de Regional Law, een in Europa vrij uniek inspraakinstrument, kon het publiek zijn steun kenbaar maken aan integrale geneeskunde waardoor de masteropleiding CAM en de CAM-klinieken gerealiseerd konden worden.

Kan CAM antibioticagebruik verminderen?

Na het inspirerende voorbeeld van integrale geneeskunde onder de Toscaanse zon, bespreekt dr. Erik Baars de vraag of CAM vermindering van antibioticagebruik oplevert. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, werd onderzoek gedaan naar het gebruik en effect van CAM. De conclusies zijn:

• Veel CAM-interventies inclusief CAM-middelen (zoals kruiden) en koortsmanagement zijn veelbelovend maar missen voldoende kwalitatief goed onderzoek.
• Een systematische review van reeds bestaand wetenschappelijk onderzoek toont aan dat er specifieke, aantoonbaar effectieve en veilige CAM-strategieën zijn voor acute, ongecompliceerde infecties van de bovenste luchtwegen.
• Een onderzoek onder CAM-experts naar de inzet van CAM en het voorschrijven van CAM-middelen ten aanzien van infecties van de bovenste luchtwegen, geeft goede CAM-richtlijnen voor het handelen in de dagelijkse klinische praktijk.
• Huisartsenpraktijken in Groot-Brittannië met een aanvullende CAM-opleiding schrijven in het algemeen en specifiek bij infecties van de bovenste luchtwegen minder antibiotica voor.
• Uit een onderzoek onder gezondheidswerkers en patiënten blijkt, dat patiënten hun keuze voor een bepaalde behandeling baseren op hun geloof in de ziekte (oorzaak en ernst) en de behandeling (veilig en effectief). Hieruit volgt de noodzaak naar betrouwbaar, wetenschappelijk onderbouwd advies aan patiënten.
• De Duitse ‘FeverApp Register Study’, geeft de verwachting dat door het gebruik van de app het antibioticagebruik bij kinderen zal dalen. De app geeft ouders richtlijnen en feedback hoe om te gaan met een kind met koorts, waardoor er minder snel een huisarts wordt geconsulteerd. In het verdere vervolg van de conferentie geeft dr. David Martin nog een toelichting op de FeverApp.

De conclusies laten zien dat de inzet van CAM-strategieën om het antibioticagebruik te verminderen veelbelovend is met groeiend wetenschappelijk bewijs hiervoor. Een van de vervolgdoelstellingen is het testen van veelbelovende CAM-strategieën bij infecties van de bovenste luchtwegen op veiligheid en effectiviteit in de primaire gezondheidszorg door middel van kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek. Ook de ontwikkeling van informatiemateriaal voor artsen en patiënten heeft prioriteit.

Kloof tussen richtlijnen en praktijk

Ondanks de gunstige resultaten van het onderzoek is er nog steeds een kloof tussen de richtlijnen om antibiotica te verminderen en de dagelijkse klinische praktijk. Dr. Esther van der Werf-Kok geeft aan dat traditiegetrouw in Nederland, Duitsland en Engeland minder antibiotica wordt verstrekt dan in Frankrijk en Italië. Toch wordt in Engeland nog vaak antibiotica voorgeschreven, waarvan het grootste gedeelte, 74%, door huisartsen. Artsen met een aanvullende CAM-opleiding verstrekken minder vaak antibiotica bij ongecompliceerde, acute infecties van de bovenste luchtwegen dan reguliere artsen. Er is geen verschil in voorschrijven van antibiotica bij acute infecties van de urinewegen. Dr. Merlin Willcox voegt eraan toe dat de huisartsenpraktijken in Engeland dagelijks overstroomd worden door patiënten, waardoor de arts onder druk staat om snel een klacht af te handelen met antibiotica. Het grootste risico om antibiotica te krijgen is, volgens Willcox, door naar een huisarts te gaan. Daarom heeft ondersteuning van zelfhulp bij de patiënt prioriteit door het geven van informatie over de klacht (bijvoorbeeld de nasleep van hoest bij een verkoudheid duurt gemiddeld 3 weken) en over de inzet van CAM om de klacht te verminderen (kosten, interactie met reguliere medicatie, werking en bijwerkingen). Ook zou er meer aandacht besteed moeten worden aan de ouderwetse huismiddeltjes, zoals honing bij keelpijn.

