Lies Clerx is een klinisch psychologe, gespecialiseerd in het ondersteunen van moeders. Ze staat moeders (in wording) bij in alle uitdagende fases van het moederschap door onderliggende patronen aan te pakken die hun geluk in de weg staan. Na jaren gewerkt te hebben bij verschillende instanties, richtte ze in 2020 haar eigen psychologenpraktijk Leading Moms op. Lies is tevens auteur van het boek Wat een moeder leiden kan (2021) en Moederziel maar nooit alleen, dat onlangs verscheen. Lies is moeder van vier kinderen en heeft twee succesvolle Instagram-accounts, namelijk @Leadingmoms (12.4k volgers) en @liesclerx (15.4k volgers).
Moederschap
‘Er werd mij gevraagd om een boek te schrijven over de eerste 1000 dagen van een moeder. Over de eerste 1000 dagen van een kind is namelijk al heel wat geschreven. Over het moederschap ook wel, maar veelal situeert zich dat rond de praktische kant; wat je mag verwachten op alle vlakken. Het mentale stuk blijft eerder onderbelicht.
Ik voelde al snel dat ik binnen dat verhaal van die eerste cruciale 1000 dagen voldoende diepgang wou brengen. Zo wou ik het woord trauma en kwetsuur niet schuwen, want niet iedereen heeft dat altijd in de gaten, maar we dragen allemaal in meerdere of mindere mate kwetsuren met ons mee. Die hoeven ons niet in de weg te staan, maar bepalen toch in zekere zin ons doen en laten. En ze staan, niet toevallig als je dan plots zelf ouder wordt, ineens voor de deur. Dus daar heb ik in dit boek ook voldoende aandacht aan besteed. Bovendien werd het een verhaal voor alle moeders, of ze nu gisteren of 40 jaar geleden een kind op de wereld hebt gezet.’
Matrescence (ENG): de fysieke, psychologische en emotionele veranderingen die je doormaakt na de geboorte van je kind.
Matrescentie
‘De geboorte van een moeder werd in de jaren zeventig door antropologe Dana Raphael tot matrescence gedoopt. De overgang van vrouw-zijn naar ouderschap werd vergeleken met de transitie van kind naar adolescent, of kortweg de puberteit: hormonen die op hol slaan, haren en huid die gekke kuren krijgen, en de nieuwe relaties met jezelf, je partner en de baby. Er zijn genoeg parallellen, maar toch is er één groot verschil: de puberteit als biologische fase is wereldwijd erkend en genormaliseerd, maar matrescentie helaas (nog) niet. Er is zelfs geen echte vertaling van het woord in het Nederlands. Zo weet Google een kleine 900 websites te vinden als je hem naar het woord ‘matrescentie’ vraagt. Het woord klinkt niet toevallig als ‘adolescentie’, dat daarentegen zo’n acht miljoen zoekresultaten opleverde.
Net zoals bij de adolescentie zijn er grote interindividuele verschillen in hoe we deze fase doorkomen, zowel qua snelheid als qua concrete invulling.’
Moederteit
‘Voor mij klinkt ‘moederteit’ krachtiger dan matrescentie en het dekt de lading nog meer. Matrescentie is een ontwikkelingsfase waarin een vrouw na preconceptie, zwangerschap en geboorte, draagmoederschap of adoptie overgaat naar een postnatale periode en verder. De exacte duur van deze fase verschilt, komt bij elk kind terug en kan een leven lang duren. De reikwijdte van de veranderingen omvat meerdere domeinen, het bio-psycho-sociale voorop. Meer ruimte en aandacht voor dit proces tijdens de perinatale periode zou ons begrip van wat moeder worden écht is, kunnen versterken en veel leed kunnen verzachten. Omdat het uiteraard geen ziekte of aandoening is, is er weinig over geschreven in de medische vakliteratuur. Daarom worden mogelijke klachten die vrouwen ervaren tijdens deze periode, soms onterecht weggemoffeld onder de noemer ‘postnatale depressie’.
Onder andere om die reden wou ik daar verandering in brengen. Zodat we met een andere bril leren kijken naar die eerste periode als moeder. Met meer kennis kunnen we zowel mama als de omgeving op een fijne manier ondersteunen waar nodig. Hoe je het ook draait of keert, het moederschap betekent voor alle mama’s een grote omwenteling in hun leven. Het gaat vaak gepaard met veel grote emoties, twijfels en vragen.’
Als je weet dat één op de vijf vrouwen kampt met psychische problemen in de perinatale periode, hebben we daar met z’n allen nog heel veel en belangrijk werk te doen. De problemen variëren van depressieve stoornissen en angststoornissen tot ernstige postnatale depressies. Bij 75 procent van de moeders worden ze niet herkend, en slechts één op de tien vrouwen krijgt de juiste hulp. Dat zijn schrijnende cijfers. (Fragment uit Moederziel maar nooit alleen)
Schaamte
‘Te weinig vrouwen zoeken hulp bij vragen en problemen rondom de moederteit. Ik geloof dat er vaak heel wat schaamte bij komt kijken, vanuit een “ik heb dit kind zo graag gewild, dan moet het toch vanzelf lopen? Dan mag ik toch niet klagen dat het lastig is?” Alsof het alleen maar mooi en makkelijk mag zijn. Dat is het niet per se, of toch niet altijd. En ook… we leven in een erg individualistisch tijdperk, in een maatschappij waarin velen vinden dat we het allemaal maar zelf moeten doen. En als we daar niet in slagen (of hulp nodig hebben), is dat vooral onze eigen schuld en misschien wel “zwak”. Zo jammer… want het Afrikaans gezegde gaat ook hier nog steeds op: “It takes a village to raise a child.” En zo is het maar net.’
Perfectionisme
‘Perfectionisme speelt in onze huidige wereld een grotere rol dan vroeger toen onze moeders en oma’s moeder werden, volgens mij. Vroeger was men ook veel bezig met “wat de mensen zeggen” en hoe de buitenwereld naar ons kijkt, maar dat was op vele kleinere schaal. In het dorp of in de familie was er ook best veel sociale controle (en druk), maar het publiek dat naar je keek, was kleiner. Mensen werden minder geconfronteerd (en dus misschien ook wel: geïnspireerd?) door vele anderen, wat op een manier ook wel druk kan leggen. Vandaag de dag is, onder andere door social media, alles meer visibel, zichtbaar, en dus te vergelijken met de ander.
Er is nu een veel grotere scala aan keuzes die je kan maken, keuzes die volgens de ene expert “juist” zijn enz. Dat maakt mensen al snel onzeker. En tot die info hadden mensen vroeger minder toegang. Er was minder vergelijkingsmateriaal. Bovendien staan mensen nu nog veel meer dan ooit in verbinding met elkaar, en dat is positief maar dat maakt het voor sommigen ook toegankelijk om negatieve reacties te uiten op een vrij “anonieme” manier, bijvoorbeeld via social media. Dat maakt mensen nog meer onzeker.
Daarnaast, en dat is allesbehalve negatief denk ik, zijn we ons veel bewuster van het effect van onze manier van omgaan met onze kinderen op hun ontwikkeling.’
Eenzaamheid
‘Terwijl mama bezig is met het fysieke herstel, het wennen aan dat nieuwe leven en het opbouwen van een band met het kindje, draait de wereld gewoon door. En wel zodanig dat de mama er vanuit haar kraamcocon geen deel van lijkt uit te maken.
De kraamzorg en de verloskundige trekken de deur achter zich dicht en een eventuele partner op een gegeven moment ook. De agenda met kraambezoekjes wordt wat rustiger en de Whatsapp-vragen naar een foto van vandaag nemen ook af. Het leven gaat door en dat van de kersverse mama lijkt bijna stil te staan.
Doordat de omgeving vooral het rooskleurige noemt, lijkt er soms weinig ruimte voor de andere emoties die een moeder kan ervaren. Het lijkt misschien wel alsof die niet worden gezien en dus niet ‘mogen’ bestaan. Het moederschap kan dan ook heel erg eenzaam voelen. Door dit bespreekbaar te maken wil ik tonen dat heel veel moeders dezelfde ervaring hebben, maar dat niet iedereen erover praat.
En hoewel ook die gevoelens vaak een fase zijn en de wereld vanzelf weer groter wordt, kan het toch verdomd lastig zijn.’
