Anne Marie Reuzenaar brengt ‘vers en gezond’ naar breed publiek

Orthomoleculair therapeut en kookboekenschrijfster Anne Marie Reuzenaar over voeding, psychologie, obesitas en waarom je die twee niet los van elkaar kunt zien.

Anne Marie Reuzenaar brengt ‘vers en gezond’ naar breed publiek

Interview met Anne Marie Reuzenaar

Inmiddels heeft orthomoleculair therapeut Anne Marie Reuzenaar haar achtste informatieve kookboek uitgebracht met als titel Natuurlijk! Langer gezond. Eerder schreef ze kookboeken met thema’s als suikervrij, voedselallergie bij kinderen en candida, hypoglykemie en voedselovergevoeligheid. Ze geeft lezingen en schrijft columns voor het tijdschrift GezondNU en gaf acte de présence in de televisieprogramma’s Kassa en Brandpunt.

Hoe ben je ertoe gekomen om boeken te gaan schrijven?
‘In 1994 was bij mij candida geconstateerd. In die tijd was ik zelf nog helemaal niet bekend met die aandoening en ik kon er ook geen informatie over vinden. Daardoor ben ik zelf met recepten gaan experimenteren in de keuken. Ik probeerde een heleboel uit en heb dat allemaal opgeschreven. Later ontstond het idee dat ik er misschien een uitgever voor zou kunnen vinden. In die tijd leerde ik de schrijfster Renate Dorrestein kennen. Zij had net haar boek Heden ik uitgebracht. Dat ging over haar chronischevermoeidheidssyndroom. Ik nodigde haar uit bij mij te komen eten, als een soort proefkonijn voor mijn recepten. Later heeft ze in mijn kookboek over candida een enthousiast voorwoord geschreven. In die tijd werden er nauwelijks boeken geschreven over een klein onderwerp dat ook niet zo bekend was. Bijzonder dat ik uiteindelijk zelfs uit drie uitgevers kon kiezen; het werd uitgeverij Kosmos. Het bleek een succes, onder meer omdat artsen en therapeuten het zijn gaan adviseren in hun praktijk. Nu is het 24 jaar later en het boek is nog steeds op de markt, inmiddels met de 20e druk.’

Ze heeft een drukke praktijk, bruisende energie, bergen inspiratie en een vlotte pen. Die overigens een aardig scherp kantje kan hebben als ze verontwaardigd is. Zo schreef ze een pittige blog als reactie op het besluit van CZ om een aantal complementaire therapieën niet langer te vergoeden. Een citaat: ‘En zo zal geschieden: CZ stopt vanaf januari 2019 met het vergoeden van deze vaak waardevolle behandelvormen. Een beslissing die dus genomen is naar aanleiding van een magere enquête! Hoe kan dat?’

Foto: Mixcom Media Group / Loeke Koetsier

Je laatste boek is heel compleet met die schema’s, weekmenu’s, tabellen, recepten en boekentips. Hoe kwam je op het idee het boek zo vorm te geven? Heb je daar erg mee zitten puzzelen?
‘Dat heb ik zeker. Vooral om het zó helder te maken, dat mensen de boodschap echt zouden begrijpen. Ik heb uiteindelijk toch ook nog veel weg moeten laten, want ik was al over het maximum aantal woorden heen van wat ik met de uitgever had afgesproken. Die zei tegen me dat het eigenlijk twee boeken in één waren. En dat is ook zo, maar ik wilde het voor veel mensen mogelijk maken om veelvoorkomende aandoeningen op een natuurlijke manier aan te pakken. En als je preventief kunt werken dan is dat nog mooier. Daarom wilde ik ook dat het praktisch zou zijn. Mensen moeten er meteen mee aan de slag kunnen.’

