Cognitieve dissonantie herkennen en verminderen
Cognitieve dissonantie ontstaat wanneer je gedrag niet overeenkomt met wat je eigenlijk vindt of wilt. Meer achtergrond over cognitieve dissonantie is te vinden op Wikipedia. Lees ook andere artikelen over gedrag en psychologie in PSC Magazine 2015.
Door: Rut de Ruijter
Je wilt deze vrije dag nuttig besteden, maar blijft tot het middaguur in je bed liggen. Je vindt dat je echt weer eens op bezoek moet gaan bij je ouders, maar besluit met vriendinnen te gaan shoppen. Je wilt op je uitgaven letten, maar die broek kun je echt niet laten hangen. Je wilt afvallen, maar trekt toch een zak chips open en eet, nee… vreet ‘m helemaal leeg. Het zijn herkenbare gedragingen, waar je meestal een dubbel gevoel aan overhoudt. Waardoor komt dat? En hoe raak je dat dubbele gevoel uiteindelijk weer kwijt?
Het dubbele gevoel is het gevolg van wat we in de sociale psychologie ‘cognitieve dissonantie’ noemen. Bij cognitieve dissonantie is je attitude in strijd met je gedrag. Je vindt of wilt iets, maar je gedraagt je er niet naar. En dat zit je achteraf niet helemaal lekker: “Heerlijk om uit te slapen, maar had ik niet meer uit mijn dag moeten halen? Gezellig dat shoppen, maar had ik mijn ouders niet een keer vóór moeten laten gaan? Mooi die broek, maar was de aankoop wel zo slim gezien de portemonnee? Natuurlijk was die zak chips lekker, maar had ik niet beter een appel kunnen eten?” Emoties als spijt en schuld dienen zich aan.
De directe behoeftebevrediging waar we niet helemaal achter staan, vormt een bedreiging voor ons zelfbeeld. Je ziet jezelf niet graag als een luilak, maar je slaapgedrag duidt daar wel op. Je ziet jezelf liever als een sociaal en zorgzaam iemand, maar vandaag was je er niet voor je ouders. Je ziet jezelf graag als een verstandig persoon, maar hoe verstandig was het om die broek te kopen? Je zou graag als doorzetter te boek staan, maar je eetbui getuigt van weinig discipline. Het zelfbeeld komt extra onder druk te staan wanneer anderen jou gaan confronteren met je gedrag: “Ik dacht dat jij je dag nuttig wilde besteden? Jij wilde toch zo graag langskomen? Ik heb je niet gezien hoor! Jij zat toch krap bij kas?! Ik dacht dat je het lijnen wel wat langer zou volhouden!”
Hoe raken we dat dubbele – en we kunnen inmiddels wel zeggen – onprettige gevoel kwijt? En hoe houden we een positief zelfbeeld in stand? Er zijn verschillende methoden die we hanteren om de dissonantie te reduceren.
1. Gedrag veranderen
Wanneer je dissonantie ervaart doordat je niet op bezoek bent gegaan bij je ouders, neem je dat gevoel eenvoudig weg door alsnog bij je ouders langs te gaan. Je aangepaste gedrag is niet meer in strijd met je attitude: ik vind dat ik bij mijn ouders op bezoek moet gaan, dus dat doe ik ook. Helaas is gedragsverandering niet altijd zo eenvoudig als het lijkt. Denk maar eens aan de vele rokers die wel willen stoppen, maar niet kunnen. Bovendien is het vertoonde gedrag niet altijd terug te draaien, zoals bij iemand die is vreemdgegaan en daar enorm veel spijt van heeft.
2. Attitude veranderen
Als gedragsverandering niet mogelijk is, ga je meestal over op rechtvaardiging van je gedrag. Je doet dat bijvoorbeeld door je attitude aan te passen. Als je een zak chips leeg eet, terwijl je wilt lijnen, kun je de dissonantie prima reduceren door te denken: zo zwaar ben ik toch niet. Je verandert je attitude ten aanzien van je gewicht, zodat deze weer in lijn is met je gedrag: ik hoef niet per se af te vallen, dus ik heb die zak leeggegeten.
3. Cognities toevoegen
Als er aan je gedrag en je attitude niet valt te sleutelen, is het toevoegen van cognities een derde alternatief. Je gaat op zoek naar gedachten die jouw gedrag in een beter daglicht plaatsen. Als je je vervelend voelt doordat je langer dan gewild in bed bent blijven liggen, kun je dat prima afdoen met de gedachte: ik ben in ieder geval weer goed uitgerust. Ik kan er weer tegenaan. Een dure broek kopen terwijl je er het geld niet voor hebt, kun je gemakkelijk rechtvaardigen door te stellen dat je een broek hebt gekocht, die langer meegaat en dus de investering waard is.
De voorbeelden laten zien dat we gedragingen vertonen waar we zelf niet achter staan. We weten het echter zo om te buigen dat we er wel achter staan of in ieder geval mee kunnen leven. Wanneer je de dissonanties bij een ander opmerkt, zul je nu beter begrijpen waarom mensen zichzelf voor de gek houden en waarom ze aan een soort realiteitsvervalsing doen. Een mooie uitdaging is het om ook eens je eigen dissonanties onder de loep te nemen.
Meer weten over cognitieve dissonantie en andere fenomenen waarbij onze gedachten, gevoelens en gedragingen worden beïnvloed door de omgeving? Volg de thuisstudie Sociale psychologie van Psychodidact.
Rut de Ruijter is sociaal psycholoog.