FeverApp in Duitsland veelbelovend

Het bevorderen van zelfhulp bij de patiënt is met de huidige technische hulpmiddelen goed te realiseren. Een mooi voorbeeld is de FeverApp, ingesteld door het Duitse ministerie van educatie en wetenschap. Dr. David Martin licht toe dat de FeverApp aan ouders richtlijnen en feedback geeft in het managen van koorts bij hun kind, waardoor naar verwachting het gebruik van antibiotica bij kinderen zal dalen. Daarnaast vormen de door de ouders ingevoerde gegevens een belangrijke database voor verder onderzoek. Binnen de reguliere geneeskunde wordt meestal antibiotica verstrekt als de koorts boven de 40 °C stijgt. Maar koorts is volgens dr. Martin een hulpmiddel in de strijd tegen de ziekteverwekker en geen bedreiging. Koorts kent ook geen bovenlimiet. Volgens dr. Martin werkt het immuunsysteem beter bij hogere temperaturen van 39-41 °C. De bacterie streptococcuspneumoniae bijvoorbeeld gaat dood bij een temperatuur van 40 °C. Paracetamol verlaagt de temperatuur waardoor bacteriën en virussen zich juist kunnen vermenigvuldigen. Een lichaamstemperatuur tussen de 33-37 °C is de optimale temperatuur voor virale duplicatie. Hij heeft er begrip voor dat ouders angstig reageren op koorts van hun kind met name wanneer er koortsstuipen optreden. Echter, koortsstuipen geven volgens dr. Martin geen schade op de lange termijn. Dr. Martin benadrukt dat vermindering van angst voor koorts een voorwaarde is voor vermindering van antibioticagebruik. In de Filderkliniek waar dr. Martin als seniorarts kindergeneeskunde werkzaam is, wordt niet op basis van de hoogte van de koorts antibiotica gegeven maar op basis van het welzijn van het kind. Alleen bij gehandicapte kinderen met kans op complicaties, bijvoorbeeld een epileptische aanval, wordt antibiotica gegeven op basis van de lichaamstemperatuur.

Moed en doorzettingsvermogen

Uit de lezingen blijkt dat wetgeving, steun van de bevolking, kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek, inzet van moderne technische hulpmiddelen en koortsmanagement belangrijke pijlers zijn voor integratie van CAM. Wat echter het meest belangrijk is, zijn moed en doorzettingsvermogen van CAM-professionals. Dr. Martin geeft mij in de wandelgangen een treffend voorbeeld. Na de val van de Berlijnse muur werd de overheid geconfronteerd met meerdere onrendabele ziekenhuizen. Ongeveer 20 jaar geleden namen zes antroposofisch werkende professionals, twee artsen, twee therapeuten en twee verpleegkundigen, het noodlijdende ziekenhuis Havelhöhe in Berlijn over voor het symbolische bedrag van € 1. Binnen 10 jaar behoorde Havelhöhe tot de top 10 van beste ziekenhuizen in Duitsland met voor de zorgverzekeraars een besparing van gemiddeld € 3.700 per patiënt per 3 jaar. Ook patiënten hebben moed en doorzettingsvermogen nodig om minder afhankelijk te worden van reguliere medicatie. Tijdens de paneldiscussie bepleit Robert Johnstone, lid van de International Foundation for Integrated Care (IFIC) in Engeland, het belang van “empowerment” van de patiënt. Op zijn 3e jaar kreeg hij reuma waarna hij ruim 20 jaar braaf alle voorgeschreven medicijnen slikte. Hij merkte dat sommige symptomen alleen maar erger werden door bepaalde medicijnen maar vond daarvoor geen gehoor bij zijn arts. Toen hij naar de universiteit ging, begon hij te experimenteren met transcendente meditatie, aanpassing van zijn voeding en diverse CAM-therapieën. Hij is nu manager van zijn eigen gezondheid en gebruikt geen enkele reguliere medicatie meer.

Waar blijft de hbo-opgeleide CAM-therapeut?

De conferentie geeft een hoopvol beeld van de toekomst van CAM met name als sleutelrol in het verminderen van antibioticagebruik. De grote vraag is: waar blijft de hbo-therapeut in dit geheel? Op mijn vraag tijdens de paneldiscussie welke rol men ziet weggelegd voor de hbo-opgeleide CAM-therapeut krijg ik geen duidelijk antwoord. Wij moeten de mogelijkheid onder ogen zien dat de hbo-therapeut met zijn/haar klassieke kennis en jarenlange ervaring voorbij wordt gestreefd door CAM-professionals met een masteropleiding. Tussen de deelnemers (circa 60), merendeels arts, wetenschapper of beleidsmaker, ben ik vermoedelijk de enige hbo-therapeut. Het lijkt mij noodzakelijk dat binnen de beroepsgroep aandacht wordt gegeven aan de positie van de hbo-therapeut gezien de huidige ontwikkelingen binnen CAM. Wij moeten ons afvragen: wat kunnen wij doen aan integratie? Wat zijn onze specifieke kwaliteiten waardoor wij als volwaardige partners worden gezien in de integrale geneeskunde? Of moeten wij ons richten op het krijgen van toegang tot een master CAM-opleiding, eventueel na een toelatingsexamen of -opleiding? Een brede discussie hierover mag niet lang op zich laten wachten gezien de snelle ontwikkelingen.

Een volledige lijst van bronnen kan opgevraagd worden bij de redactie.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NWP Magazine 2018

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen