Column Wilma: Onderzoekers

Wilma de Haas laat haar dromen over haar zoon los en kiest voor een onderzoekende houding — op een heavy metal festival bij Hoogeveen.

Kinderen als kleine onderzoekers

Onderzoekers zijn kinderen van nature: ze ontdekken de wereld op hun eigen manier, los van onze verwachtingen. Meer achtergrond over kinderontwikkeling is te vinden op Wikipedia. Lees ook andere columns van Wilma in PSC Magazine 2015.

Zodra ons kind wordt geboren, vormen wij ons een beeld van hoe hij zal worden. Laat ik maar direct met de deur in huis vallen. Vormen wij ons een beeld van hoe wij willen dat hij wordt. Correctie. Vormen wij ons een beeld van hoe wij zelf hadden willen zijn. Eigenlijk begint dat al tijdens de zwangerschap. In mijn geval: ‘Ik hoop dat het een jongen wordt.’

Maar goed. Kind en beeld. Mens en ontwikkeling.

Mijn ideale plaatje was een jongen die pacifist was, uiterst muzikaal aangelegd en wilde studeren. Bij de allereerste ontmoeting met mijn huidige partner kwam daar al een scheurtje in.

‘Ik schiet je dood.’

Dat was de begroeting van mijn zoon en hij richtte daarbij een blok opeengestapelde peuterlego op mijn kersverse partner. Die avond daarvoor had ik nog trots verteld dat ik mijn kind geweldloos opvoedde en er geen geweren in huis waren.

Pang.

Een tweede desillusie volgde toen hij zijn bruine afkomst negeerde door minder ritmisch te dansen dan ik had gehoopt. En op mijn vraag of hij ooit zijn roots in Afrika wilde ontdekken, antwoordde hij verontwaardigd met een ‘Neeuuuh, dan koop ik liever een Ferrari’.

Dat werd dus een kapitalist.

Studeren kan ik ondertussen ook wel schudden, want daar heeft hij al een goed alternatief voor gevonden: ‘Dan ga ik wel naar de gevangenis.’

Zo langzamerhand heb ik afgeleerd om hem te dwingen míjn dromen te realiseren. En dat is werken. Keihard werken en aardig confronterend. In plaats hiervan kies ik nu een meer onderzoekende houding. Dan is het juist interessant om die dingen op te zoeken, die voor jou onbekend zijn.

Zo heb ik hem vorig jaar meegenomen naar een heavy metal festival waar een cliënt optrad met zijn band. De naam klonk niet heel vrolijk. Toen ik het bandje opzocht op internet, zag ik een webpagina met rode druipletters. U weet wel, zoals ACDC. Het optreden was op een zaterdagavond, in de buurt van Hoogeveen.

We reden naar de plaats van bestemming en kwamen op een klein boerenweggetje. Een en al modder, want de dag daarvoor had het geregend. De wielen zakten steeds dieper weg in het weiland waar we mochten parkeren. Alles stond schots en scheef door elkaar. De muziek dreunde in onze oren en het enige wat ik kon onderscheiden, was veel gitaar en veel geschreeuw. We stapten uit de auto en ik constateerde al snel dat wij de enigen waren die niet geheel in het zwart waren gekleed. En geen kettingen droegen.

Maar dat kon mij niets deren. Wij waren toch onderzoekers?

Het eerste waar mijn zoon me attent op maakte, was een jongeman die helemaal scheef en onderuitgezakt op zo’n lage campingstoel voor zijn tent zat. Nou ja, zat. Hij was volstrekt van de wereld en lag in een soort coma. Even verderop lag iets wat sterk leek op een pas genuttigde maaltijd vermengd met wat bier. Daar liepen we netjes omheen en we zagen nog net een soort wandelend lijk, een jongen met een bijna doorschijnend bleek gezicht met een mintgroene waas daarover, strompelend aan de arm van zijn vriendin, richting uitgang wandelen.

Volgens mij verliep ons onderzoek voorspoedig.

Er viel veel te zien! En te horen. Want hoe dichterbij we kwamen, hoe harder de muziek werd, en ik alleen nog in gebarentaal met mijn zoon kon communiceren. Hij keek zijn ogen uit en probeerde ondertussen net te doen alsof dit een heel normaal gebeuren was, hier zo op een zaterdagavond staan met je moeder.

Mijn zoon riep me. Een tentje. Eindelijk, bekend terrein.

Op een oppervlakte van twee bij twee was een soort kraampje volgestouwd met T-shirts, cd’s, doeken, legerschoenen en natuurlijk kettingen. Ik liet hem er een uitzoeken. Hij koos een schattig leren zwart bandje vol met spijkerpunten. Dat paste net om zijn smalle polsen. Hij hield het om. Zo luisterden we samen nog naar vele nummers. Waarbij we langzamerhand muziek uit de klanken konden destilleren. Muziek is wat dat betreft een breed begrip.

Vol trots verliet hij die avond het terrein met iets wat van hém was geworden. Niet van mij.

Onderzoek afgerond.

Missie voltooid.

Wilma de Haas is eigenaar van Haas & Konijn®, een bureau voor persoonlijke en professionele ontwikkeling en auteur van K-therapie.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2015

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen