Als de zorgverzekeraar bepaalt wat jij moet leren, wat doe je dan?
Door: Hanneke Nijkamp
In november 2013 heb ik een artikel geschreven dat gericht was op de ontwikkelingen binnen de Basis GGZ, getiteld: Help!! De Basis GGZ, wat nu? In die periode werden er veel veranderingen in gang gezet binnen de GGZ met betrekking tot vergoeding en bekostiging vanuit de basisverzekering. Dit heeft veel impact (gehad) op therapeuten die vergoeding ontvangen via de basisverzekering, mede door de inhoudelijke veranderingen en eisen vanuit de overheid aan de ene kant en de voorwaarden en contracten van de zorgverzekeraar aan de andere kant.
Veranderingen door VGZ (en andere zorgverzekeraars)
De complementaire therapeut werd door deze veranderingen niet direct ‘getroffen’, aangezien de vergoeding voor alternatieve geneeswijzen/psychosociale hulpverlening niet aangetast werd op dat moment. Maar ook de complementair werkende therapeuten krijgen nu te maken met eisen, die zorgverzekeraar VGZ in gang heeft gezet en de andere grote zorgverzekeraars (Menzis, Achmea en ONVZ) sluiten zich aan. VGZ heeft aangegeven het opleidingsniveau van alle therapeuten die vermeld staan in de Zorggids, te willen controleren en dit te ‘verhogen’ en meer inzichtelijk te maken door een lijst van erkende (voor)opleidingen op te stellen, die zij nog willen vergoeden vanaf 1 januari 2017.
PSBK en MBK
Er wordt onderscheid gemaakt in werken met de menselijke geest (gesprekstechnieken) en lichaamsgericht werken (fysieke aanraking). Indien je werkt met gesprekstechnieken, moet je voldoen aan de eisen voor de Psychosociale Basiskennis (PSBK). Je kunt voldoen aan deze eis door een opleiding gevolgd te hebben die erkend is. Let op, dit gaat om NVAO (overheidserkende) hbo-bacheloropleidingen. Als je op dit moment nog niet voldoet aan deze eis, moet je voor 30 september 2016 een opleiding PSBK afgerond hebben om per 1 januari 2017 nog vergoed te worden door de genoemde zorgverzekeraars. Als je je opleiding (in de complementaire zorg) na 2005 afgerond hebt, kun je voor een centraal examen in aanmerking komen. Dit ter beoordeling door beroepsvereniging. Bij negatieve beoordeling dien je een volledige geaccrediteerde opleiding PSBK te volgen.
Voor de lichaamsgericht werkende therapeuten geldt precies hetzelfde, alleen moeten zij voldoen aan de eisen gesteld aan de Medische Basiskennis (MBK). Ook dit betreffen NVAO (overheidserkende) hbo-bacheloropleidingen. Indien je zowel met gesprekstechnieken als lichaamsgericht werkt (bijvoorbeeld psychomotorische therapeuten), moet je aan beide eisen voldoen, dus zowel aan de MBK- als de PSBK-eis.
Ik sta niet in de lijst, wat nu?
Ik merk om mij heen dat deze wijzigingen voor onrust zorgen binnen de complementaire zorg. Beroepsverenigingen strijden er hard voor dat hun leden wel vergoed blijven. Therapeuten raken wat in ‘paniek’ of zij hun werk wel kunnen blijven doen; cliënten krijgen er op dit moment gelukkig nog weinig van mee. De vraag is dan ook wat moet je doen, als je nog niet voldoet aan de gestelde eis. Ik wil je graag helpen om te bepalen wat in jouw situatie het beste is. De vragen staan in willekeurige volgorde, bepaal voor jezelf welke vragen en daarbij behorende antwoorden voor jou belangrijk zijn.
Stel jezelf de volgende vragen en bepaal je richting
1. Hoe belangrijk is je inkomen binnen je eigen praktijk? Er zijn therapeuten die in hun eigen praktijk ‘erbij’ werken naast elders een baan te hebben in de hulpverlening of een ander vakgebied, maar er zijn ook therapeuten die afhankelijk zijn van de inkomsten van hun praktijk om in hun levensonderhoud te voorzien. Daarnaast zijn er ook therapeuten die erbij werken in hun eigen praktijk, maar voor wie het inkomen niet noodzakelijk is, omdat zij bijvoorbeeld een partner hebben met een voldoende hoog inkomen, of omdat zij geld achter de hand hebben waar zij van kunnen leven. Door te bepalen hoe noodzakelijk je inkomen echt is, kan je ook bepalen hoe belangrijk in jouw geval de financiële investering is, die nodig is om vergoed te blijven worden.
2. Hoe belangrijk is vergoeding voor jouw cliëntengroep? Hiervoor kan je kijken naar hoeveel cliënten van jou een aanvullende verzekering hebben en hoeveel cliënten stoppen, als de vergoeding op is, en hoeveel cliënten er verder gaan. Hoe kijken jouw cliënten tegen een stuk vergoeding aan; is het noodzakelijk of is het fijn? Komen cliënten bij jou, omdat jij vergoed wordt door de zorgverzekeraar, of komen ze voor jou en voor jouw zorg, omdat ze die graag willen! Deze laatste vraag is mijns inziens een heel belangrijke, want dat geeft iets weer over de naam die jij opbouwt.
3. Hoe oud ben je? Dat is een vraag die we natuurlijk vaak niet mogen stellen. We willen graag jong geschat worden en mogelijk denk je, wat doet mijn leeftijd er nou toe? Ik denk dat die er heel veel toe doet. Als je nu 30 bent en nog zo’n 35 jaar moet werken, heb je meer tijd om de financiële investering terug te verdienen dan iemand die nu 55 is en nog zo’n 10 jaar moet werken. De jongere therapeut heeft dus ook langer ‘plezier’ van de investering op de lange termijn. Hoeveel jaren heb jij nog voor de boeg waarin je voor inkomen moet werken?
4. Hoeveel geld en tijd gaat het volgen van de opleiding je kosten? Kan je toe met een centraal examen of moet je een gehele opleiding volgen? Dit heeft niet alleen invloed op de hoeveelheid geld die het kost, maar ook op de tijdsinvestering. Tijd die je niet in je werk kunt stoppen en waar je mogelijk een stuk inkomstenderving van ondervindt. Heb jij dit geld ook ergens in een spaarpot zitten, of heb je het geld nodig voor je levensonderhoud? Zou je geld moeten lenen voor deze opleiding of wil iemand je hierin financieel ondersteunen? Vragen waar je serieus naar mag kijken. Is het allemaal haalbaar voor je?
5. Welke waarde hecht jij inhoudelijk aan de opleiding? Als therapeuten die aangesloten zijn bij een beroepsvereniging, zijn we gewend dat we ‘vrij’ zijn in de keuze van onze bij- en nascholing. Vrij in zoverre dat er vaak wel sprake moet zijn van een relevante accreditatie, of van een niveau dat aantoonbaar hoog genoeg is. Ik weet niet hoe dat bij jou is, maar voor mijn eigen bij- en nascholing kijk ik vaak naar onderwerpen die mij interesseren, die mijn werk ten goede komen en die mij helpen me verder te ontwikkelen als therapeut. Maar deze wijziging is geen ‘vrije’ keuze met betrekking tot bij- en nascholing. Je kunt maar één opleiding doen, die dan wel door diverse organisaties wordt aangeboden. Heb je al gekeken wat er aan inhoud zit in de opleiding, wat vind je daarvan? Heeft dat meerwaarde voor je, komt dat jouw werk ten goede? Levert het ook iets op voor je cliënten en de zorg die jij hen geeft?
6. Wat vind je zelf van de eisen die de 4 grote zorgverzekeraars stellen? Eigenlijk zit hier een diepere vraag achter, namelijk hoe kijk jij naar de zorgverzekeraars en wat begrijp je van hun overwegingen. Vanuit het oogpunt van de zorgverzekeraars begrijp ik dat zij meer duidelijkheid en helderheid willen krijgen over de groep complementair werkende therapeuten; deze groep is de afgelopen jaren namelijk enorm gegroeid. Hun klanten komen bij ons en de zorgverzekeraars voelen zich ‘verantwoordelijk’ voor de namen van therapeuten die in hun Zorggids staan. Krijgen hun klanten daar ook de goede zorg die de zorgverzekeraars kunnen en mogen verwachten? Ik begrijp heel goed dat zij meer duidelijkheid willen in ‘hoe goed het werk van complementair therapeuten is’, en in de vergoeding die zij daarvoor uitkeren. De vraag is alleen of het opleidingsniveau waar het om lijkt te draaien, daar het antwoord op is.
Is het zo dat de hoger opgeleide therapeut beter in zijn werk is dan de lager opgeleide therapeut? Als je kijkt naar de wijze waarop een organogram in de GGZ is ingedeeld, zou je dat wel verwachten. Klinisch psychologen krijgen meer betaald dan GZ-psychologen en die krijgen weer meer betaald dan basispsychologen. Je zou dus denken dat klinisch psychologen hun werk beter en sneller doen en dus de hogere beloning en verantwoordelijkheid waard zijn. Natuurlijk geloof ik dat elke therapeut zijn/haar best doet om het werk met cliënten goed te doen, welke opleiding je ook gedaan hebt. Ik geloof zelf dat alleen opleidingsniveau niet doorslaggevend is. Een bepaald opleidingsniveau, een basis die je daarin meekrijgt, is van groot belang, maar nog belangrijker is de wijze waarop je professioneel betrokken kunt zijn bij je cliënt en de aansluiting die je met hem/haar kunt maken. Binnen mijn praktijk zijn mensen werkzaam op diverse werk- en denkniveaus (hbo/wo), maar ik zou niet willen zeggen dat de mensen op wo-niveau per definitie hun werk beter verrichten dan de mensen op hbo-niveau. Ik geloof wel dat denkniveau en werkniveau iets zeggen over de uitvoering van bijvoorbeeld administratieve taken, het schrijven van behandelplannen, het op papier zetten van gedachten over een casus, maar dat die niet iets zeggen over je gesprekstechnieken en het werken aan een vertrouwensrelatie met je cliënt.
