Ik kan nooit meer jarig zijn

Conny Hagen begeleidt de negenjarige Bas, die na een nare schoolervaring niet meer van zijn verjaardag durft te genieten.

Ik kan nooit meer jarig zijn

Door Conny Hagen

Capuchon op, hoofd gebogen en starend naar zijn voeten komt de negenjarige Bas binnen. In de praktijkruimte grijpt hij het karretje uit de kast. Liggend met zijn buik op het karretje racet hij rondjes over de gladde vloer. “Bas, hoe was je familieverjaardagfeestje?”, vraag ik. “Het ging niet goed. Ik kan nooit meer jarig zijn”, antwoordt Bas, terwijl hij kleine rondjes om zijn as draait.

Twee jaar geleden is Bas naar zijn basisschool gegaan met een mand vol traktaties voor de kinderen en juf van zijn klas. Na een opeenstapeling van maanden vol moeilijkheden is er die dag een invaljuf. Bas vertelt: “Die juf was heel stom! Ik moest van haar op de gang blijven en ik mocht niet eens de klas in want ze wou me niet meer zien. Nou, en toen kon ik dus ook niet trakteren. En vorig jaar en dit jaar komt op mijn verjaardag datzelfde rotgevoel weer helemaal terug! Ik weet niet meer hoe het voelt om jarig te zijn.” “Bas, wat ontzettend vervelend”, zeg ik. Waarop Bas knikt, van het karretje afstapt en zegt: “Zullen we nu trefbal spelen?” Praten is niet echt Bas zijn ding.

Telkens met volle kracht gooit Bas de bal, scoort vaak en wint het spel. Die volle kracht van Bas… daar wil ik iets mee, bedenk ik en ik pak de bokshandschoenen en het stootkussen. Bas gaat los, en net als bij het trefbal, bokst hij met volle kracht tegen het stootkussen. Ik vraag Bas zijn kracht te koppelen aan een cijfer. Bij één is het een zachte ‘baby’ boks en als ik vijf noem is het met volle kracht. Na even oefenen heeft Bas het door en kan hij het verschil in kracht tussen één tot en met vijf in bokskracht weergeven. Ondertussen vraag ik me af hoe ik Bas ontvankelijk kan krijgen voor een uitleg. In overleg ligt Bas even later, rustiger dan ooit, op een mat in een slaapzak en onder een zwaartedeken. Ik zorg voor een fris buitenwindje rond zijn hoofd, dat nog net boven de dekens uitkomt.

Met mijn handen duw ik op verschillende plekken op zijn rug, benen en schouders. “Dit is een baby-één”, vertel ik “en dit is een drie en dit een vijf”. Bas zucht en geeft zich volledig over. Na even oefenen kan Bas de druk van mijn handen weergeven in een cijfer. Dan vertel ik: “Als ik jarig was en mocht trakteren op school, sliep ik erg slecht. Ik vond het wel een ‘vier’ spannend!” Ik geef de druk van vier weer op Bas zijn lichaam en ik vertel verder: “Nu ben ik al 55 keer jarig geweest en vind ik het ‘één’ spannend.” Een familiefeestje voor jou voelt misschien wel als ‘drie’ spannend. Want wie komen er, en hebben ze leuke cadeaus mee?”

Dan opeens zegt Bas: “Morgen is het weer spannend, want dan komt mijn nichtje nog voor mijn verjaardag.” “Hoe spannend is dat Bas?”, vraag ik. “Een anderhalf”, zegt Bas. Ik geef een druk van anderhalf op zijn lichaam. “Bas, kan je dat aan?” “Ja,” zegt Bas, “dat is niet te spannend. Dat kan ik wel aan.”

Conny Hagen is psychomotorisch kindertherapeut en werkt in haar eigen praktijk. Zij geeft therapie aan kinderen met gedrags- en/of ontwikkelingsproblematieken en kinderen die last hebben van bepaalde gebeurtenissen. Haar motto is ‘Kinderen in hun kracht zetten’. www.connyhagen.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2022

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen