Berthold Gersons (1945) was hoogleraar psychiatrie, verbonden aan het Amsterdam UMC en het ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Hij is een internationaal erkend trauma- en rampenexpert. Gersons richtte het Kenniscentrum Impact van Rampen en Crises op en hij ontwikkelde de Beknopte Eclectische Psychotherapie (BEPP) voor Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS).
De Bijlmer-ramp, de vliegramp bij Faro, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de MH17 die neergeschoten werd, bij al deze ingrijpende gebeurtenissen werd Gersons gevraagd op te treden als adviseur, behandelaar en onderzoeker. In februari van dit jaar verscheen zijn boek Als een ramp ons raakt. Ervaringen en lessen van een trauma-expert, waarin hij de geschiedenis van rampen die Nederland troffen, beschrijft en onze omgang daarmee. Het boek belicht wat er gebeurt als er iets zeer ingrijpends plaatsvindt en biedt inzichten voor zowel de direct betrokkenen als voor hulpverleners, autoriteiten en politici.
Verbijsterd
‘Ik ben het boek gaan schrijven vanwege de coronapandemie. Destijds heb ik in interviews met de Volkskrant en in Nieuwsuur opgeroepen om een dag van nationale rouw te houden. We telden al snel duizenden doden in ons land. In de landen om ons heen werden dagen van nationale rouw met vlaggen halfstok gehouden. Maar in Nederland gebeurde dat niet. Het werd hier overgeslagen. Dat vond ik verbijsterend.
Dit in tegenstelling tot de laatste ramp die ik in mijn boek beschrijf, het neerschieten van de MH17. Er was toen ontzettend veel aandacht voor rouw in de media. Beelden van de rouwauto’s op de snelweg, een monument ter grootte van een bos en de koning die ieder jaar de herdenking bijwoont. Het contrast tussen deze ramp en de ramp, weliswaar van een andere orde, waar we middenin zaten, kreeg ik voor mezelf niet op een rijtje.’
De angst bleef
‘Wat me trof was, dat bij een ‘gewone’ ramp het angstmoment of het paniekmoment gewoonlijk vrij kort is. De eerste dagen na een aardbeving zijn mensen bang dat het nog eens gebeurt en slapen dan uit angst voor naschokken op straat. Maar daarna ebt de angst geleidelijk aan weg. Alleen bij de mensen die het echt hebben doorgemaakt, kan de angst lang blijven bestaan en is het vertrouwen in een veilige wereld beschadigd.
Wat me bij corona trof, is dat die angst aanhield. Veel langer. En dat die angst nu ook iedereen trof en niet alleen een getroffen groep.
Bij andere rampen heeft de omgeving mededogen met de getroffenen en wil men deze bijstaan. Dat kon nu niet, want iedereen werd erdoor getroffen.
Ik blijf me afvragen hoe het komt dat we niet collectief gerouwd hebben in ons land en nog steeds niet. Want tot de dag van vandaag is dat niet gebeurd.’
Angst en verdriet
‘Mijn verklaring daarvoor is dat angst en verdriet moeilijk samengaan. Overlevenden van rampen kunnen wel huilen vrij snel na de ramp, maar dat is een ander soort huilen dan verdriet. Het is meer angstig huilen, van ‘wat is me overkomen?’ Het is een soort wanhopig gevoel van onmacht, waar zeker ook wel verdriet in ligt, maar dat niet alléén verdriet is. Verdriet is eigenlijk een gevoel waar je je aan moet kunnen overgeven, waardoor je machteloosheid over iets ergs of vreselijks kunt toelaten en beleven. Dan kun je verdrietig zijn en dan kun je ook weer verder. Dat zie je ook bij rituelen. Bijvoorbeeld bij een begrafenis. Vaak is er intense stilte bij het stilstaan bij het verhaal dat bij de overleden mens hoort, gevolgd door verdriet op het moment dat de kist zakt of wordt weggedragen. Daarna is het opmerkelijk, hoe gezellig het kan zijn. Om mensen weer te kunnen ontmoeten en te spreken. Het gevoel van samenzijn en het leven gaat weer verder. In een begrafenis zit een heel belangrijk ritueel, waarbij je eerst verdriet hebt en dan het overgangsritueel om weer verder te kunnen. Dat overgangsritueel hebben we gemist bij corona. Naar mijn mening is het nooit te laat om alsnog dit overgangsritueel te houden.’