In een interview met het tijdschrift Lekker Gezond, spreek je je zorg uit over plastic in de zee en dat dat ook op je bord ligt als je vis eet. Moeten we stoppen met vis eten?
‘Vis eten is nu een probleem, want er is overbevissing en er zijn microplastics waarvan is aangetoond dat die ook echt in de ontlasting van mensen voorkomen. Tegelijkertijd bevat vis voedingsstoffen die goed zijn voor onze gezondheid. Daar zit discrepantie tussen. Heel zorgwekkend. In mijn boek adviseer ik daarom biologische vis te eten. Maar dat kan natuurlijk nooit iedereen, want zoveel is daar niet van. Alles draait hierin om bewustwording: alles wat je koopt, moet een keer afgebroken worden, het moet ergens blijven. Als je daarover nadenkt, kan het niet anders dan dat je in de winkel echt andere keuzes maakt. Ik zou graag willen dat er meer aandacht komt voor biologische vis en als dat kweekvis is, dat die dan in goede bassins leeft en geschikt voedsel krijgt.’

In datzelfde interview zeg je dat boodschappen doen net zoiets is als je stem uitbrengen tijdens de verkiezing. Dat door bewust te kiezen voor bepaalde voedingsmiddelen iedereen kan bijdragen aan verandering. Is dat een pleidooi om vooral biologisch geteelde producten te gaan eten?
‘Ja. Maar ook dat er, als jij geen producten meer koopt in plastic, daar ook minder van op de markt komen. Hetzelfde zie je met suiker gebeuren. Als jij minder suiker wilt en je koopt minder suikerhoudende producten, zal de industrie erachteraan komen. Want die heeft maar één doel en dat is geld verdienen. Ik denk dat je als consument meer mogelijkheden hebt dan je denkt. Je moet je realiseren dat je die kracht in je hebt. Maak keuzes die je voor jezelf kunt verantwoorden, maar ook voor elkaar, je nageslacht en de wereld.’

Wat vind je van de btw-verhoging van 6% naar 9%?
‘Die druist voor mijn gevoel tegen alles in. Gezond voedsel moet voor iedereen bereikbaar zijn. Dit is niet stimulerend. Er is een ontwikkeling waarvan ik hoop dat die zich uitbreidt, en dat is de komst van biologische zelfoogsttuinen. Die maken goede groenten betaalbaarder. Hier in de buurt maak ik er ook gebruik van, elke donderdag kan ik daar groenten halen.’

Ja, zelfs in de stad zijn er initiatieven. Rotterdam maakt ze geloof ik, in de vorm van daktuinen.
‘Ja, dakterrassen. Heel mooi. Zo zie je dat er ontzettend veel mensen met gezonde voeding bezig zijn. Soms moeten we zelfs oppassen dat we niet doorslaan.’

In welke zin?
‘Ik merk dat sommigen bij hun voedselkeuze op voorhand al bepaalde voedselgroepen uitsluiten omdat ze denken dat die niet goed voor ze zijn. In principe bestaat voeding uit heel veel belangrijke stoffen. En je hebt die over het algemeen ook nodig, in verse en onbewerkte vorm. Soms schieten mensen echt door in dat uitsluiten, ook jongeren. Het kan zelfs naar orthorexia gaan. Dan zijn mensen bang geworden van voedsel. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Als iemand op een bepaald voedingsmiddel niet goed reageert, hoeft dat niet automatisch voor een ander ook te gelden.’

Waar komt je gedrevenheid vandaan?
‘Ik ben er heel erg van overtuigd dat je je gedrag pas kunt veranderen, als je weet waarom je bepaalde dingen doet. Als je niet snapt wat er in je lijf gebeurt, wat er met voeding aan de hand is en hoe de voedingsindustrie werkt, kun je de volgende stap niet maken. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een andere reden is misschien dat ik zelf ook altijd de relatie tussen voeding en mijn gezondheid wilde snappen.’

En je bevindingen wil je doorgeven?
‘Ja, heel graag. Dat die bewustwording rondom voeding en gezondheid niet alleen maar een elitair gebeuren blijft, maar ook ontstaat bij mensen die minder hoogopgeleid zijn. Want in mijn jeugd heb ik zelf altijd gezonde en verse voeding gehad. Een heleboel mensen zijn opgevoed met kant-en-klaar eten en vinden dat heel normaal. De stap naar vers is moeilijk voor ze. Tijdens lezingen die ik geef, hoor ik vaak zeggen dat het zo ontzettend veel werk is een verse maaltijd te maken. Met mijn boeken wil ik laten zien dat je het ook snel kunt doen. Wat ik trouwens altijd jammer vind, is wanneer mensen koken zien als noodzakelijk kwaad, zo van: heb ik hard gewerkt en dan moet dat ook nog. Besef dat voeding je cellen voedt en dus jou voedt. Zodat jij goed functioneert. Dan mag je daar best wat meer prioriteit aan geven aan het eind van de dag. Wat ik ook graag overbreng, is dat koken een meditatief moment kan zijn. Je staat daar in die keuken, je bent helemaal met die producten bezig, met het gerecht dat je maakt. Je proeft eens, smaakt het goed? Dat kan zo fijn zijn. En het kan je meer geven dan je misschien in eerste instantie denkt.’

Hoe ben jij therapeut geworden?
‘Dat heeft alles te maken met die periode nadat bij mij candida was geconstateerd. Toen ben ik een orthomoleculaire opleiding gaan volgen en heb ik nog andere studies gedaan. Langzamerhand werd ik therapeut. Ik had zo zelf aan den lijve ondervonden wat orthomoleculaire geneeskunde kan doen. Dat ik die boeken schreef, stimuleerde dat proces ook. Het ging om de kracht van voeding, wat dat met je lijf doet. Ik vond het mateloos interessant en wilde ermee verder.’

Ik heb gelezen dat je voor die tijd bezig was met psychologie.
‘Daar heb ik mijn propedeuse in gehaald.’

Naar mijn gevoel hebben voeding en psychologie veel raakvlakken. Hoe zie jij dat?
‘Ben ik met je eens. Sowieso heeft psychologie heel erg mijn interesse. Als je praktijk voert, heb je te maken met mensen. En die brengen allemaal hun eigen verhaal mee. Je moet kunnen inschatten wat ze nodig hebben. Voeding is de basis, maar de manier waarop je mensen kunt stimuleren om bepaalde stappen te zetten, heeft alles met psychologie te maken. Je kunt het niet los van elkaar zien. In mijn praktijk zie ik mensen die al een heel traject in de regulier medische wereld achter de rug hebben. Ze voelen zich vaak niet begrepen en hebben het nodig dat hun behandelaar hen op hun gemak stelt, in hun waarde laat en met respect behandelt. Want alleen dan kunnen ze zich openstellen en willen ze verdere stappen zetten. Ik vind het heel mooi om te zien dat dat dan ook gebeurt.’

Hoe verklaar je vanuit de psychologische invalshoek de toename van obesitas in onze samenleving?
‘Dat is een lastige omdat ik niet heel veel werk met cliënten met overgewicht. Meestal komen mensen met andere problematiek naar mijn praktijk; daar hangt overgewicht soms mee samen. Maar in het algemeen denk ik dat obesitas te maken kan hebben met behoefte aan troost. Of dat er een leegte is die opgevuld moet worden. Overigens zijn er zoveel gevoelens waarmee eten verbonden is. Waarschijnlijk is het een illusie te denken dat je obesitas kunt bestrijden met alleen discipline. Er is echt wel begeleiding bij nodig. Wat ik zorgwekkend vind, is hoeveel mensen een maagverkleining krijgen. Ik zou zeggen: kijk naar het bredere verhaal, want zo creëer je weer nieuwe problemen terwijl het onderliggende probleem blijft bestaan. Dat idee van maakbaarheid, zo van ‘jongens, we gaan snijden en daarmee is het opgelost’. Zo is het gewoon niet. Hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit Aart Jan van der Lelij heeft gezegd dat overeten en overmatig suikergebruik eigenlijk in de verslavingszorg thuishoren omdat er zoveel problematiek onder zit.’

Wat vind je belangrijker, je cliënten goede voeding adviseren of supplementen voorschrijven?
‘Goede voeding, dat is altijd voor mij de basis. Daarbij zijn er vitaminen en mineralen die je echt niet meer met voeding binnenkrijgt; die moet je ter ondersteuning geven.’