Drempel verlagen
‘Moederteit en de gevoelens die erbij komen kijken, verdienen meer aandacht dan ze nu krijgen. Door hier boeken over te schrijven en er meer over te praten met elkaar, kunnen we ze meer op de kaart zetten. Zodat mensen die op dit moment worstelen met die gevoelens, zich minder alleen voelen en de hand durven uitreiken naar anderen die hen kunnen helpen en/of zich hetzelfde voelen. Als we het taboe kunnen doorbreken, zijn vrouwen niet enkel beter voorbereid op de transitie, maar kunnen ze ook rust en erkenning vinden in die eerste dagen, weken, maanden of jaren als het moeilijk loopt. Dat verlaagt de drempel om hulp te vragen en gaat vanzelf heel wat stress wegnemen of verminderen.’
Belangrijke stap
‘De ambivalentie die samen met de moeder geboren wordt (het mooiste wat er is versus het zwaarste wat er is), is normaal en niet iets om je voor te schamen, integendeel. En als een moeder zich toch zorgen maakt over de duur en de omvang van deze gevoelens, is een eerste belangrijke stap om daarover te praten met iemand die dichtbij staat en vertrouwd aanvoelt. Dat kan een verloskundige zijn, een gynaecoloog, of een huisarts.
Een verloskundige staat letterlijk en figuurlijk met haar twee voeten in iemands prille kraamtijd en kwetsbare cocon. Ook zij staat ervoor open om met de jonge moeder in gesprek te gaan en de meesten doen dat vanuit zichzelf al ongelofelijk goed: kijken, luisteren en voelen. Ze merken op hoe de omgeving zich organiseert, hoe de interacties zijn tussen partners en ouders en kind.
Een therapeut komt vaak pas later in het proces aan bod, of soms helemaal niet. Onderzoek leert ons dat mensen vaak tien jaar wachten voordat ze echt de stap naar een therapeut durven te zetten – if at all. Ik leerde door de jaren heen dat het enorm waardevol is om te werken met vrouwen die onderweg zijn naar een kind en vragen hebben rond het proces van matrescentie, maar diezelfde ervaring leert me dat het een kleine minderheid is die daarvoor openstaat, in ieder geval binnen mijn praktijk. De grootste groep klopt later aan, wanneer er iets sputtert binnen het moederschap.’
Duurzame verandering
‘Kort gezegd is voor mij de essentie van therapie: de persoon die voor je zit weer dichter bij zichzelf brengen. Mensen komen vaak binnen met de dingen die hen verzwaren, hun copingmechanismen of manieren die zij hebben aangeleerd door om te gaan met de pijn die ieder van ons draagt. Alleen, onder die trauma’s en kwetsuren zit ook hun diepe levensblijheid bedolven. Daar samen naar op zoek gaan lijkt me, ook voor vrouwen in de moederteit, een kostbaar gegeven. Want, als er één ding is wat je als moeder toch ook wel een stukje loslaat, al is het in die eerste weken of maanden, dan is het jezelf. Je identiteit tot dusver. Dus de vrouw als persoon bekrachtigen door haar bewust te maken van bepaalde patronen en overtuigingen lijkt me essentieel. Graag aangevuld met lichaamswerk om het geheel te verankeren, te integreren. Want het “weten” is één ding, maar het ook gaan voelen op lichamelijk niveau is belangrijk om duurzame verandering te bestendigen.
Hoe aanweziger een ouder (moeder) bij zichzelf kan zijn, des te vrijer het kind. Is dat niet de essentie van alles? Als wij goed voor onszelf zorgen, hoeven onze kinderen dat niet voor ons te doen.’
Ontdekkingstocht
‘Als therapeut heb je de eer om een stukje mee te lopen op iemands levenspad en zo samen op zoek te gaan naar iemands kern. Dat kan onder andere door innerlijke kindwerk, of het blootleggen van schema’s en modi (schematherapie). Als een ouder de eigen patronen leert herkennen, zal zij of hij ook merken dat deze invloed hebben in de aanpak van het moederschap en een bredere opvoeding. Een kind spiegelt namelijk waar je zelf naar te kijken hebt. Door aan jezelf te werken, kan veel leed voorkomen worden.
Als therapeut een veilige omgeving creëren waar in alle zachtheid het meest kwetsbare gedeeld kan worden, zonder oordeel, is van levensbelang voor het slagen van therapie. Ik hoor vaak dat, net zoals een vroedvrouw een zwangere of pasbevallen vrouw begeleidt, er standaard ook een psycholoog bij betrokken zou moeten zijn. In principe heeft iedereen baat bij het aangaan van de ontdekkingstocht naar zijn of haar diepere zelf.’