Noteer je antwoorden op bovenstaande vragen en maak daarmee een afweging wat jou te doen staat. Maak je keuze en blijf er niet over doormalen, laat het dan los. Ga de opleiding doen of kies ervoor om dat niet te doen; jij hebt keuzevrijheid, ook al heb je mogelijk dat gevoel niet!
Daarnaast nog een aantal overdenkingen: Hoeveel wordt er überhaupt nog vergoed in de eerste 10 jaar na de invoering in 2017 binnen de complementaire zorg? Als de zorgverzekeraars weer andere eisen gaan stellen, ga je daar dan ook in mee? Wat is je grens? Hoe stevig durf je voor je eigen overtuiging te gaan staan en hoe richt je nu al je praktijk in voor de toekomst, waarin er mogelijk nog nauwelijks vergoedingsmogelijkheden overblijven?
(On)afhankelijkheid
Mogelijk vind je dat ik makkelijk praten heb over diverse aspecten. Ik val inderdaad niet in de groep therapeuten die een extra opleiding moet gaan volgen om in de Zorggids te blijven staan of om erin te komen, aangezien ik aan de universiteit psychologie heb gestudeerd. Maar binnen mijn praktijk, waarin ik zorg draag voor mijn collega’s, betreft het wel een aantal collega’s die straks niet meer vergoed zullen worden door VGZ, als zij geen aanvullende opleiding gaan volgen. Dus indirect heb ik er zeker wel mee te maken. Daarnaast wil ik therapeuten motiveren en aan het denken zetten over de manier waarop wij met vergoeding door de zorgverzekeraar omgaan. Hoe afhankelijk ben jij ervan, hoe afhankelijk is je praktijk ervan, en hoeveel invloed heeft de zorgverzekeraar dus en geef je ruimte aan de zorgverzekeraar in jouw praktijk.
Ik heb zelf altijd gezegd dat ik intervisie, bijscholing, supervisie, cursussen etc. van groot belang vind voor je eigen ontwikkeling als therapeut. Beroepsverenigingen hanteren hiervoor een PE-puntensysteem waarbij een deel gewaarborgd is in kwaliteitsbewaking. Maar zodra de zorgverzekeraar gaat bepalen wat er in mijn spreekkamer gebeurt, is dat mij echt een stap te ver. Met de wijziging die de zorgverzekeraar in gang zet, is er naar mijn idee een soort grensgeval ontstaan. Ze vertellen mij niet inhoudelijk hoe ik mijn werk moet verrichten, welke therapieën wel, welke therapieën niet (iets wat overigens door overheid en zorgverzekeraars wel in de Basis GGZ/Specialistische GGZ gedaan wordt), maar ze beïnvloeden momenteel wel waar ik tijd en geld in investeer qua bij- en nascholing. De grote vraag is dan ook: komt dit mijn werk als therapeut ten goede?
Het allerbelangrijkste voor jou als therapeut is om je handelen, denken en wijze van werken langs de volgende meetlat te leggen: kan je nog jezelf als therapeut zijn en daarin groeien en ontwikkelen, of word je beperkt door regels van buitenaf, waardoor je beknot wordt in je handelen richting je cliënt? Hoe vrij voel jij je als therapeut om datgene te doen waar je cliënt baat bij heeft? Dit laatste stukje stond ook in mijn artikel in november 2013 en blijft volgens mij actueel!
N.B. in dit artikel is gesproken over de volwassenzorg.
Ik wissel graag met jou van gedachten over de wijzigingen binnen de complementaire zorg. Voor vragen en opmerkingen over dit artikel mag je contact met mij opnemen via info@caritasgroep.nl. Bronnen: website RBCZ, www.rbcz.nu, beslisboom. De lijsten met door VGZ erkende opleidingen zijn aan wijziging onderhevig en kunnen verruimd worden; vraag dit na bij je eigen beroepsvereniging.
Over de auteur: Hanneke Nijkamp is werkzaam als psycholoog, relatiecounselor, coach en supervisor binnen haar eigen praktijk de Caritasgroep in Veenendaal. Zij is daarin praktijkhouder en stuurt een multidisciplinair team van in totaal 13 hulpverleners aan met diverse disciplines en diverse behandelmethoden. Zij werkt graag cliëntgericht en vindt de vertrouwensrelatie met de cliënt van enorm groot belang en hecht daar grote waarde aan. Je cliënt accepteren zoals deze is en naast de cliënt gaan staan, is daarbij onmisbaar. Het grootste middel in de therapie ben je zelf als therapeut. Zij werkt zowel met individuen als met bestaande relaties vanuit een christelijke mensvisie.
PSBK en MBK: wat betekenen deze keurmerken?
PSBK staat voor een erkend kwaliteitsregister voor coaches en begeleiders. Wie is aangesloten bij PSBK, voldoet aan vastgestelde kwaliteitseisen en scholing. Lees meer PSC Magazine 2015 artikelen over dit thema, en verdiep je in de achtergrond via Wikipedia over kwaliteitsregisters.