Boosheid
‘Wat gebeurde er dan wel? Boosheid, dat is de andere emotie, die was er wel. En boosheid hangt altijd samen met onmacht of onrecht. We waren allemaal ontzettend boos dat dat virus ons hele leven op z’n kop zette. Maar we konden er niets mee. Tijdens een van de persconferenties werd door onze premier gezegd: “We willen het virus met een hamer doodslaan.” Onze leiders zeiden iets, waaruit bleek dat ze zich eigenlijk onmachtig voelden. Hadden ze maar gezegd: “Het spijt ons dat we dit virus niet kunnen uitroeien, maar als we met z’n allen dit of dat doen, hebben we nog een kans.” Dat zou een ‘sense of safety’ hebben kunnen geven, een gevoel van een zekere mate van veiligheid.
En zo bleef de boosheid bestaan. En boosheid kropt zich ontzettend op door die onmacht en die knalt er op een gegeven moment uit. En dat is wat we hebben kunnen zien.’
Onzekerheid
‘Corona confronteerde ons met onzekerheid. Kunnen we onzekerheid tolereren? En in welke mate?
Wat we ook zagen, is dat er groepen opstonden die zeiden dat er geen onzekerheid bestond. Ze beweerden zus of zo, een fenomeen dat ‘groupthink’ genoemd wordt. Daarmee suggereerden ze eigenlijk dat er geen gevaar bestond en daarmee geen onzekerheid. Zo ontstaan complottheorieën. Hierdoor ontstonden splijtingen in de samenleving. Ik heb het gevoel dat we nog steeds met de schade daarvan zitten.
Oorlogen en dreigingen splijten nog meer groepen tegen elkaar op. Het is vreselijk dat er gewoon geen middenweg gezien kan worden.’
Afscheid
‘Verdriet heeft iets nodig. Het heeft nodig om te kunnen aanraken op het laatste moment. Om nog even de huid te voelen, om het gevoel te hebben erbij te zijn geweest op de laatste momenten. De wanhoop samen te hebben kunnen delen.
Het woord verdriet is een containerbegrip, want het gaat om allemaal kleine dingen. Wanneer er iets ernstigs gebeurt met een naaste, wil je daarbij zijn. Het doet ook iets met jezelf. Je wordt bang en angstig en je wil dat het goed gaat, je wil iemand redden. En als iemand uiteindelijk doodgaat, heb je tenminste afscheid kunnen nemen. Het is heel moeilijk als je geen afscheid hebt kunnen nemen van degene die doodgaat.’
Overgangsrituelen
‘Rituelen zijn heel bruikbaar. Onno van der Hart heeft eens een heel mooi boek geschreven over afscheidsrituelen. Hij was gefascineerd over wat dit soort rituelen nu eigenlijk zijn. Hij bestudeerde de rituelen in Franse vissersdorpen. Want wanneer je in een vissersdorp leeft, weet je dat vissers soms niet meer terugkomen. De boot vergaat op zee en het lichaam komt niet meer terug. Er werd dan toch een afscheidsdienst in een kerk gehouden. Wat deden deze mensen? Ze brachten attributen van de schipper, spullen die typerend waren voor deze persoon, naar het altaar. In plaats van het lichaam werd er iets gezocht om toch te herinneren aan de persoon die daar niet meer was. Nu laten we vaak foto’s zien bij een afscheid van iemands leven. Dat is allemaal om als het ware, nog even de persoon dichtbij te hebben.
Rituelen zijn belangrijk omdat je dan verder kunt. Ze maken het mogelijk om emoties toe te laten, terwijl ze anders plotseling komen, je overvallen. Een ritueel is een mogelijkheid om dat duidelijk binnen een bepaalde structuur te beleven, vaak met anderen. En dat is bevrijdend.’
Sterk veiligheidsgevoel
‘In Nederland maken we weinig rampen mee. Ik heb ooit een stagiaire gehad van het Ministerie van Rampen in China. Daar vinden wekelijks rampen plaats. Wij wonen in een klein land en daarom maken we maar weinig mee. Daardoor hebben we de neiging om ons heel veilig te wanen. Het beeld van de zee en de dijken is een soort archetype geworden. We denken dat we het allemaal wel op kunnen lossen. We zeggen vaak: het zal wel meevallen of het zal wel loslopen. Ik denk dat dat laat zien, dat we een heel sterk veiligheidsgevoel hebben, dat gevoed wordt met het feit dat we de strijd met het water al heel lang steeds weer winnen.
Maar dat sterke veiligheidsgevoel heeft een keerzijde. We worden hierdoor veel meer overvallen door een ramp en we zijn vaak onvoldoende voorbereid. Denk aan de ic’s bij corona. We hebben dan ook te weinig kennis. De Bijlmer-ramp is hiervan een illustratie. Zoiets kon toch niet gebeuren in ons land, dachten we. Dagelijks vliegen er alsmaar vliegtuigen over ons heen en we gaan ervan uit dat dat nooit misgaat. Waarom denken we dat? Af en toe gaat er wel iets mis. Het is een collectief gevoel van ‘daar hoef ik me niet op voor te bereiden’. Dat is ook wel logisch wanneer het zo weinig gebeurt. Dat is ook waarom ik het boek geschreven heb. Dat de ervaringen die ik heb opgedaan, toegankelijk zijn om ons beter te wapenen voor als een ramp toeslaat.’
Hulp na een ramp
‘Mijn ervaring is dat er vlak na de ramp ontzettend veel professionals zijn die willen helpen met de emotionele gevolgen van de ramp. Bijvoorbeeld door een debriefing te organiseren om mensen op te vangen. Vanuit de hoek van de EMDR is ook wel gepleit om iedereen vlak na de ramp een EMDR-behandeling aan te bieden. Veel van die hulp is gericht op die eerste fase en op de korte termijn.
In het begin dacht ik dat debriefing een fantastische methode was om te kunnen verwerken. Maar toen ik naar de lange termijn ging kijken, bleek dat het helemaal niet hielp om PTSS tegen te gaan. Sterker nog, sommige mensen kregen er juist meer last door. Dan is het alsof het met een korte behandeling over zou moeten zijn en dat is niet zo.
Ik denk dat we een heleboel schade kunnen veroorzaken door in het begin de illusie te wekken, dat het direct overgaat. Dat je ineens al die emoties hebt verwerkt. Dat is een van de belangrijke dingen die je als professional kunt vertellen. Probeer niet een illusie op te bouwen. Het gevoel om dat te doen wordt ontzettend versterkt door de ‘honeymoonfase’, die ik ook in mijn boek beschrijf. We willen van alles doen. Maar belangrijker is dat mensen veiligheid kunnen ervaren, tot rust kunnen komen. Dat ze wel aandacht krijgen, maar zonder therapie te bedrijven.’
Sadder but wiser
‘Mensen met PTSS hebben vreselijke dingen meegemaakt. Als de behandeling van PTSS goed verloopt, afhankelijk van het type behandeling, kan het zo zijn dat iemand er ‘sadder but wiser’ ofwel ‘verdrietiger maar wijzer’ uitkomt. Ik spiegel nooit voor dat de wereld vrolijker wordt. Dat is een valse voorstelling. Het is wel zo dat je door trauma meer gaat beseffen dat het leven niet zo vanzelfsprekend is en daardoor waardevoller wordt. Posttraumatische groei wordt dat wel genoemd. Iets vreselijks geeft een kans om beter om te kunnen gaan met de onzekerheid in de wereld om ons heen.’
Pleidooi
‘Mijn boek is ook een pleidooi om uit de spreekkamer te komen. Niet dat de spreekkamer niet goed is, want daar in die spreekkamer vinden bijzondere gesprekken plaats. Gesprekken die je eigenlijk in de gewone dagelijkse wereld ook wel zou willen hebben. Gesprekken waarbij je echt luistert en waarbij je probeert te begrijpen waar iets over gaat en wat er in de ander omgaat. De boodschap is dat het gesprek met elkaar heel belangrijk is. Elkaar proberen te begrijpen, elkaar te helpen en steunen, emoties toe te laten. Deze boodschap is zo belangrijk omdat het elkaar verbindt. Dat is heel waardevol. We moeten elkaar kunnen vertrouwen. Niet blind vertrouwen, maar we hebben elkaar nodig. Zo kun je kunt heel veel doen. Niet alleen voor 1 persoon, maar voor de hele samenleving.’
De Beknopte Eclectische Psychotherapie (BEPP) die Berthold Gersons ontwikkelde, wordt als training aangeboden door ARQ Academy, www.academy.arq.org. Het BEPP-protocol kan opgevraagd worden bij Berthold Gersons via b.p.gersons@amsterdamumc.nl. Als een ramp ons raakt is verschenen bij uitgeverij Balans.