Leef je zelf volgens je eigen aanbevelingen?
‘Ja, dat zit zo ingesleten. Dat wil niet zeggen dat ik nooit iets eet wat niet helemaal door de beugel kan. Laatst hielp ik mijn ouders met hun verhuizing. We kregen trek en in de omgeving was geen restaurant. Wel kon ik naar Albert Heijn. Daar heb ik toen zo’n quasi verse pizza gekocht. Na twee happen was het voor mij al klaar, ik vond het niet lekker. Zelfgemaakte pizza eet ik wel, maar dit bekoorde me echt niet.’

Ik vind soep uit potjes, zakjes en blikjes altijd afschuwelijk, zelfs biologische.
‘Ja, het is toch echt anders of je iets eet dat je zelf vers hebt gemaakt of iets dat al een paar dagen of weken in een potje zit.’

Heel vroeger lustte ik het wel.
‘Je smaakpapillen passen zich aan, die gaan beter werken waardoor je alles beter proeft. Dat is leuk om te ervaren.’

Je hebt heel afwisselend werk, je doet van alles. In dat interview met Lekker Gezond zei je dat je moeite hebt om de stress uit je leven te bannen. Wat doe je daaraan?
‘Mijn werk voelt voor mij niet als werk, maar tegelijkertijd moet ik wel oppassen dat er op tijd ontspanning is. Wat ik heel erg fijn vind om te doen, is wandelen. Een uitstekende manier om opgebouwde stress kwijt te raken. Als je blijft zitten achter je computer, gebeurt dat niet. Ook doe ik regelmatig Chi neng qigong-oefeningen, een soort bewegende meditatie. En ik heb tegenwoordig een tuinkamer met een houtkacheltje en zonder tv en wifi. Daar zit ik graag te lezen.’

De maatregel van CZ, heeft die voor jouw praktijk nog gevolgen?
‘Toen ik geen lid was van een beroepsvereniging, kwamen de cliënten ook altijd wel. Nu heb ik zelfs een wachtlijst, dus voor mij persoonlijk is het geen groot probleem. Maar ik vind het wel ongelooflijk dat zoiets met CZ nu gebeurt, juist in een tijd dat leefstijl langzamerhand op de kaart komt. De relatie van voeding met welvaartsziekten wordt steeds duidelijker; bekend is dat diabetes II kan verdwijnen met goede voeding. Dat is veel in de publiciteit nu. Het is bij uitstek het gebied van de orthomoleculaire geneeskunde. Dan denk ik, wat mist zo’n CZ op dit vlak dat ze deze keuze maken? Voor een verzekeringsmaatschappij kan aandacht voor voeding kostenbesparend werken. Het kan ervoor zorgen dat mensen minder naar het ziekenhuis hoeven, minder medicatie nodig hebben. Ik kan het gewoon niet begrijpen dat ze deze stap zetten. En al zeker niet omdat het een heel mager enquêtetje was waar ze hun besluit op baseerden. Bovendien, de mensen die een orthomoleculair consult nemen, doen dat niet zomaar. Het is fijn als ze een deel van het consult vergoed krijgen, maar de supplementen zullen ze toch helemaal zelf moeten betalen. Dat geldt ook voor eventuele onderzoeken. Mensen laten die niet uitvoeren als er geen noodzaak voor is.’

Ik ben door mijn vragen heen. Heb je nog iets toe te voegen wat niet aan de orde is gekomen?
‘Ja, Ik hoop dat mensen zich meer gaan realiseren dat we bezig zijn met oprekken en dat we te ver gaan. Niet alleen wat suikerrijke en bewerkte voeding betreft, maar ook door stress, voortdurend digitaal ‘aanstaan’ en hoe we de aarde behandelen. Als je het vergelijkt met een elastiekje: dat kun je aardig oprekken. Maar als je te ver gaat, veert het niet meer terug en kan het zelfs knappen. Het wordt dan heel lastig om het evenwicht te herstellen.’

www.annemariereuzenaar.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2019

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen